HIP-TIME MAGAZINE 136

 01 Breedpad 1906           

Het is bijzonder jammer, dat we niet kunnen beschikken over een afbeelding van dit stukje Breedpad uit het tweede of derde kwart van de 19e eeuw. In de plaats daarvan hebben we gekozen voor een prentbriefkaart ‘in kleur’ c.q. ‘ingekleurd’ met als oudste datumstempel 29 september 1906 (van een viertal exemplaren uit het collectiebestand van Museum Heerenveen) en door G. Brouwer, Heerenveen uitgegeven. Authentiek zijn dan nog de drie spitse gevels met verschillende bekroningen.

Uit de beschreven voorgeschiedenis van het pand A-388 aan het Breedpad (tussen het hoekpand A-383 en het ten westen daarvan staande pand A-389, grenzend aan de Propstrasingel) hebben we U al kennis laten maken met Coenraad Sultemeijer (geb. te Mettingen in 1792) en Janke Klazes Veerman (geb. te Heerenveen 1773). Het echtpaar en hun meid wordt ook beschreven in de Volkstelling van 1830. (Zie ook HIP-Time 131) De volgende jaren leeft het echtpaar in een redelijke welstand, gezien de personele omslag die zij betalen. In 1831 en 1832  fl.17.44 (net als predikant David Flud van Giffen; controleur directe belastingen Johan Leonard van Schaijk, koperslager Jan Sjollema); in 1833 fl.21,- (net als assessor Gerben Jetzes Brouwer, veenbaas Jacob Luiten de Boer, notarisweduwe Kool van Heerens); in 1834 fl.19.75 (net als de reeds eerder vermelde zes personen) en 1835 fl.17,50 (net als de zes eerder vermelde personen). De weduwe Sultemeijer wordt ook in de volgende belastingjaren niet ontzien met haar aanslag van fl.19.50, hoewel Johann Conraad op 25 september 1835 is overleden en door de buren Wiebe IJntzes de Boer, beroepsloze, 57 jaar, en Kornelis Gooijes Boonstra, arbeider, 39 jaar, op het grietenijhuis wordt ingeschreven.

De overlijdensacte van Johann Conraad Sultemeyer (zie de verschillende schrijfwijzen) onthult ons ook de namen van zijn ouders. Dat zijn resp. de vader Hermann Sultemeyer en Margaretha Engelbaar. De site van Delpher laat ons weten, dat vader H. Sultemeyer in Heerenveen al in 1801 een verkooptransactie van dit pand in gang zette. Weliswaar door Notaris Jan Georg Semler, die als gelastigde van deze koopman en zijn ‘Comp.’, probeert uit de hand te verkopen: “Zekere deftige HUIZINGE met derzelver Steede en Grond cum omnibus annexis, staande en gelegen aan het zo genaamde Breed-Pad op het Heerenveen, wordende by de Wed. Abraham Burry bewoond, een heerlyk uitzicht hebbende langs de Vaart en de algemene Rydweg,...” Het is op 12 mei 1802 te aanvaarden, maar is wel bezwaard met een jaarlijkse grondpacht van vijf Caroli Guldens ten voordele van de heer Semler. Ten oosten woont dan Andries Piebes de Lang, ten westen, zuiden en noorden is bezit van Jan Georg Semler. En het huis wordt bewoond door de wed. Abraham Burry.

De weduwe Johann Coenraad Sultemeyer blijft hier wonen op het adres Heerenveen nr. 263, maar ze neemt als ‘winkeliersche’ wel ‘commensalen’ in huis. Zo vermeldt de Volkstelling van 1840 als medebewoners (naast dienstmeid Minke Ekkes ten Cate, 28 jaar, geboren te Benedenknijpe) de koopman Herman Coenraad Felix Kampschmit, 31 jaar en koopman uit Mettingen. Overigens heeft hij in de jaren twintig van die 19e eeuw er ook al een aantal jaren ingeschreven gestaan. Ook IJke Bouwes van der Zee, 17 jaar oud, is inwonend. Zij is geboren op 29 juni 1822 en zeer tot onze verrassing reeds op 21 augustus 1839 gehuwd met ... de koopman Herman Coenraad Felix Kampschmit ! Deze blijkt een zoon van Maria Angela Sultemeyer en zuster van Johann Coenraad Sultemeyer, dus een schoonzuster van Janke Klazes Veerman.

Herman C.F. en Yke krijgen de volledige faciliteiten voor inwoning, want tot en met 1849 staan zij vermeld in de befaamde en eerder genoemde ‘Staten van de Loop der Bevolking’ (SCO 1864 tot en met SCO 1873). De start van het gezinsleven is moeizaam met een levenloos geboren kind op 27 juni 1840, terwijl het tweede kind Coenraad na zijn geboorte op 13 november 1841 vermoedelijk niet in Heerenveen is overleden. Zijn broertje Conrad wordt als derde kind namelijk geboren op 11 september 1843. Met Hermanus Hendricus (22 jan. 1846) en Janke (2 nov. 1847) en zwanger van Bouwe Jacobus moeten ze gaan omzien naar een andere locatie, want op 30 juni 1849 besluit Janke Veerman, eerst sinds juni 1916 dus weduwe van Jacob Karstes Pleunenburg en sinds september 1835 van Coenraad Sultemeyer, het pand te verkopen. Notaris Arjen Binnerts zorgt ervoor, dat het pand met “onvrije stede en grond c.a.” en “bezwaard met een grondpacht van 5 guldens per jaar” te betalen aan mej. Frederika Wilhelmina Semler “op St. Martini”.

Pierre Peaux, geëxamineerd apothecar, wonend te Harlingen wordt koper, en betaalt daarvoor 2000 gulden. Herman C.F. en Yke Bouwes van der Zee vinden een nieuw onderdak op de Dracht nr. 221. In het register van de gebouwen in de gemeente Schoterland, aangelegd in 1852 (SCO 2044) wordt onder dat huisnummer 221 en het kadasternummer Heerenveen, sectie A-373 het woonhuis gesteld op naam van Herman Conrad Felix Kampschmidt (deze keer met dt). Duidelijk wordt uit een lijst van ingezetenen, welke werd opgemaakt en aangevuld in de periode 1825-1848, dat hij op 11 oktober 1848 zich op deze lijst laat inschrijven met de vermelding  "Tengevolge eigen verzoek, na méér dan zes jaren te Heerenveen te hebben gewoond." Bedoeld zal zijn: het hele jaar door verblijfplaats in Heerenveen hebben, in tegenstelling tot het zomerhalfjaarlijkse verblijf zoals gewoonte was bij de 'trekkende kooplieden'. Hoe precies wordt uit deze bronnen niet duidelijk, maar wel dat hij vanaf 1824 steeds staat ingeschreven op het adres 263. Op het nieuwe adres assimileert hij verder met geboorten in 1852, 1853, 1855, 1857, 1859 en 1860. (SCO 1894 Bevolkingsregister 1850-1860, folio 296) Als beroep wordt aangetekend: manufacturier !!! Uit dankbaarheid voor jarenlange inwoning bij Janke Klazes Veerman op Breedpad 263 geeft hij op zijn beurt nu onderdak aan haar en bezorgt haar een zorgeloze oude dag, waarop op 11 april 1861 om 6 uur ‘s avonds een einde komt met haar dood op 89 jarige leeftijd. Kastelein Fischer en logementhouder Jorissen vinden het als buren een eer om de volgende dag aangifte te doen bij de burgemeester Anne Meinesz.

PIERRE PEAUX

We mogen inmiddels aannemen, dat op het Breedpad 263 de nieuwe eigenaar Pierre Peaux zich heeft op de hoogte gesteld van de bijzonderheden in het koopcontract, d.d. 30 juni 1849, en zich heeft gesettled. Hij heeft daarin gelezen, dat Janke Klazes Veerman als verkoopster het huis onderhands heeft verkregen bij acte van de 12e van Bloeimaand (mei) 1810 en de andere helft  bij testament van 15 juni 1816 na de dood van haar eerste man Jacob Karsten Pleunenburg. Hij heeft rekening te houden met een loden goot bij de achtergevel en met twee loden pijpen om samen met het huis ten oosten van de zijne het water te ontvangen. Dus mag er aan die oostelijke muur niet worden getimmerd of “gevuurd”.  Ook moet het pad en de stalt aan de ,voorstraat’ worden onderhouden, terwijl hij door de steeg ten westen vrije opslag en doorgang heeft. Ten oosten heeft hij de gezamenlijke zijmuur met Bote Spandaw en ten westen heeft hij als buurman jonkheer Daniël Engelen of de steeg.  Ten noorden vóór de gevel ligt de publieke straat en ten zuiden aan de achterkant woont Hendrik Alberts Propstra. Overigens moet hij ook genoegen nemen met een “anti-concurrentiebeding” door de bepaling, dat hij de eerste drie jaar óf tot 16 augustus 1852 geen manufactuursaffaire in het pand mag vestigen.  Uit deze acte, welke we ter inzage hebben gehad van de familie Bob Hoekstra, weten we ook dat notaris Arjen Binnerts fl.149,19 aan kosten in rekening heeft gebracht.

