Het ontstaan van Heerenveen

Wanneer we het ontstaan van de plaats Heerenveen willen nagaan, is het onvermijdelijk dat we de historie van de Veencompagnie, die hier actief was, onder ogen zien.

De grote namen van die Compagnie waren Dekema, Cuyck en Foeyt(s) [uitspraak waarschijnlijk "vooit(s)"] en van die drie was de eerste voor ons doel de meest belangrijke. Dr. Pieter Hettes van Dekema, wonende te Jelsum op Dekema State, was een kleinzoon van de bekende Juw van Dekema, de laatste Friese potentaat of "onderkoning". Hij was grietman van Baarderadeel en sinds 1538 raadsheer van het Hof van Friesland - het hoogste rechtsprekende college. Hij was gehuwd met Catharina van Loo, dochter van de rentmeester-generaal en zuster van diens opvolger Boudewijn van Loo.
Hij bezat twee hoven in Oudehorne en zijn neef had bezittingen in Kortezwaag, maar die waren vrij waardeloos zolang er geen vervening zou plaatsvinden. Het waren namelijk vrij uitgestrekte woeste gronden (veenmoeras), waar turf uit te winnen was, mits er afwatering mogelijk zou zijn en er een goede infrastructuur voor de afvoer ervan zou zijn. Dat was echter niet het geval en de aanleg ervan was dermate kostbaar dat Van Dekema dat niet kon bekostigen en de landen doelloos bleven liggen. Daar kwam verandering in, toen hij op 5 januari 1546 met zijn oom in de Domkerk van Utrecht door Karel V tot ridder van de orde van het Gulden Vlies werd geslagen. Bij die gelegenheid waren er verscheidene hoogwaardigheidsbekleders uit die stad aanwezig en daaronder waren ook burgemeester Johan van Cuyck Anthonisz. en (schepen?) Floris Foeyt......

Lees het volledige artikel........