HIP-TIME MAGAZINE 82  

Hoe je Heerenveen voor 1980 ook benadert, altijd is er dat onmiskenbare opvallende baken: de Watertoren aan het Gemeenteplein. Bij de datering van fotografische opnamen zoek je steeds de meest prominente herkenningspunten. En het moet worden erkend, dat op dat lijstje meestal als eerste de watertoren wordt genoemd. Deze foto met Museum Willem van Haren-nummer 01794 dateert van augustus 1980 en is gemaakt door Marga Hottinga, de dochter van de heer Hottinga, medewerker van de technische dienst van de P.T.T. Dat zijn althans de gegevens, die achterop de ingevoerde foto staan.

De verschillende gegevens, die U in onze rubriek over de watertoren bent tegenkomen zijn al talrijk, maar vormen natuurlijk geen monografie over dit beeldbepalende pand. Er is wel eens een zinsnede geweest over de stichting en over de problemen daarbij en natuurlijk over de ‘discutabele’ beslissing van de afbraak en de daarmee gepaard gaande onrust onder een deel van de bevolking. Eigenlijk is het wachten op een ‘sneuper’, die het volledige verhaal van stichting tot sloop eens degelijk op papier zet. Er liggen ‘formeel’ voldoende aanknopingspunten in het archief van de gemeente Heerenveen. De inventarissen van de gemeenten Schoterland (inv. nr. 2595) en Aengwirden (inv. nr. 2307) en van de gefuseerde gemeente Heerenveen (talloze dossiernummers) tonen het grote belang van de drinkwatervoorziening. Eerst door N.V. ‘De Heerenveensche Waterleiding’ en na overname in 1954 door de ‘N.V. Intercommunale Waterleiding Gebied Leeuwarden (IWGL)’.

Op de voorgrond over de gehele breedte van de foto ziet U een detail van het aangelegde hekwerk na de volledige restauratie van de Kolkmuren aan de Lindegrachtzijde. De motieven om deze neer te zetten zijn uiteraard ontleend aan ideeën over veiligheid voor de mensen, maar verschuiven langzamerhand in de loop der jaren naar ‘beheersing van de onderhoudskosten’ en naar ‘meer eigen verantwoordelijkheid’ van de gebruikers. Tenslotte heeft een anderhalf tot twee meter hoge steile kademuur zonder reddingshaken of een ladderconstructie én bij het te water raken een volledige afhankelijkheid van derden de Heerenveense driestelingen waarschijnlijk toch gemaand tot enige voorzichtigheid.

Kennelijk acht men destijds langs het Van Harenspad minder risico’s te lopen en kan daar de kademuur volstaan met een kleine opstaande rand, waar zelfs een auto enige moeite moet doen om er overheen te rijden. Dat is aan de Heerenwal wel eens anders geweest. Wat bovendien aan deze foto opvalt is de afwijkende ‘routing’ op het gemeenteplein, waar het beeld van Fedde Schurer van beeldend kunstenaar Guus Hellegers in 1974 zijn eigen ‘verhoogde’ plekje heeft gekregen. Een reconstructie van het plein ten dienste van de marktfunctie doet de gemeente besluiten het beeld een plaats te geven aan de zijkant van Oenemastate. Tegenwoordig met de serretenten van Het Gerecht is de benodigde ruimtelijkheid voor het bronzen monument (2.30 meter hoog × 70 cm breed × 25 cm diep) van de dichter-schrijver-journalist Schurer min of meer een farce geworden. Beelden

in de openbare ruimte worden gaandeweg overwoekerd door noodzakelijk geachte en gedoogde terrasfaciliteiten, straatmeubilair, reclame-uitingen en/of product-uitstallingen, hetgeen stilaan leidt tot enige ‘verrommeling’ van het straatbeeld.