Bij zijn komst naar Heerenveen blijkt hij zich te laten inschrijven bij de Ned. Hervormde Gemeente Heerenveen (SCO) op basis van een attestatie uit Amsterdam, d.d. 11 november 1849. Hij is ongehuwd en geboren in 1821 in Burgwerd tussen Bolsward en Wommels, waar zijn vader als predikant heeft gestaan. Overigens laat op diezelfde datum zijn oudste zuster Elisabeth Peaux zich ook inschrijven als lidmaat vanuit Harlingen. Ook zij is nog ongehuwd en geboren te Burgwerd in 1803. Maar ook zijn moeder Aukje Reins Lantinga (weduwe sinds 1824) is meegekomen naar Heerenveen om mee zijn huishouding te regelen. Daaraan voorafgaand heeft hij door middel van een advertentie in de Leeuwarder Courant van 31 augustus 1849 laten weten: “De Ondergeteekende maakt door deze bekend, dat hij zich hier als APOTHEKER heeft gevestigd; bevelende zich als zoodanig in ieders gunst. Heerenveen, den 27 Augustus 1849. PIERRE PEAUX.”  De eerste jaren van zijn verblijf in Heerenveen trekt hij nauwelijks de aandacht, hoewel een inschrijving in een ‘Rolboek van de Arrondissementsrechtbank op 28 september 1852 wel nieuwsgierig maakt, welke uitglijder hij zich als gedaagde heeft gepermitteerd.

02 Echtpaar PeauxPas in 1859 komt er enige ‘leven’ in de apotheek en in het leven van Pierre. Bij vooraankondiging op 4 oktober 1959 meldt de Leeuwarder Courant zijn ondertrouw op 23 september 1859 met Cornelia van Driesum. Tien dagen later laat hij in dezelfde krant  met “enige kennisgeving” weten, dat hij de 6e oktober 1859 dat voornemen heeft laten voltrekken. Hij is inmiddels 38 jaar en zijn gade is 35 jaar en een dochter van Heerenveens koopman en tabaksfabrikant Eeuwe van Driesum.  Zijn huwelijk is voor zijn moeder en zijn zuster het sein zich opnieuw in Harlingen te vestigen en ze hebben zich uit het bevolkingsregister laten uitschrijven per 10 october 1859.

Inmiddels broedt Pierre Peaux op plannen om een betere locatie te vinden. Tenslotte ligt het Breedpad ‘op het best van Heerenveen’, maar op 15 februari 1861 heeft hij een betere plek op de Dracht gevonden. Het is de moeite waarde deze advertentie hier integraal als ‘plaatje’ in de tekst op te nemen. (zie Aanbesteding...)

Het pand is in 1832 kadastraal gestart als Heerenveen, sectie A., nr. 211. Uiteraard lichten we de tekst nog even toe, zodat U weet waar het huisnummer Dragt no. 141 in de tegenwoordige tijd gevonden moet worden. Na vier vernummeringen is het uiteindelijk Dracht nr. 33 aan de oostkant van de straat geworden.Jarenlang is daar gevestigd geweest ‘Flucie Witteveen’, één van meest bekende damesmodezaken in Heerenveen.

‘Mejuffer’ Metz is de oudste dochter van de advocaat en notaris P.J. Metz. Haar voornamen zijn Cecilia Johanna Aloysia en ze is geboren op 24 juni 1807 te Heerenveen. Zij - winkelierster - verhuist door de bouwplannen van Peaux naar de Nieuwburen nr. 121a en  blijft daar wonen tot mei 1863. Zij is bepaald niet onbemiddeld, wat mag blijken uit de verkoop van drie percelen vastgoed in Heerenveen door notaris Antonius Reinier van Voorst, waardoor haar vermogen met 3000 gulden stijgt. Ze verplaatst haar winkelaktiviteiten vervolgens naar het laatste deel van de Lindegracht. Op nummer 55 houdt ze het nog een jaartje vol, maar ze vertrekt uiteindelijk op 14 sept. 1864 naar Leeuwarden om zich daar definitief te vestigen. Daar overlijdt ze in 1885 op 77 jarige leeftijd.

Voor Pierre Peaux is het een heerlijke bijkomstigheid, dat het pand nr. 141 bezit is van zijn schoonvader Eeuwe van Driesum, die het pand al in 1821 weet te verwerven van de voogden van Lijsbeth Gerrits Siebenga uit de Benedenknijpe. Haar vader is daar enige tijd als jeneverbrander aktief geweest, maar door overlijden op 40 jarige leeftijd komen de kinderen onder voogdijschap. Zelf heeft Eeuwe van Driesum daar als tabaksfabrikant zijn fabriek achter dit pand geëxploiteerd, terwijl hijzelf in het naastliggende pand nr. 142 heeft gewoond. Hij is het ook die voor zijn dochter en haar man de vrijstelling van

03 aanbesteding apotheek 1861 02 15

degrondbelasting voor 5 jaar heeft aangevraagd op 1 april 1862, met het oog op de wederopbouwing van een woonhuis, kadaster A-211 (SCO 1633, vlg. 74). Wanneer de verbouwing achter de rug en het pand is ingericht als apotheek vestigen Pierre en Cornelia zich hier. Inmiddels is op 14 september 1861 zoon Eeuwe Peaux geboren, maar hij is nog net geboren aan het Breedpad. Ruim een maand later plaatst notaris G.Boschloo in de Leeuwarder Courant van 18 oktober 1861 een advertentie voor de provisionele verkoop van “Eene nette sterk gebouwde Winkelhuizinge, met Bleekveld en Erf en eene ruime vrije Steeg ten westen én een hecht Pakhuis achter de Huizinge, staande en gelegen aan het zoogenaamde Breede Pad te Heerenveen; bewoond door den eigenaar, den Heer P. Peaux. Deze Huizinge, zeer gerijfelijk ingerigt, en waarin gedurende vele jaren met het beste succes eene Apotheek is gehouden, is door hare ligging aan de Vaart in de nabijheid der hoofdbrug voor vele Affaires zeer geschikt, en is tevens door haar vrolijk uitzigt op de Vaart en de Straatweg eene aangename Woonhuizinge. Aanvaarding 1 January 1862.”  Het vervolg op deze advertentie vinden we op 8 november 1861 in de krant als de finale verkoop voor 15 november bij logementhouder Jorissen wordt aangekondigd. Er is een voorlopig bod uitgebracht van fl.3300,-.

Ook dit koopcontract  ofwel Acte van Koopovereenkomst hebben we lang geleden bij de voorbereidingen voor de maquette in het museum Heerenveen mogen kopiëren van de heer Bob Hoekstra. Bij de voorlopige veiling op 1 november 1861 wordt het pand ingezet door koopman Joseph Rose te Heerenveen op een bedrag van fl.3056,-. Via een verhoging naar fl.3100,-, brengt boekdrukker Jacobus Hessel het bod op fl.3300,-. Achteraf verklaart hij daarvoor te zijn gemachtigd door Jan Hendrik van Dapperen, muziekmeester te Heerenveen. Deze wordt daarmee dus eigenaar.  Interessant zijn naast de uiterlijke locatie-omschrijvingen zijn ook de moeite waard een beschrijving van het interieur. Dat wordt als volgt verwoord: “De huizinge bevat een ruime winkel, voorkamer en middelkamer, voorzien van stookplaatsen, bedsteden en kasten, bovenkamer met bedsteden en kasten en dienstbodenkamertje met een bedstede, ruime keuken, beste kelder en zolder met beschoten dak en verdere gerieflijkheden. Voorts is er een hecht pakhuis onmiddellijk achter de huizinge. Het is - inmiddels - kadastraal gem. Heerenveen, sectie A., no. 998 (huis en erf, groot 1 roe 80 ellen) en 999 (groot 56 ellen). Beide kadastrale nummers zijn toegekend in het kadastrale dienstjaar 1860. En de verandering wordt in de legger van Pierre Peaux als volgt genoteerd: Legger 545.1: eig. Pierre Peaux, apotheker, Heerenveen; A-388; huis; grootte1.52 are; gebouwd waarde fl.90,-; herbouw 1861; uit 242.1; zie 545.3.”

