HIP-TIME MAGAZINE 122

Verlengde Dracht 1931

Dit ‘heerenhuis’ heeft een volledige metamorfose ondergaan ruim dertig jaar nadat freule Cornelia Anna Agatha Albertina de Vos van Steenwijk Heerenveens ‘eerste particuliere ziekenhuisje’ heeft moeten sluiten. Haar gezondheid heeft eronder geleden, ook al heeft ze met hulp van drie ziekenverpleegsters haar heilzame werkzaamheden drie jaar kunnen uitvoeren. Nadat ze - komend van Beetsterzwaag - vanaf 22 mei 1895 het bovenstaande pand (in een vroegere gedaante) aan de Verlengde Dracht nr. 289 heeft gehuurd van eigenaresse de weduwe Anne Meinesz, richt ze het in voor de verpleging van patiënten en legt goede contacten met de Heerenveense artsen. Ondanks tevredenheidsbetuigingen van zeer veel dankbare patiënten trekt na een interne verbouwing per 1 november 1899 Mr. Evert Joost Dorhout Mees, president bij de Arrondissementsrechtbank van Heerenveen in het huis. Initiatieven om het door de Heerenveense gemeenschap door de “Vereeniging Ziekenverpleging” voort te zetten worden niet beloond.  Vele jaren later is het tuintje aan de voorkant efficiënt gesneuveld en dodelijk saai ingericht als parkeerplaats voor de klanten van de Citroëngarage van G.A. Overdiep.

Dat is de ‘Koos Overdiep’ waarmee we met deze foto kennis maken, dankzij de informatie in de rubriek van Dick Bunskoeke “Ut it Feanster Printeboek”.  In De Koerier van 20 juli 1988 heeft hij  fotonummer 02035 van het fotoarchief van het Museum Willem van Haren (thans Heerenveen Museum) voorzien van een passende tekst. Dat G.A. lijkt enigszins misleidend, maar wanneer je Gooitzen Andreas of  Andries in Heerenveen heet, is ‘Koos’ een prima alternatief. Laten we de carrière van deze Gooitzen Andries Overdiep eens nader bekijken.

Hij is geboren in Heerenveen op 22 maart 1895. Zijn ouders zijn Jacob Overdiep, in leven ‘commies-titulair bij de  Posterijen en Telegrafie’ en Christina Visser. Als enig kind krijgt hij de kans in juli 1909 toegelaten te worden tot de eerste klas van de RHBS. Tien jaar later adverteert hij in de Hepkemakrant van 7 november 1919, dat hij een werktuigbouwkundig en electrotechnisch bureau heeft, waar hij stationaire accumulatoren kan leveren en electrische licht-en krachtinstallaties. Verder levert hij Philips gloei-en glimlampen vanuit de Verlengde Dracht 267. Daar woont hij sinds november 1916 met zijn ouders. Op de gezinskaart staat in 1920 als zijn beroep electrotechnicus.  Op 16 juni 1922 overlijdt vader Jacob Overdiep op 58 jarige leeftijd. Inmiddels is het huis Verlengde Dracht 267 hernummerd naar Verlengde Dracht 258 en vinden we advertentie op 20 oktober 1920, waarin G.A.Overdiep een 3-wielige auto te koop aanbiedt van het merk Cyklon voor 4 personen tegen een billijke prijs.

Voor zijn bedrijfsvoering krijgt hij per 12 mei 1921 van de Minister van Waterstaat vergunning voor het spannen van een laagspanningsdraad over de Rijksweg tussen sectienr. A-1236 (zijn huis) en A-2999 (aan de westkant van de Verl. Dracht).