In de jaren na de totstandkoming van deze foto wordt het autoparkeerbeleid op het Gemeenteplein grondig herzien mede vanwege de terugkeer van de zaterdagmarkt op dit plein. Er volgen in de loop der jaren talloze nieuwe initiatieven op het terrein van het autoverkeer, maar aan de drang om het autoblik zo dicht mogelijk bij je werk-of verblijfsbestemming te willen parkeren helpen zelfs blokkades, hoge parkeertarieven en boetes niet voldoende.

Links op deze foto ziet U een fragment van het pand van de belastingdienst en de uitgebouwde serre met pal om de hoek de toegangsdeur. Het hoge deel is in 1870 gebouwd als ‘postkantoor’ op aandrang van de Kamer van Koophandel, die het van belang vindt dat deze in het centrum van Heerenveen komt. De gemeente Schoterland geeft - na overleg met en op bouwvoorschriften van het rijk - aan gemeente-architect Elbert de Graaf de opdracht het gebouw te realiseren. Timmerman Petrus Anne Dijkstra doet dat voor fl.12500,-.  Onderdeel van de voorbereidingskosten is de demping van het eerste deel van de oostelijke gracht van Oenemastate. Dankzij de doctoraalscriptie Kunstgeschiedenis - “Een inventarisatie van postkantoren in Friesland van ca. 1850-1989” - van Johannes Tjepke Engwerda uit Hilversum aan de Universiteit van Utrecht, zijn wij in staat U kennis te laten nemen van de architectonische kenmerken van het oorspronkelijke gebouw.

Hij beschrijft het gebouw met een rechthoekige plattegrond met één verdieping, welke is afgesloten met een schilddak met drie schoorstenen. De gevelverdeling, zowel aan de straatzijde (3 ramen) van het Haringspad als aan het Gemeenteplein (8 ramen), is regelmatig verdeeld door veel bovenelkaarstaande vensters met spaarnissen en afgesloten met een brede korfboog. Gevels en dak zijn van elkaar gescheiden door een rondlopende vlakke lijst en dakgoot met geprofileerde rand, steunend op consoles. De publieksingang is aan het plein (tweede raamnis vanaf het westen) en de deur van de directeurswoning zit aan de linkerzijde van de gevel aan het Haringspad. Aldus de bevindingen van de heer Engwerda. Naast de deur van de bovenwoning zit ook de eerste steen. De tekst daarvan luidt: "De eerste steen gelegd / den 4 Juny 1870 / door / Jan BEECKMAN / oud 9 jaar." Hij is de zoon van de eerste directeur Martinus Hendrikus Beeckman, die deze functie bekleedt van 1870 tot 1874. Op 15 februari 1871 wordt het kantoor in gebruik genomen. In 1892 koopt het rijk niet alleen het pand voor fl.15000,-, maar ook een strook grond van 3 bij 20 meter voor fl.500,- van de gemeente. De verbouw behelst de aanbouw van een serre aan de pleinzijde, waarvan we op deze foto juist een klein verlaagd deel zien.

Overigens moeten we vaststellen, dat als de ‘Commissie Gebouw Thialf’ in 1864-1865 hun aktieplannen voor een feestzaal hadden mogen uitvoeren op de noord-oostelijke hoek van het gemeenteplein, er nimmer een postkantoor gebouwd had kunnen worden. De voorgenomen grootte blokkeerde namelijk de toegang tot de centrumbegraafplaats en dat blijkt de werkelijke reden van het onthouden van een vergunning te zijn geweest. Een doorgang van 1.10 meter bleek te weinig voor de lijkwagens om de begraafplaats op een piëteitsvolle manier te kunnen bereiken. (zie voor het Gebouw Thialf in De Veenbrief, januari 2005, jrg. 19, nr. 1).