Ook in dit koopcontract vinden we naast de goot-en schuttingbepalingen ook weer een anti-concurrentiebeding en in dit geval van de hand van Pierre Peaux, die gedurende de eerste twintig jaar in het pand geen apotheek of drogist wil zien gevestigd worden. De muziekmeester krijgt voor zijn koopsom overigens wel de laden en winkelplanken. Vóór 12 mei 1861 wordt de druivenboom achter het huis weggehaald. Mocht het pakhuis worden afgebroken, dan moet de eigenaar van de schuur waar het pakhuis tegenaan staat, zelf de rekening van het herstellen van de muur maar dragen.

Heel veel jaren heeft Pierre Peaux na die verkoop met tevredenheid gewoond aan de Dracht-oost. Daar heeft hij ook zijn ‘rustende’ leven doorgebracht. En u weet uit het boek ‘Geschiedenis van Oranjewoud’ dat hij in 1887 het établissement ‘Hotel de Kom’ heeft gekocht, waarbij hij als attractie het hoenderpark “Aurora’’ heeft gesticht. Die interesse voor ‘het gevogelte’ is overigens al van oudere datum. Zo treffen we zijn naam aan in de Leeuwarder Courant van 4 juli 1875 in de ‘Lijst der Bekroningen bij de Landbouwtentoonstelling van 29 en 30 Juny 1875 te Heerenveen. Met een ‘Zilverlakensche Pel’ wint hij als eerste prijs zelfs 4 gulden. Bij het hoenderpark sticht hij in 1890 een tweede attractie, namelijk een ‘Vlinderkabinet’. Het ‘Hotel de Kom’ en annexen wordt door zoon Eeuwe in 1895 verkocht aan de goudsmid Hendrik Vos te Heerenveen. Het ‘Vlinderkabinet’ is na de verkoop van het Hotel op aanvraag vrij te bezichtigen ten huize van de vervaardiger P. Peaux Sr. op de Dracht op zondag, dinsdag en donderdags vanaf 12 uur tot de schemering. (Advertentie in de Leeuwarder Courant van 21 augustus 1891).

Ook aan het hervormd kerkelijk leven heeft hij zijn werkkracht en inzet gegeven. In de periode 1875-1879 als lid van het adviescollege van notabelen en van 1882 tot 1885 als administrerend kerkvoogd. In een oud fotoalbum van de kerkvoogdij Heerenveen is de hier bovenstaande opname van Pierre Peaux (en zijn echtgenote Cornelia van Driesum) te vinden onder inventarisnummer 2878. (Bewaarplaats Gemeentearchief Heerenveen).

JAN HENDRIK VAN DAPPEREN

04 Van DapperenHet eerste wat de nieuwe eigenaar Jan Hendrik van Dapperen daadwerkelijk doet aan zijn nieuwe bezit  aan het Breedpad 263 is het aanvragen van wijziging en vrijstelling van de grondbelasting. In het archiefstuk SCO 1633 vraagt hij onder volgnummer 79 de ‘gedeeltelijke afbreking’ te zien als reden voor de wijziging van de belasting voor dit perceel en onder volgnummer 80 de ‘wederopbouwing’ van de woning als reden voor een aanvraag om vrijstelling van die belasting voor een periode van vijf jaar vanaf 16 juni 1862. Hij verblijft dan al een twintigtal jaren in Heerenveen als ‘muziekmeester’ in Heerenveen. Eigenlijk is hij min of meer per toeval in deze functie terechtgekomen. Jan Hendrik van Dapperen is in de zomer van 1842 met de diligence op weg naar Leeuwarden, als hij met de koets een rustpauze moet nemen in Heerenveen. Bij Hotel Barlage (Het Heerenlogement) is het dan een drukte van belang, want daar is juist op dat ogenblik de procedure gaande voor het kiezen van de kandidaat voor ‘muziekonderwijzer’ in Heerenveen. Als hem dat ter ore komt, verzoekt hij graag mee te willen doen aan het examen. Dat wordt hem toegestaan en het blijkt dat hij het hoogste puntentotaal heeft gehaald. De examencommissie draagt vervolgens Jan Hendrik van Dapperen uit Baarn voor en met ingang van 1 October 1842 wordt hij benoemd. Zijn takenpakket omvat dan muziekonderwijs geven - hij speelt zelf o.a. viool - , het orgel van de kerk bespelen en als dirigent van de orkestvereniging optreden.

Het doet al spoedig na zijn aanstelling blijken, dat de gemeente een gouden greep heeft gedaan voor het Heerenveense muziekleven en dat zijn opleiding bij de destijds vermaarde ‘Director Schneider’ te Dessau (Duitsland) snel zijn vruchten gaat afwerpen. Spijtig is het daarentegen te lezen, dat het gemeentebestuur hem aan een aantal knellende regels heeft onderworpen. Zo mag hij geen muzieklessen buiten Heerenveen geven, maar ook mag hij er geen muziekgezelschappen leiden (dirigeren). Die muzieklessen betreffen blaas-en strijkinstrumenten (30 cent) per les, pianoles (50 cent per lesuur) en hij raakt vrijwel onmiddellijk betrokken bij een al langer bestaand zangcollege met als een van de ijverigste lijden mr. Roelof Biersma, griffier bij het Vredegerecht. Deze zet zich met name in voor een nieuwe vereniging, die zich wil toeleggen “op het uitvoeren van gezangstukken, meer voor onzen tijd geëigend.” Zo wordt in 1843 de zangvereniging “Euterpe” opgericht en wordt Van Dapperen hun dirigent en koorleider. Twee culturele hoogtepunten zijn geweest de plechtige inwijding van het nieuwe kerkgebouw van Terband in februari 1845 en de viering van het 50 jarig bestaan van het Nutsdepartement. De politieke ontwikkelingen in de maatschappelijke ontwikkelingen in de veertiger jaren van de 19e eeuw brengt zelfs in de kring van de zangverenging verdeeldheid, welke tenslotte zulke grote vormen aanneemt, dat het koor uiteenvalt en in 1854 wordt opgeheven. Het laatste staat namelijk in een herdenkingsartikel uit het Leeuwarder Nieuwsblad van 10 februari 1930.

Twee berichten in de Leeuwarder Courant uit 1856 brengen ons evenwel aan het twijfelen over de juistheid van de opheffing van de Zangvereniging “Euterpe” in 1854. In het exemplaar van 22 februari 1856 lezen we, dat de zangvereniging alhier op woensdag 5 maart in de Hervormde Kerk zal uitvoeren ‘das Lobgesang van Mendelssohn Bartholdy’ en ‘dat Hochgesang von der Nacht van Neukomm’, onder de leiding van de heer J.H. van Dapperen. De entreeprijs is voor iedereen een gulden en die zullen ten goede komen aan de armen van Heerenveen. Men hoopt op een goede opkomst. Kort daarna wordt in het exemplaar van 1 april 1856 de volgende advertentie aangetroffen (bron: www.delpher.nl )

05 geschenk armenconcert 1856 04 01 LC

Het is daarom niet ondenkbaar, dat dit een gepast afscheid is geweest ter viering van de ontbinding van de zangvereniging. Uit latere berichtgeving wordt gesteld, dat pas rond 1870 de heer Van Dapperen het initiatief neemt voor de oprichting van een Gemengd Koor en gelijk steun krijgt van een aantal pommeranten, in de persoon van mr. G. van Hamel, subst. officier van justitie, E.L. Bogaerdt, controleur der directe belastingen, en K.W. Wierda, zaakgelastigde. Dit drietal vormt samen het bestuur, met uiteraard Van Dapperen als muzikaal leider.

Voor wat betreft zijn woonlocaties in de tijd dat hij nog vrijgezel is moeten we kort zijn. Waar hij de eerste drie jaar heeft gewoond hebben we nog niet kunnen vaststellen, maar in 1845 en 1846 is hij kamerbewoner bij bakker Egbert Smit in huisno. 204 op de Dracht-westzijde. Vervolgens is zijn adres nr. 137 op de Dracht-oost als kamerbewoner van tuinman Barend Barends en zijn zuster Jetske Barends - hospita in hun verhuurbedrijf - gedurende de periode 1847 tot 27 mei 1852. Op laatstgenoemde datum eindigt zijn vrijgezellenbestaan en trouwt hij met de 22 jarige Julia Hessel (dochter van de boekhandelaar Franciscus Hessel). Diezelfde dag nog trekken ze ergens op de Heerenwal in Nijehaske in een huis, maar op 14 maart 1853 krijgen ze de beschikking over het huis aan de Lindegracht nr. 57 (het middelste huis van het laatste stukje Lindegracht ten noorden van de Vermaningsteeg). In 1855 kunnen ze zich aanzienlijk verbeteren door te verhuizen naar Nieuwburen 110, waar vanaf 1830 tot 1841 eigenaar Hendrik Bouwmeester (van beroep taalmeester) heeft gewoond. In 1842 en 1843 noteren we daar mr. Jan de Kruijff; in 1844 Franciscus A.A. van Steensel van der AA, kadasterman, en in 1845 en 1846 Hendricus Wilhelmus Kool van Heerens, na 1847 blijft mr. Klaas Eekma er een tijdlang wonen tot hij in 1855 wordt opgevolgd door Jan Hendrik van Dapperen en zijn Julia. Wanneer de bouw aan het Breedpad het predicaat bewoonbaar heeft wordt huisnummer 263 hun domicilie voor een lange reeks van jaren. Wel krijgt de familie nog te maken met een hernummering eind 1879. Nummer 283 wordt dan door de vele in Heerenveen bijgebouwde woningen het nummer Breedpad 480. (Bronnen: Staten van de Loop der Bevolking en de Bevolkingsregisters).