In december 1922 is er in Heerenveen een ‘Electriciteitstentoonstelling’, waar G.A.Overdiep Jzn. in een stand o.a. een Koel-en IJsmachine voor hotels, slagerijen, zuivelfabrieken, ziekenhuizen, bakkerijen, enz. aanprijst. Aan zijn assortiment wijdt de Hepkemakrant ruimschoots aandacht in haar uitgave van 22 december 1922. Bovendien profiteert deze krant ook in 1923 regelmatig van door Overdiep geplaatste advertenties: electromotoren, electrische ornamenten, etc.  Gevaarlijke pech heeft zijn monteur H., die zich ernstig aan de pols van zijn rechterhand verwond bij het vervoer van glazen potten met zwavelzuur. De dokter moet er aan te pas komen. Dat is in augustus 1923. Een persoonlijk verlies lijdt ‘Koos’ door het overlijden van zijn 87 jarige grootmoeder Tjitske Huizinga, de weduwe van oud Directeur van de Gasfabriek Gooitzen T. Visser op 15 oktober 1923. Na op de 16e mei 1924 in ondertrouw te zijn gegaan, treedt hij op de 26e in het huwelijk met Harmina Beusekamp, geboortig uit Amsterdam.

In 1925 maakt de carrière van Gooitzen Andries een complete ommezwaai, wanneer hij het agentschap voor Z.O. Friesland, Heerenveen, Steenwijk en omgeving verwerft voor het automerk “Citroën”. Hij zet zich middels de Hepkemakrant in de markt met ‘De zuinigste Auto ter wereld’. Met zijn deelname met stand nr. 13 aan de Automobielententoonstelling in Amsterdam in de RAI van 15 tot 24 januari 1926 promoot hij 14 nieuwe modellen

Verschillende keren dat jaar maakt hij reclame met het merk in de Hepkemakrant.

Naast de gewone modellen wordt dit jaar door hem - uiteraard als officieel agent van de N.V. Automobiles Citroën - ook de vrachtwagen ‘Normande’ geïntroduceerd, samen met collega’s in Leeuwarden, Dokkum en Sneek.

Een bijzondere promotie-uiting is de rijdende tentoonstelling van de nieuwste modellen B 14 & B 15, welke als de ‘Citroën Karavaan’ op dinsdag 3 mei 1927 Heerenveen komt binnenrijden. Overdiep kan zelfs bemiddelen bij het maken van een proefrit, volgens een technische uiteenzetting in het Nieuwsblad van Friesland van 6 mei 1927.

Als in augustus 1927 een vrachtauto van een ton draagvermogen op de markt komt, is dat het dubbele van bijna een jaar geleden bij de presentatie van de ‘Normande’. Het is aanleiding voor een grote landelijke advertentiecampagne. Op 24 april 1928 krijgt Overdiep concurrentie van Garage J. Vriesema aan de Schans, die ook een vorm van vertegenwoordiging krijgt van de N.V. Automobiles Citroën - Amsterdam.

1929 wordt een hoogtepunt voor G.A. Overdiep. Hij kondigt voor zaterdag 11 mei 1929 een NIEUWE SHOWROOM aan, staande aan de Verlengde Dracht 323.

Nu wij de foto opnieuw uit de kluis hebben gelicht,  lezen we op de achterzijde een datering van ± 1930 en kijken we er met een frisse, maar beter ingelichte blik naar. Geen naam van een fotograaf, helaas. Hoewel er een kans is, dat Koos Overdiep zelf deze foto heeft gemaakt. In januari 1923 wordt namelijk in een advertentie opgeroepen lid te worden van de “Heerenveensche Fotoclub”. Eén van de bestuursleden blijkt G.A. Overdiep te zijn.

Wanneer we evenwel met hem door de lens kijken vallen wel een aantal bijzondere details op. Vanzelfsprekend het meer dan overtuigende gevelbord ‘GARAGE’ en aan de boom in duidelijke herfstoutfit het ovale ‘CITROEN’-bord. Met de tekst(en) op de benzinepomp weten we ons geen raad. Zelfs met de loupe is daar geen accurate tekst van te maken. Geen nood; er is stellig een hinderwetvergunning voor afgegeven en dus gaan we daarnaar op zoek in het gemeentearchief, daarbij geholpen met het huisnummer 323 van een van de vroegere bewoners van het pand. In het adresboek 1922 staat namelijk G.L. (Geert Lamberts) Brouwer, bewaarder der hypotheken en van het kadaster, die er tot de verkoop in 1928 heeft gewoond onder nr. 323 aan de Verlengde Dracht. Dat nummer met de toevoeging ‘a’ vinden in de hinderwetvergunning nr. 409 van de ’American Petroleum (Company)’, die toestemming krijgt bij het kadastrale perceel A-2865 (toegekend in het kadastrale dienstjaar 1917) een ondergrondse benzinereservoir aan te leggen. Dat wordt hen toegestaan per 28 mei 1929. Ruim een maand later op 3 juli 1929 wordt bij vergunning nr. 412 nog toegestaan uit te breiden met een 2e tank en een nieuwe pompinstallatie.