De grootscheepse verbouwing van Oenemastate in 1968 leidt ertoe, dat het gebouw de volledige Inspectie der Belastingen binnen haar deuren krijgt. Het adres is dan Van Harenspad onder huisnummer 26. Het betekent meteen ook dat het voormalige postkantoor aan het Van Harenspad 44-46 dan slechts het Ontvangkantoor der direkte belastingen en accijnzen is. In 1980 wordt er een hernummering uitgevoerd. Zo wordt het adres Oenemastate, Van Harenspad 26 hernoemd en hernummerd tot Gemeenteplein nr. 77 en het Ontvangkantoor van Van Harenspad 46 tot Gemeenteplein nr. 81. Die wijzigingen staan ook aangegeven op de woningkaart. Volgens de ‘Gids voor de gemeente Heerenveen 1980/81’ maken zowel de Inspectie als het Ontvangkantoor enige tijd alleen gebruik van Oenemastate. Helaas zijn deze twee bronnen behoorlijk met elkaar in strijd. In 1990 is er in de Gids van de Gemeente Heerenveen sprake van een nieuwe naam voor de Inspectie der Belastingen, nl. Belastingdienst Ondernemingen en Belastingdienst Particulieren Leeuwarden, vestiging Heerenveen. Beiden hebben dan als adres Gemeenteplein 33, waarmee wordt aangeduid het huis van Pothaar ten noorden van de watertoren. In de gids van 1992 wordt dat vervolgens definitief gewijzigd in Stationsplein 4.

Van de Oenemastate zien we nog juist boven het dak uit een van de prachtige puntige schoorsteenkappen de lucht in priemen. Graag willen we vertellen wat zich afspeelde achter de twee grote ramen op de benedenverdieping, die op de foto zichtbaar zijn. Van veel ruimten kennen we de functionele bestemming uit een bestektekening voor de verbouwing uit 1962, maar juist deze ruimte staat niet vermeld. Zelf denken we aan een ‘conciergeruimte’ of een ‘pauzeruimte voor het personeel’. Mogelijk dat iemand daaraan herinneringen heeft en ons dat wil laten weten ?

Voor de voormalige Roomse Kerk en de Watertoren ‘tikt’ inmiddels de ‘klok’ zijn laatste uren weg. Op 2 juli 1980 begint de onttakeling van de kerk en op de avond van 8 september 1980 geeft het Comité tot Behoud van de Watertoren de ‘pijp aan Maarten’. Alle pogingen om de watertoren en zijn beeldbepalend karakter voor Heerenveen veilig te stellen zijn door bestuurlijke onwil in een schaamteloze prestigestrijd ‘om zeep geholpen’. De toren gaat vallen ... direct na de bouwvak ! Slopersbedrijf van der Wal uit Joure klaart de klus nog voor de jaarwisseling !

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van de laatste fase kunnen we U - dankzij een dossier van aktievoerder 1980 Lykele Buwalda en een fotobewerking  van werkgroepspitter 2014 Jan Prins - met tranen in de ogen een ontluisterend beeld presenteren.

Met de naam van het plein wordt creatief omgesprongen. In de oorspronkelijke aanwijzende tafel van het kadaster uit 1832 wordt het perceel A-189 ten noorden van Oenemastate aangeduid als ‘marktplein’. Op ansichten uit het begin van de 20e eeuw wordt soms gesproken van ‘Gemeentehuisplein’. In de gemeentelijke administratie en door de volksmond wordt ook regelmatig over het ‘Gemeenteplein’ gesproken, terwijl in 1926 in een geïllustreerd tijdschrift voor de afwisseling het functionele ‘Karrijdersplein’ wordt gebezigd. Begin zeventiger jaren staat er plotseling een straatnaambordje met het opschrift ‘Rishon-le-Zionplein’. In het kader van de zeer bewierookte stedenuitwisseling met de gelijknamige israëlische gemeente Rishon-le-Zion, waarvan in 1966 voor het eerst een deputatie naar Heerenveen komt en later vele malen delegaties van beide landen elkaar over en weer bezoeken hebben gebracht, wordt deze plaatsnaam op zekere dag als straatnaambord aangetroffen. De verantwoordelijke(n) heeft (hebben) zich nimmer bekendgemaakt.  

2014, mei 3 - wibbo westerdijk - hip-backup - met dank aan Lykele Buwalda en Jan Prins