Inmiddels zijn geboren op 16 april 1853 dochter Louise Henriette; op 27 april 1855 dochter  Ymkje en op 27 januari 1857 zoon Jan Andries. Als nakomertje maakt Jeannette Wilhelmina aan het Breedpad 263 haar opwachting op 22 juli 1870. Juist als ze naar de 1e Hollandsche School zal gaan overlijdt moeder Julia Hessel op 20 september 1876. De bevolkingshuishouding op het Breedpad wordt voortaan bepaald door dienstmeiden en enkele elkaar opvolgende huishoudsters. In 1881 verlaat Ymkje het ‘muzikale’ nest om verder in Loosduinen te gaan wonen, terwijl Jeanette Wilhelmina in 1886 naar Amsterdam vertrekt om in 1892 weer terug te keren uit Wijk bij Duurstede. Haar beroep is dan muziekonderwijzeres, waarmee ze in de voetsporen van haar vader treedt. Zij vestigt zich in 1897 in Joure door op 20 mei te trouwen mat Jan Libbe Bouman, van beroep rijksklerk bij de belastingen in Heerenveen (Aengwirden). Hij heeft dan twee jaar ingewoond bij de familie Jozef Jans Franken, huisschilder-verver (huisnr. 173). Vrij snel daarna lukt het hen het huis met nummer 244 aan de oostkant van de Dracht te betrekken. (Nu moet dat het huisnummer Dracht 57 hebben.)

Het “Gemengd Koor” wordt een cultureel hoogstaand begrip in het Heerenveen van de laatste decennia van de 19e eeuw. Het vakmanschap van Jan Hendrik van Dapperen klinkt in alle verslaggeving door. Hij heeft bovendien een goed netwerk, waarbij gastzangers en musici zich laten overtuigen van de kwaliteit van het geprogrammeerde. Bovendien staat hij ook goed aangeschreven voor andere culturele uitingen. Het Nieuws van den Dag van 22 november 1873 heeft een unieke primeur met een bericht, dat te Heerenveen is opgericht “eene vereeniging onder de kenspreuk VERSCHEIDENHEID VERMAAKT”. De heren, tevens bestuursleden L.L.F. Mispelblom Beijer, Mr. H. Binnerts, Mr. D. de Blocq van Scheltinga, G.H. Anting en -inderdaad- J.H. van Dapperen, zien bij de oprichting meteen al 80 leden toetreden. Het echte doel van deze vereniging is het Heerenveense publiek in het winterseizoen enige nuttige, aangename en gezellige avonden te verschaffen, om de kunstzin op te wekken en het gevoel voor schoonheid aan te kweken.  We hebben sterke argumenten om deze vereniging te zien als de vereniging, die aankondigingen doet onder de latijnse naam “Varietas Delectat”. Zo wordt er op 23 april 1875 door “Varietas Delectat “ te Heerenveen een lezing aangekondigd van Mej. Eliza Baart - zij is actrice - op Vrijdag de 23e April 1975 ‘s avonds om 7.30 uur, in de zaal van T.P. de Vries (De Drie Gemeenten” te Heerenveen. Huisgenoten van leden betalen fl.0,50 en niet-leden zijn welkom voor fl.1,-. Verkoop daarvan bij de ingang van de zaal aan de Vleesmarkt. (later de Bibliotheek van Zuid-Oost Friesland).

06 NvdDag Dank van Dapperen 1892 10 13Wanneer het jaar 1892 aanbreekt, wordt dat een hoogtepunt in de muzikale carrière van de heer van Dapperen. Op 4 oktober 1892 meldt het Algemeen Handelsblad, dat ‘gisteren’ de 3e october in de Herv. Kerk te Heerenveen de heer van Dapperen 50 jaar als organist feestelijk wordt herdacht. Een dag later op de 5e vinden we in het Nieuws van den Dag een uitgebreid bericht over deze gebeurtenis als toonkunstenaar. Tevens worden wat bijzonderheden genoemd, zoals het gegeven dat hij is eerst is opgeleid door zijn vader te Baarn en later prima onderricht heeft gehad van de componist Schneider in Dessau. Zijn trouw aan de Heerenveners komt tot uiting door zijn leiderschap van Gemengd Koor en het Heerenveense Mannenkoor, maar eerder ook bij een vroegere orkestvereniging (Euterpe). Ds. Thoden van Velzen uit Gorredijk preekt die zondag naar aanleiding van Psalm 150 vers 4: Looft Hem met snarenspel en orgel”. In de consistorie werd Van Dapperen na de dienst nog gefêteerd met hartelijke woorden. Enkele dagen later vindt U zijn ‘hartelijken dank’  in het Nieuws van den Dag van 13e october 1892.

Zeer verrast mag ik - als oud-leraar Lich. Opvoeding - wel zeggen een aankondiging te mogen lezen in het Nieuwsblad van de Boekhandel van 19 juni 1894, dat de heer van Dapperen zelfs muziekcomposities schreef voor een boek. Bij de uitgever H.A. Stadermann Jr. te Baarn verschijnt dat jaar “MUZIEK VOOR EEN VIJFTAL VRIJE-EN STAAFOEFENINGEN” van zijn hand. Onze plaatsgenoot de gymnastiekleraar Hendrik Jan Barend Biekart zal daarmee blij zijn geweest voor zijn lessen aan de Hogere Burgerschool.

In het midden van de jaren negentig van de 19e eeuw moet de heer Van Dapperen door gezondheidsproblemen steeds meer werkzaamheden uit handen geven. Het Leeuwarder Nieuwsblad van 10 februari 1930 vertelt in een historisch artikel, dat de viering van het 25 jarig bestaan van ‘Gemengd Koor’ slechts met een vervangende dirigent op ‘de bok’ kan worden gehouden. De heer Van Dapperen mag toezien hoe zijn toekomstige opvolger - de heer J. Godefroy uit Steenwijk - de honneurs op voortreffelijke wijze waarneemt.  Overigens is deze uitvoering pas op 12 april 1896 een feit geworden in de grote zaal van het Posthuis met onder andere solistische bijdragen van drie bekende Heerenveense persoonlijkheden, die het eveneens in de muziek ver hebben geschopt. Dat zijn de sopraan mej. J. Tobbe, dochter van de plaatselijke huisarts tevens president van ‘Gemengd Koor’; de bas Johannes Schmier,  07 Van Gruisenorgel‘de’ Heerenveens- Amsterdamse concertzanger en mej. Johanna Wilhelmina van Dapperen, die de piano-begeleiding voor haar rekening neemt.

Het onvermijdelijke afscheid van onze muziekmeester Jan Hendrik van Dapperen komt tenslotte als een bericht in ons plaatselijk verschijnende courant. Het Nieuw Advertentieblad van 22 december 1897 verwoordt het als volgt:

“Een geacht plaatsgenoot die in de muziekwereld zich in wijde kring een uitstekende naam had gemaakt, de heer J.H. van Dapperen, is heden in de ouderdom van ruim 76 jaar oud overleden. Bijna een halve eeuw is de heer Van Dapperen de ziel geweest van het muzikale leven in onze plaats; met groote luister is enige jaren geleden zijn 40 jarig jubilé gevierd. De overledene was lange jaren directeur van ‘Gemengd Koor’ en ‘t Mannenkoor, en organist van de Ned. Herv. Kerk”.

Foto: Het prachtige Van Gruisen-orgel uit 1790.

Als een koude douche ervaren we het verslag van de Raadsvergadering van 24 December, drie dagen na zijn dood op 25 december in dezelfde krant. “De jaarwedde van de muziekonderwijzer wordt geroyeerd fl.150,- nu de heer van Dapperen is overleden. Er zal geen opvolger worden aangesteld”.