Jammer dat uw schrijver zo weinig verstand van automerken heeft, maar gelukkig mag hij dat compenseren door U te laten weten, dat de auto met nummer B-11395 toebehoort aan Johan Jacobus Gerhardus Sybrandus Falkena, aan wie het op 25 april 1927 is afgegeven. Hij is dan nog inwoner van Oosterwolde en burgemeester van de  gemeente Ooststellingwerf. Op 30 maart wordt hij benoemd en op 30 april 1928 is hij geïnstalleerd als burgemeester van Schoterland. Bovendien gaat hij wonen in de onmiddellijke nabijheid van de garage aan de Verlengde Dracht nr. 318, welke in 1930 wordt hernummerd tot Verlengde Dracht nr. 40  en wanneer de raad besluit de naam van de Verlengde Dracht te wijzigen in Burgemeester Falkenaweg - en dat is op 24 juni 1935 - verhuist hij per 27 april 1939 naar nr. 36. Inmiddels is hij per 1 juli 1934 burgemeester van Heerenveen en woont dan dus nog steeds aan de straat, die naar hem is genoemd. Hij heeft zich bijzonder verdienstelijk gemaakt voor de éénwording van Heerenveen. Overigens blijkt de heer Falkena tevens klant te zijn geweest van Overdiep. Dat mag blijken uit een bericht in het Leeuwarder Nieuwsblad van 25 juni 1932, waarin beschreven wordt dat de heer burgemeester Falkena samen met secretaris Huizinga terugkomend van een bezoek aan Leeuwarden tussen Haskerdijken en Nieuwbrug door een ongelukkige inhaalmanoeuvre flinke schade oploopt. Zelf blijven ze ongedeerd, maar hun vernielde wagen wordt door Overdiep weggesleept naar Heerenveen.

Terug naar het hoofdpand van onze foto. Geert Lamberts Brouwer, onze kadasterman, verkoopt het pand volgens een bericht in het Nieuwsblad van Friesland van 30 november 1926 onderhands aan timmerman-aannemer Johannes de Haan aan de Heerenwal (Nijehaske) voor fl.10.000. De bedoeling is er een autogarage te vestigen, waaraan verbonden wordt een werkkring van vrijstaande boxen voor auto’s. Op 8 februari 1927 krijgt de Haan de gemeentelijke goedkeuring na interventie van de Provinciale Advies Commissie, die op een blauwdruk een aantal veranderingen heeft ingebracht. Bouwvergunning SCO nr. 1675 vermeldt, dat de gehele binnenbetimmering van de begane grond wordt weggebroken en er wordt een betonvloer ingelegd voor de berging van auto’s en autobussen. Ingrijpend is het uitbreken van de onderste vier glaskozijnen in de voor-en achtergevel en het plaatsen van vier in-en uitrijkozijnen. De bovenverdieping wordt ingericht tot een dubbele bovenwoning met voorkamer, suitekamer, keuken, slaapkamer, keuken en gang, met een trapopgang met twee gemetselde portalen en twee deurkozijnen. De ramen zijn schuiframen. De Heerenveense waterleiding mag water leveren en als sanitair wordt een privaat met watercloset aangesloten op een beerput. Aannemer de Haan blijft tot 1944 eigenaar en zet het geheel dus in de verhuur. Kandidaat voor de garage-showroom, maar beslist niet voor één van de bovenwoningen,  blijkt Gooitzen Andreas Overdiep.  Ten tijde van de foto is het woonadres van ‘Koos’ Overdiep opnieuw vernummerd, maar nu tot Dracht 119 (vlakbij de Koornbeurs).

