Voormeer Stellingwerf 

      

   * In het begin van de eeuw bewoonde jonker Gerryt Sickinga de zgn. “Jonckershuijsinge” [Jonkershûs] aan de Schoterlandse Compagnonsvaart. In 1713 werd het huis eigendom van koopman Johannes de Jong, die het de naam “Voormeer” gaf vanwege het uitzicht op een aantal veenmeren in de richting van Oranjewoud (afb. 1).

   * Zijn enige kleindochter, Anna Maria de Jong, groeide als weeskind hier op. Zij trouwde in 1752 met de in Wolvega wonende vervener Nicolaas van Heloma. Zij lieten in 1753 “Voormeer” afbreken en het huidige pand oprichten, dat in 1755 gereed kwam (afb. 2). Het echtpaar kreeg twee kinderen, Tjaart en Marcus. [ Marcus van Heloma (ı) ]

   * In het stucwerk in de hal herinneren twee spiegelmonogrammen met hun initialen en een alliantiewapen aan de opdrachtgevers. De hal, twee kamers en de zaal zijn voorzien van stucplafonds in rococostijl. De zaal heeft bovendien een gestucte schouw met aan weerszijden twee gestucte pronknissen in rococostijl. Deze nissen zijn uniek in Nederland. In de oostelijke voorkamer zijn in het plafond de vier jaargetijden weergegeven en zijn de wanden behangen met achttiende-eeuws goudleerbehang. Dergelijk behang is ook aanwezig in de eetkamer van het Princessehof te Leeuwarden en in de stadhuizen van Dokkum, Franeker, Sneek en Workum. In 1846 werd het voorhuis met een extra verdieping verhoogd en werden alle vensters verlengd en door ramen in empire-stijl vervangen. Tevens werd de tuin naar het oosten toe uitgebreid naar ontwerp van de tuinarchitect L.P. Roodbaard en werd er een tuinmanswoning gebouwd. In 1875 werd ten westen van Voormeer een stelpboerderij aan de buitenplaats toegevoegd. Na de dood van Nicolaas van Heloma in 1774 (verdronken in de van Helomavaart) werd het huis tot 1922 door drie generaties van Heloma’s bewoond.

 * Marcus van Heloma (ıı) [ medeoprichter van Thialf ] en zijn zoon Marcus Mzn. van Heloma (ııı) [ medeoprichter van KNSB en ISU ] waren beide twintig jaar lang “president” van de Kon. IJsvereniging Thialf.

De laatste eigenaar, Jan Scato van Heloma, liet in 1967 de historische buitenplaats na aan de Van Heloma Stichting.

Het complex is van rijkswege beschermd als een kleine buitenplaats.