Jan Hendrik van Dapperen heeft dan inmiddels zijn laatste rustplaats gevonden op de Algemene Begraafplaats in de Gemeentetuin ten zuiden van het schoolplein (Perk A, regel 3, grafnummer 72), waar zijn echtgenote dan al ruim 21 jaar ligt.

De vier kinderen (Louise in Zutphen, IJmkje in Den Haag, Jan Andries in Den Haag en Jeanette Wilhelmina Bouman-van Dapperen te Heerenveen) besluiten tot een snelle procedure ten aanzien van de nalatenschap van hun vader met de hulp van notaris Sybrand Willem Hendrik Adriaan van Beyma thoe Kingma. Hij passeert in hun opdracht een minuutakte van provisionele en finale toewijzing van een herenhuis met erf en lokaal te Heerenveen, waarvoor de koper Jan Jans Smilde te Heerenveen bereid is  fl.3154,- te betalen. (Repertoire nr. 057104, aktenr. 00035)

Na enig zoeken in het Nieuw Advertentieblad van het jaar 1898 - uitgegeven door Jacob Hepkema - is de aankondiging in het exemplaar van 15 januari volledig na te lezen, namelijk: ....”De notaris Van Beyma thoe Kingma te Heerenveen zal op maandag 17 januari e.k. ’s avonds 7 uur ten huize van A. Steenbergen, Hotel “De Zon” te Heerenveen, ten verzoeke van de heer J. Wierda q.q.., veilen:  Eene zeer goede en degelijk onderhouden Heerenhuizinge met beschoten dak, waarin: gang, voorkamer, middenkamer, keuken, kelder; boven: voor-en achterkamertje en daarachter gelegen plaats met alleenstaand locaal geschikt voor vele affaires, staande aan het Breedpad te Heerenveen, bewoond geweest door wijlen den heer J. van Dapperen. Te bezichtigen daags voor de veiling. Aanvaarding 1 maart e.k.”

Weliswaar met het bekende jaar vertraging van de kadastrale registratie wordt duidelijk, dat slager Jan Jans Smilde te ‘t Meer de nieuwe eigenaar is geworden (legger 1255.5) van kad. perceel A-998 aan het Breedpad. De grootte van dit huis met erf bedraagt 1.80 are, en het daaraan gekoppelde huis met erf van 0.56 are onder A-999 vertegenwoordigen samen een bebouwde waarde van fl.250,-. Het daadwerkelijk betrekken van het pand staat in het Bevolkingsregister 1880-1900, folio 425 geregistreerd op mei 1898, nadat hij vanaf mei 1893 in ‘t Meer heeft gezeten. Daaraan vooraf is gegaan de aanvraag voor een hinderwetvergunning door Jan Jans Smilde voor een slagerij in huisno. 480, kadastraal A-998 en A-999. Er zijn wel bezwaren ingediend door Sjoerdina Faber, weduwe van Geert Hendriks Pijlman, eigenaar-gebruikster van A-807 en A-389 ten zuidwesten; firma F. en B. Spandaw, eigenaren en gebruikers van A-1550 ten noordoosten en A. Weener, huurder van het bezit van Albert Hendriks Propstra te Nijehaske van A-807 ten zuidoosten. Zij willen niet tegenwerken, maar stellen wel voorwaarden. Het bloed moet direct verwijderd worden; geen mesthoop bij het huis; geen stalling voor vee en de werkzaamheden mogen niet hinderlijk zijn.

08 hinderwetDe plattegrond van Hinderwetvergunning nr. 67, d.d. 12 april 1898, door Jan Jans Smilde, slager, aangevraagd voor Breedpad.  Van boven naar beneden: ‘Plattegrondteekening van door Jan Jans Smilde op te richten Slagerij.’ In rechthoek: ‘Slagerij’ en ‘Stookpot’. Tussenruimte: ‘Bleek’. Dan van boven naar beneden: ‘Keuken’, ‘Kelder’, ‘Woonkamer’. L-vorm: ‘Slagerij’ en daarnaast rechts: ‘Voorkamertje’. Rechts lang de woning, bleek en slagerij staat: ‘Steeg’. (Gem.archief)

Alle informatie over de verkoop van de erven Van Dapperen aan Jan Jans Smilde zijn ons ook langgeleden ter hand gesteld door de heer Bob Hoekstra als ‘Procesverbaal van Veiling 1898’. Enkele details die nog niet zijn genoemd laten we graag nog even volgen. De definitieve veiling is op 31 januari 1898 bij de koffiehuishouder Jan de Vries te Heerenveen in ‘De Drie Gemeenten’.  Het bod van de voorlopige veiling van Siebe Thaes Bakker, bakker te Nijehaske, van fl.3150,- wordt daar alsnog verhoogd tot fl.3154,-. De erven van Dapperen t.w. Louise (muziekonderwijzeres te Zutphen), IJmkje (onderwijzeres te Den Haag), Jan Andries (muziekhandelaar te Den Haag) en Jeannette Wilhelmina (ega van Jan Libbe Bouman) zullen daartegen weinig hebben ingebracht. De beperkende voorwaarden van de massale zijmuur en de goten zijn ongewijzigd overgenomen. Ook het onderhoud van het stek als afscheiding met de steeg van Propstra heeft nog geldigheid, net als de afbraakregel van het pakhuis.

De nieuwe eigenaar en bewoner Jan Jans Smilde is de oudste zoon van Jan Egberts Smilde, slagter te Nijehaske (volgens het boek “Vetgedrukt” over de vetsmelterij Smilde, door Maartje Fontani, in 1841 al aangeslagen als ‘inlands kramer in vlees en spek met ade’) en sinds 15 mei 1845 getrouwd met Maria Jans Ramkema. Deze wordt geboren op 1 januari 1846. Jan Egberts krijgt met Maria nog 5 kinderen, waarvan de laatste (Trijntje) wordt geboren in Rottum op 6 mei 1864. Zijn echtgenote overlijdt - misschien als gevolg van deze geboorte - op 28 juni 1864 op 43 jarige leeftijd te Rottum. Gelukkig kan het gezin op 30 dec. 1865 hun tweede moeder Sjoukje Aukes Bos uit ‘t Meer (weduwe, 31 jaar) verwelkomen, waarmee vader Jan Egberts die dag is getrouwd. Inmiddels is Jan Egberts Smilde al verhuisd naar Nieuweschoot, waar hij als boer en (vee)koopman een nieuw bestaan wil opbouwen. Tevens betekent het ook dat het gezin nog wordt uitgebreid met vier kinderen uit dit tweede huwelijk.

Op 20 augustus 1876 is oudste zoon Jan Jans Smilde 30 jaar en vindt een partner in Christina Brouwer, 31 jaar, dochter van Reinske Klazes Brouwer en Uilkje Romkes Zwarteveen. Hij is door  zijn vader opgeleid in het boerenbedrijf en wordt na zijn huwelijk arbeider in ‘t Meer, waar zijn echtgenote vandaan komt. Maar kennelijk heeft hij de familiegenen, waar de Smilde’s bekend om waren en tot grote hoogte zijn gestegen in die branche. Hij kiest tenslotte voor het beroep van ‘slagter’ of ‘vleeschhouwer’. In de geboorteakte van zijn zoon Jan van 8 december 1878 wordt dit voor het eerst vermeld. Ook in de geboorteakten van Rinske (1880), Martinus (1882), Maria (1884) wordt hij ‘vleeschhouwer’ genoemd te ‘t Meer. Laatste zoon Reinske mag de nieuwe spelling op laten nemen in de geboorteacte van 31 oktober 1886, namelijk ‘slager’.

In de periode dat Jan Jans Smilde zich ongetwijfeld manifesteert naar zijn klantenkring, die uiteraard nog volledig moet worden opgebouwd, hebben we pas wervende advertenties kunnen vinden vanaf ca. 1903. De ‘fijne Rook-en Leverworst’ maakt hem kennelijk tot een specialist in dit product. Het huis heeft inmiddels per 1900 weer een nieuw huisnummer toegewezen gekregen, nl. 541. Uit een advertentie van collega-concurrent Andries de Jong uit de Hepkemakrant van 26 mei 1906 met de intrigerende zin: “ Ik ga met de Prijscourant van J. Smilde geheel mee, enkele deelen zijn bij mij nog goedkooper te verkrijgen. Aanstaande week heb ik plan enkele gedeelten rundvleesch met 5 en 10 st. per kilo te verlagen.” trekken we de conclusie dat er nog nauwelijks gestunt wordt tussen de slagersbedrijven met wekelijkse aanbiedingen. Een prijscourant zal voor langere tijd hebben gegolden.

09 Adv Spek NvFrl 1913 05 10 Smilde sepiaDe krantenuitgever speelt daarin ook een rol. De verbeterde faciliteiten, welke de Hepkemakrant voor haar abonné’s ter beschikking stelt, zullen de veranderingen hebben beïnvloed. Zo valt op 10 mei 1913 van Jan Jans Smilde een geïllustreerde advertentie op over zijn (eigengeslacht) gerookt SPEK.  Mogelijk dat hij in de kring van geloofsgenoten van de Chr. Gereformeerde gemeente enige goodwill heeft ondervonden. Het gegeven namelijk, dat hij in 1901 een ‘Winkelhuizinge en Woningen te Het Meer’ door notaris R. Barends wil laten veilen op woensdag 16 october 1901 in het ‘Koffijhuis van Jager te Heerenveen’ getuigt van redelijk succesvol ondernemerschap, temeer daar hij zichzelf dan al sinds mei 1898 te Heerenveen heeft gevestigd op het Breedpad.  Het woonhuis is ten tijde van deze advertentie van 12 oktober 1901 bewoond door zijn broer Egbert Smilde, die er fl.120,- huur per jaar betaald. Een tweede en derde perceel zijn twee woonkamers c.a. (bleekje), beide ten noorden van het winkelperceel, resp. bewoont door R. Bakker en S. Wijngaarden, elk voor fl.32,50 huur. Hoe de provisionele veiling afloopt lezen we in een vervolgadvertentie van 30 oktober 1910, wanneer tevens de finale veiling gaat gehouden worden ‘ten koffiehuize van S. Blomberg te Heerenveen’. Er blijkt te zijn geboden voor het winkelhuis fl.1150,- en voor de woonkamers resp. fl.220,- en fl.225,-. De uiteindelijke nieuwe eigenaar hebben we niet kunnen vaststellen.

Zoon Jan Smilde Jr., die is geboren 10 december 1878, is kennelijk in een onstuimige fase van zijn jongemannenbestaan al geëmigreerd naar Amerika. Dat valt af te leiden uit een advertentie in het Nieuwsblad van Friesland van 21 januari 1911. Concludeert uzelf uit de volgende tekst: “NAAR AMERIKA ! Ondergeteekende is voornemens den 16e Maart a.s. met de “LUSITANIA” via Liverpool naar Amerika terug te keeren, en hebben zij, die mede wenschen te reizen, zich vroegtijdig, en zoo mogelijk vóór 1 Maart a.s. zich aan te melden bij J. SMILDE Jr, Breedpad, Heerenveen.”  Ter verificatie raadplegen we derhalve het Bevolkingsregister van Heerenveen van 1900 tot 1910 van het Smildegezin (SCO 1946). Daarbij blijkt Jan Jr., die dan wel als ‘slager’ staat vermeld, maar met een ‘o’-tje (ondergeschikte) op 13 mei 1900 naar Groningen te gaan. Op 16 mei 1901 komt hij terug van Groningen naar Heerenveen en vertrekt dan op 14 april 1902 naar Grand Rapids (N. Amerika). Hij is dan ruim 23 jaar. Negen jaar later is hij weer even in Heerenveen, dus. Is hij succesvol geweest in Amerika als ‘butscher’ ? Hoe zou het hem zijn vergaan ?

Het zal zich hebben afgespeeld in 1914 of iets eerder, dat vader Jan Jans Smilde zich tot zijn zoon Reinske (1886) heeft gericht met zijn besluit een stapje terug te willen doen. Hij is inmiddels 68 jaar en zoonlief heeft dan voldoende zicht op de slagersvaardigheden om de leiding te kunnen nemen. Zijn eerste vacature-advertentie in het Nieuwsblad van Friesland is van 9 december 1914, waarin hij zijn plaats in de hiërarchie probeert op te vullen. “Direct gevraagd een Slagersknecht, 2 à 3 jaar bij het vak, liefst van chr. beg., bij R.J. Smilde, Breedpad, Heerenveen.” Vader Jan Jans Smilde blijft weliswaar kadastraal eigenaar en zorgt in het dienstjaar 1914 nog voor een zogenaamde ‘vernieuwing’.  Daarvoor is een bouwvergunning aangevraagd, waarbij wordt gesproken over het gedeeltelijk vernieuwen en verbouwen van het woonhuis, de winkel met de slagerij. Er komt een nieuwe kap op het bestaande gebouw van 6.65 meter breedte en een variabele lengte van 12.45 meter tot 13.50 meter lengte. De Gebroeders K. en H. Telgenhof uit Nijehaske aanvaarden deze verbouw op Breedpad 480 (het officiële huisnummer is inmiddels 500 geworden per 1910), nadat de vergunning nr. 676  op 11 mei 1914 is verleend.

10 Breedpad 1916De ‘vernieuwing, welke door Jans Jans Smilde is tot stand gebracht, is het beste te illustreren met een in Oldeholtpa op 15 juli 1916 gestempelde prentbriefkaart. Het is een uitgave van de firma H. Bokma, Dracht 25, Heerenveen met het opschrift: ‘Gezicht op ‘t Breedpad’.  In het fotoarchief van Museum Heerenveen is dit het eerste beeld na de vernieuwing. Van het kenmerkende puntdak is het omgevormd tot een ‘heerenhuizinge’ van twee verdiepingen met een zolderverdieping en aan de Breedpadzijde een dakkapel.

Een wezenlijke beslissing is dat vader Jan gaat verhuizen naar de bovenwoning, die wordt aangepast voor hem en zijn vrouw. Dochter Maria (geboren 1884) is aangewezen op specialistische hulp en wordt opgenomen op 2 juni 1914 in het krankzinnigengesticht Veldwijk  te Ermelo. Met het uitbreken van de eerste wereldoorlog worden er ook door de Nederlandse Regering een aantal maatregelen genomen, die te maken hebben met distributie en voedselvoorziening. De zelfstandige slagers in alle drie delen van Heerenveen worden in het Nieuwsblad van Friesland van 1 juni 1916 geconfronteerd met een bekendmaking door alle drie de burgemeesters van Schoterland, Aengwirden en Haskerland samen. Tengevolge van levering van slachtvarkens door het Rijks Centraal Bureau voor afzet van varkens en varkensvlees voor de Slagersvereniging te Heerenveen is een lijst opgesteld van de namen van alle slagers (tien Heerenveners, waaronder R.J. Smilde), die het spek en varkensvlees voor vastgestelde prijzen mogen leveren. Daarvan staat een achttal producten met name vermeld: spek; lappen; rollade; gehakt; carbonade; worst; haas en reuzel. Met de prijzen daarvan per halve kilogram (5 ons).

In een vorige aflevering (HIP-Time 134) hebben we al melding gemaakt van de botsing tussen Reinske Jans Smilde met de ‘grote’ vetsmelter N.V. Gebrs. Smilde over vetsmelt-aktiviteiten in een loods op de Badweg van Reinske onder de produktnaam ‘Smilde’. Reinske heeft in 1925 een partnerschap aangegaan met Willem van Popta. Zij adverteren eveneens met gesmolten vet met de naam “Firma R.J. Smilde en Co”. Het loopt uit op een slepende rechtszaak en mondt uit in een faillissement, waarvan het beëindigingsbericht pas in 1937 in de Staatscourant is te vinden. We hebben in het bevolkingsregister van Heerenveen uit de periode 1910-1920 al vastgesteld, dat huisnummer 480 is ingeruild tegen het huisnummer 500 aan het Breedpad. Daarop treffen we de latere opvolger in de zaak dan aan als ‘slager (o)’ Otto Hoekstra, die op 5 juni 1920 in dienst treedt bij R.J. Smilde. Hij is dan een 15 jarige jongeman, want hij is geboren op 7 juni 1905 te St. Nicolaasga. Op 13 mei 1927 is het zover, dat R.J. Smilde het publiek laat weten dankbaar te zijn voor het jarenlang vertrouwen en dat hij met het volste vertrouwen zijn zaak overdraagt aan O. Hoekstra. Deze verwijst naar de tekst van Smilde en maakt het publiek bekend, dat hij de jarenlang bestaande ‘Vleeschhouwerij en Spekslagerij’ heeft overgenomen. Op woensdagavond 18 mei denkt hij de zaak aan het Breedpad - in 1921 is het nr. 500 hernummerd tot 511 - te openen. Vanaf de 16e wordt een extra zware Jonge Koe (levend gewicht 1500 pond) ter bezichtiging gesteld. 

Wanneer we het over 1927 hebben moet nog wel even worden gemeld, dat Otto Hoekstra voor het perceel A-998 en A-999 en huisnummer 511 een bouwvergunning nr. 1738 wordt verleend per 1 augustus 1927. De bedoeling is de ‘oprichting van een slagerij’. Uit de stukken blijkt het te gaan om een ‘slachtplaats’ in een gebouwtje van 20.7 m2 en een hoogte van 3.50 meter op een 12 cm dikke betonplaat. Bouwmeester K. Telgenhof werkt van een bouwtekening met een schaal van 1 op 50. De conclusie op de website ‘Huizendata’, dat Breedpad 13 in 1927 is gebouwd is duidelijk niet correct. Uitgebreid dus !

De hieronder staande scan van een foto uit de Heerenveense Courant van 2 juni 1977 heeft als bijschrift gekregen: “De eerste koe die slager Hoekstra 50 jaar geleden (rechts op de foto) ‘bij de horens vatte’. Het dier werd nog gekocht door zijn baas R.J. Smilde.” Het artikel, waarbij de foto is geplaatst, luidt dan:

11 Slachtkoe zw wit                     “Slagerij Hoekstra 50 jaar. Vleeschhouwerij uitgebreid tot modern slagersbedrijf.”

Terug naar de 22 jarige Otto Hoekstra, zoon van Sies Hoekstra, winkelier te St.Nicolaasga (Doniawerstal), en Marijke Stegenga. Otto heeft in zijn Heerenveense jaren Trijntje Wouda, dochter van Bote Wouda, kweker te Oranjewoud, en Aafke Schaaf, het hof gemaakt en gaat op 12 mei 1927 ‘onder de geboden’. De plannen zijn goed en degelijk voorbereid, want Otto vraagt op 15 februari 1927 al een dagmeid per mei voor het adres Breedpad 511. (N.v.Frl). De eerste jaren moet hij de concurrentie op het Breedpad aangaan met slager D. Nauta op het eerste deel van de straat tussen Dracht en Spandawbrug en met “Volksslagerij J. Riksma” op het stuk naar de Badweg.   Uiteraard geven de advertenties in het Nieuwsblad van Friesland in die eerste jaren ook een kijkje op de werving van goede slagersknechten, die bij voorkeur van de Gereformeerde Godsdienst dienen te zijn. Na ruim drie jaar laat Otto Hoekstra zich nog in schrijven in het handelsregister Friesland op het adres Breedpad 511, terwijl hij twee maand later in het Fries Dagblad een advertentie plaatst voor een dienstmeisje op het adres Breedpad 13, Heerenveen. De weinige advertenties voor zijn slagers-producten tot 1940 laten zich beschrijven als ‘kalfsvleesch’ (1929), dalende varkensprijzen (1930), ‘gesneden vleeschwaren’ (1932), gras kalfsvleesch (1933) en ‘fijne vleeschwaren’. Alleen het oorlogsjaar 1942 levert nog slechts één advertentie op voor een dagmeisje. In juni 1947 wordt in Heerenveen een ‘etalagewedstrijd’ gehouden ter gelegenheid van de HANIWO-III tentoonstelling. In de groep ‘Slagers’ verwerft O. Hoekstra van de 6 deelnemers een 1e prijs. Het jaar erna - 1948 - maakt de Heerenveense Koerier van 17 oktober melding van zijn deelname aan een ‘lintenwedstrijd’.

Privé is 1952 het jaar om op 12 mei hun 25 jarig huwelijk te herdenken en van 3.30 tot 5.00 uur te vieren met een receptie in het Posthuis. Zakelijk wordt er in de slagerssector ook steeds meer samengewerkt als het gaat om b.v. een vakantieregeling. Zo lezen we in de Friese Koerier voor de eerste keer, dat de Heerenveense Slagers van 3 tot 8 augustus 1952 vakantie houden. Op 24 juli 1953 is de regeling al verbeterd tot twee perioden: 27 juli tot en met 1 augustus voor 7 slagers en 3 tot en met 8 augustus voor eveneens 7 slagers. Het heeft hen wel even bezig gehouden om de juiste te vorm te vinden, want in 1954 is er zelfs sprake van drie perioden van een week.

Een nieuwe generatie Hoekstra staat in de startblokken om het bedrijf opgenomen te worden. Vader en zoon hebben daarvoor een compagnonschap gecreëerd. Zoon Bote (roepnaam Bob) heeft in Minke Agatha van der Laan de gewenste partner gevonden om als eerste stap het huwelijksbootje richting het gemeentehuis te Heerenveen te sturen op dinsdag 2 september 1958 en vervolgens de kerkelijk bevestiging te krijgen om 3 uur in de gereformeerde kerk te Heerenveen bij monde van de weleerwaarde heer  ds. W.H. de Boer. Aansluitend zullen ze recipiëren van 4.30 tot 6 uur in de Schouwburg te Heerenveen. Hun toekomstig adres wordt dan Breedpad 13.  Twee maanden later - het plan zal al wel enige voorbereidende tijd hebben gekend - draagt het Architectenbureau Bosma en van Houten te Drachten-Heerenveen namens de heer O. Hoekstra te Heerenveen (vader doet nog mee) aan het aannemersbedrijf K. Telgenhof de verbouw op van een behuizing op het Breedpad te Heerenveen.  In 1962 treedt vader Otto uit de compagnonschap en neemt Bob het bedrijf over. Die transactie wordt beschreven in een nadere koopovereenkomst, die door notaris Veeninga te Heerenveen is opgemaakt tussen Otto Hoekstra (en Trijntje Wouda), slager te Heerenveen, en zoon Bote Hoekstra, eveneens slager. Het betreft: het winkel-en woonhuis met slachtplaats, erf en grond aan het Breedpad nr. 13, kad. gem. Heerenveen A-4136, groot 2 are en 36 centiare. Wel is er nog een verwijzing naar art. 1302 en 1303 van het Burgerlijk Wetboek, die gaan over het recht van ontbinding en waarvan afstand wordt gedaan.

Het artikel in de Heerenveense Courant van 2 juni 1977 onthult ons, dat een nieuwe functionele opzet in de planfase met architect Kliuwstra wordt doorgepraat en ook met de personeelsleden. Een uitbouw aan de achterkant blijkt mogelijk omdat zij het westelijke, naastliggende pand reeds in eigendom hebben. De te verbouwen winkel heeft prioriteit en moet natuurlijk gewoon blijven draaien terwijl opnieuw Telgenhof bezig is met de uitvoering van de geplande bouwwerkzaamheden. Verschillende bedrijven met hun specifieke kwaliteiten worden te hulp geroepen, zoals PéWé uit Nieuwehorne voor electra, Bregman voor centrale verwarming, Nederhoed voor speciale hangwerkconstructies, ten Hulscher voor machines en Kalsbeek voor koeltechnieken en airconditioning. Na de heropening en modernisering van de winkel is het de bedoeling om een uitbeenhal te bouwen, een worstmakerij met volautomatische rokerij en een ruimte voor het maken van vacuümverpakkingen en inblikken. Uiteraard ook een personeelskantine met douchegelegenheid, een kantoor en een afdeling voor de ‘vlugklaar’-producten. Met al deze verbeteringen is ook de presentatie gediend met o.a. als resultaat de eervolle aansluiting bij het ‘Worstenmakersgilde’. Kortgezegd krijgt een uitbreiding van de afzet, zowel aan particulieren als bedrijven door de verbeterde accomodatie en het mede daardoor gemotiveerde personeel, een uitstekende kans de verandering in koopgedrag en eetgewoonten op te vangen. Juist de oudste generatie blijft als inkoper actief zijn steentje bijdragen. In 1977 is derde generatiegenoot - de jonge Otto, die in 1962 is geboren - bezig zich voor te bereiden op eveneens een carrière in het vleeswarenbedrijf.

Hoewel we van de volgende koopbrief niet over de juiste datering beschikken nemen we aan dat deze overeenkomst tussen Sijtze Sipkes de Jong, zonder beroep, als verkoper, en Bote Hoekstra (Bob dus), slager te Heerenveen, rond het jaar 1962 heeft plaats gevonden. Het gaat om een huizinge (bovenwoning, garage, erf en grond) met als adres Breedpad 15 en kadastraal nummer A-389, groot 1.82 are. We mogen aannemen, dat het volledig samenhangt met bovenstaande uitbreidingen in de bedrijfsvoering.

In het gebied tussen de Breedpadbebouwing en het pad vanaf de brug vanuit de Munnikssteeg over de Molenwijk tot aan de Propstrasingel wordt in het dienstjaar 1956 de N.V. Automobielbedrijf Jager en Wierda het eigendom over het perceel A-4173. Daaraan grenst het bezit van slager Hoekstra (A-4136).  In 1968 neemt notaris J.F. Oosterwerff op zich een akte van ruiling te formuleren tussen enerzijds de directeuren van het Automobielbedrijf Jager en Wierda en anderzijds slager Bote Hoekstra. Op 4 october 1968 worden de partijen het eens over de volgende deal. Hoekstra staat het afgebakende zuid-oostelijke gedeelte af ter grootte van 8 ca van het kadastrale perceel A-4136 en krijgt daarvoor in ruil het afgebakende noordwestelijke gedeelte ter grootte van 3 ca van het kadastrale perceel A-4137. De scheiding loopt langs de noordelijke buitenkant van de garagemuur van N.V. en dan langs de oostelijk muur van Hoekstra’s bezit. Bijzonder bepaling is dat er erfdienstbaarheid blijft op het gebruik van de Propstrasingel, alleen voor personenauto en bestelwagen vanaf het Breedpad.

Onze ‘openbare’ bronnen (gedigitaliseerde kranten, internetsites, archieven) blijken voor de periode tot 1980 redelijke veel interessante gegevens te bevatten. Daarna ben je grotendeels aangewezen op zeer tijdrovende mondelinge informatie via interviews, gesprekken, e.d. Reclame-materiaal wil nog wel eens bruikbare informatie opleveren, zoals b.v. de ‘Gemeentegids voor Heerenveen’, doch door de hoge kosten voor reclamevermeldingen maken de slagerswinkel daarvan een spaarzaam gebruik. Vermoedelijk omdat het rendement daarvan moeilijk in uit te drukken in percentages van de jaaromzet. Het zal met de wekelijkse reclameuitingen via strooifolders, krantenadvertenties van akties, e.d. beter zijn te sturen.

Natuurlijk kijken we ook even of er landelijke en/of regionale initiatieven zijn op het gebied van het slagersambacht, waarin bedrijfskwaliteit en vakonderwijs een hoofdrol spelen en een goede bedrijfsvoering stimuleren. En deze blijken er inderdaad te zijn gekomen. Zo is op 1 januari 1983 het “Instituut van Ambachtelijke Slagersproducten” (IAS) te zijn opgericht door het Bedrijfschap Slagersbedrijf en het Slagersvakonderwijs. Het doel is het stimuleren van het maken van slagers-producten van hoge kwaliteit. Het Instituut laat daartoe worsten en vleeswaren op voor de slager onverwachte momenten keuren en kent bij goede bevindingen een ‘gouden’ of ‘zilveren’ ster.

Het slagersbedrijf Hoekstra aan het Breedpad, die de doelstellingen van het IAS van harte steunt en in een eerder fase zelf flink in haar worstenmakerij heeft geïnvesteerd, gaat uiteraard ook in op die uitdagingen. Zo lezen we in de Leeuwarder Courant van 1 februari 1986, dat er 20 friese personen of bedrijven voor een onderscheiding in goud en zilver in aanmerking zijn gekomen. Na de kwaliteitskeuringen (op geur, smaak en verantwoorde samenstelling) van rookworst, gekookte worst, leverworst, hausmacher, gebraden gehakt , gekookte achterham en droge worst zijn er o.a. ook voor O. Hoekstra jr. te Heerenveen zilver voor zijn leverworst en boerenleverworst en goud voor zijn droge worst. Een jaar later is er opnieuw een ‘contest’ geweest en wordt de uitslag onder de kop “Friese slagers bekroond met goud” een artikel in de Leeuwarder Courant van 21 september 1987 geplaatst. In Biddinghuizen zijn 700 certificaten uitgereikt voor bekroonde vleeswaren aan ambachtelijke slagers. Dat gebeurt ook nu op initiatief van het ‘Instituut voor Ambachtelijke Slagers’, die keuringen heeft uitgevoerd op de drie criteria. Tot de 26 friese slagersbedrijven, die worden bekroond en op hun vleeswaar een ‘gouden ster’ mogen voeren, behoort ook - onze - Otto Hoekstra jr. uit Heerenveen. De Leeuwarder Courant van 1 december 1992 verrast ons met een advertentie met als inleidende tekst: “De Friesche ambachtelijke slagers maken (h)eerlijke ‘droege woarst’ met de smaak van Friesland. Naast de bekende ‘heale meter’ is de ‘fryske droege woarst’ ook verkrijgbaar in ‘in nysgjirrich buske’. Een leuk kado voor uw familie of relatie, dat altijd in de smaak zal vallen.” Tot die Friesche Ambachtelijke Slagers behoort dus als een van de uitverkoren leden: ‘Heerenveen, Breedpad 13, O. Hoekstra’.

De nog steeds ‘jonge’ Otto Hoekstra (1962) grijpt in de Gemeentegids voor Heerenveen voor het jaar 1993-1994 zijn kans om in de categorie slagerijen zijn “Friesche Ambachtelijke Slagerij O. Hoekstra. Breedpad 13, 8442 AA Heerenveen” met telefoon-en faxnummer onder de aandacht van de Heerenveense inwoners te brengen. Ook in de gids van 1994-1995 wordt deze informatie gevonden/  Met de gids van 1995-1996 wordt met de slogan ‘Uw adres voor kwaliteit, service en garantie’ opnieuw de aandacht getrokken. De gids van 1996-1997 herhaalt deze boodschap nog weer eens. Daarna slaat Hoekstra twee gidsperioden over en komt voor de laatste keer terug met een vermelding in de Gemeentegids van 1999-2000. Dan is de inhoud:  “Friesche Ambachtelijke Slagerij Hoekstra. Vertrouwde naam, vernieuwd bedrijf. Breedpad 13, 8442 AA Heerenveen.” Ondanks het raadplegen van oude telefoongidsen, gouden gidsen, gemeentegidsen als secundaire bronnen hebben we geen berichtgeving gevonden, die de bedrijfsbeeindiging meldt. Wel vinden we een reclame-uiting in de vorm van een papieren boodschappentas, uitgereikt bij het Heerenwal-festival van mei 2000 met daarop een reclame-uiting van de toekomst van de slagerij. We citeren: “Slagerij Hoekstra wordt Slagerij Koopmans, de Friesche ambachtelijke Slager.” Ten bewijze een foto met de sporen van huishoudelijk gebruik:

12 Hoekstra Koopmans 2000Ons Heerenveens internet-medium <www.flitsnieuws.nl> heeft in ieder geval over een opvolgende gebruiker van het pand Breedpad 13 geschreven op 27-09-2010 en op 29-09-2010. Op zaterdag 2 oktober 2010 zal er op dit adres een nieuw Hobby-en Creativiteitswinkel worden geopend door ondernemer W. van der Zee. Het heet hobbywinkel “De Rode Vos” en verschaft mogelijkheden voor leerbewerken, schilderen en tekenen, scrapbooking, stansen, sieraden maken, stempelen en wenskaarten maken. Inmiddels - we weten niet hoelang al - is het bedrijf weer verdwenen en is haar website een ‘dode’ letter.

13 GeldXpert 2016Thans in 2016 zit er de ‘GeldXpert’ met als specialiteiten hypotheken en verzekeringen. “Geldexpert Heerenveen” is volgens hun website opgericht in 2000 en wordt vorm gegeven door Frits de Vries, erkend hypotheekadviseur, en Menno de Vries, eveneens erkend hypotheek-adviseur maar tevens registeradviseur in Verzekeringen (Assurantiën). Zij zijn geen familie van elkaar, zijn sinds 1992 werkzaam in de financiële dienstverlening en hebben nu sinds enige tijd een klein kantoor met enkele medewerkers (een hypotheekspecialist en een hypotheekassistent) op Breedpad 13. Landelijk wordt sinds 1997 een directe naamsbekendheid en een goed imago opgebouwd door dit coöperatief samenwerkingsverband van hypotheekadviseurs in verschillende plaatsen in Nederland.

Tenslotte werpen we nog een laatste blik op een schilderij van de hand van K. Krikke uit Heerenveen. Het schilderij is gedateerd met het jaartal 1927. Het tegenlicht van een door de wolken laagstaande of ondergaande maan of een doorbrekende zon geven dit in donkere tinten geschilderde Breedpad, Hoofdbrug en Kruiskerktafereel een zeer bijzondere lading. Het Museum Heerenveen prijst zich gelukkig met deze historische schildering van K. Krikke, die in de inventaris het objectnummer 223 heeft gekregen.

14 Schilderij Krikke 1927

 

Er hangt echter nog wel een mysterie rond het schilderij. Als K. Krikke wordt aangenomen de huisschilder-kunstschilder Klaas Krikke (1847-1923). Dat mysterie zit in het ‘posthume’ van het schilderij. Daarvoor lijken weinig argumenten te vinden. Met andere woorden: ????

2016, september 25 - wibbo westerdijk - hip-backup

Webdesign© ajk