Van de twee bovenwoningen boven de showroom is nog niet duidelijk aan wie deze zijn verhuurd direct na oplevering. Mogelijk ligt daar de oplossing bij de gezinskaarten, maar dan moet je wel een bewonersnaam hebben.

In de periode dat ‘Koos’ Overdiep zich ontwikkelt van electrotechnicus tot autohandelaar, zelfs Citroën-agent, is een andere Heerenvener eveneens een pioniersbestaan aan het opbouwen. En toevalligerwijze of misschien minder toevallig rond dezelfde locatie. Het is de persoon Willem Veenstra, die de concurrentie met de tram aandurft en het initiatief neemt voor een autobusdienst Heerenveen-Appelscha. Ook hem heeft recht op een korte levensschets over zijn aktieve periode.

Willem Veenstra is geboren in Oranjewoud 4 december 1896, als zoon van Jan Veenstra (1847) en Jantje Koopmans (1861). Bij de invoering van de gezinskaarten woont hij nog bij zijn ouders in het Oranjewoud nr. 61. Hij staat daar vermeld als chauffeur. Op 17 juli 1922 gaat hij naar Gorredijk. Hij trouwt in 1923 met Janke Jager. Vrij snel daarna vestigt hij zich te Nijehaske. Volgens een advertentie in de Hepkemakrant handelt hij in auto’s en motoren. In februari 1925 verruimt hij zijn mogelijkheden door een overeenkomst aan te gaan met de N.V. Acetylena te ‘s Gravenhage, welke een vergunning vraagt aan de Raad van Haskerland voor het plaatsen van een benzinepomp met tank in gemeentegrond. Hij heeft dan het bedrijfje van G. Jans op de Heerenwal A 100 overgenomen en het telefoonnummer 116. Jans handelt ook in motorrijwielen en fietsen. Daar begint Willem Veenstra op 20 juli 1925 met een dagelijksche autobusdienst Heerenveen-Appelscha met een ritduur van 1 uur en 35 minuten. Twee keer op een dag, zelfs.

In januari 1926 krijgt hij een aanrijding in Oranjewoud met de particuiere auto van Bieruma Oosting met flink wat schade. Begin maart 1927 vraagt hij  bij Gedeputeerde Staten een vergunning voor deze route. Bij die aanvraag is de heer Andreas Willem Tjaarda van Hotel Heidewoud er als de kippen bij om de Staten te bewegen in die route te worden opgenomen. Bij de dienstregeling ingaande 12 juni 1927 blijkt de vergunning geregeld en lijkt ook Tjaarda er baat bij te hebben. De rit naar Appelscha wordt vier keer op een dag vice-versa gereden en duurt volgens die regeling één uur en 25 minuten. Een enkele reis kost fl.1,40 en een retourtje fl.2,00. Wil je de fiets meenemen dan is het tarief ongeacht de afstand fl.0.25.

Eind december 1927 is hij opnieuw betrokken bij een ernstig ongeluk. Deze keer in Jubbega, waar door de gladheid S. Brinksma in botsing komt met de tweede autobus, die - ingezet voor het grote aantal passagiers - vlak achter de eerste rijdt. Gelukkig blijft het bij materiële schade en een lekke benzinetank. In december 1928 - hij is san nog steeds gevestigd aan de tweede Heerenwal A-100, iets voorbij de Stationsbrug - raakt Veenstra verzeilt in een bezwaarprocedure, aangespannen tegen een nieuwe ondernemer die grotendeels dezelfde route wil rijden, maar dan vanuit Drachten. Ook in juli speelt zich eenzelfde procedure af tegen J.O. de Jong uit Jubbega, die een dienst Jubbega 3e sluis-Heerenveen wil starten van twee ritten per dag. Het Leeuwarder Nieuwsblad maakt op 31 juli 1929 bekend, dat J.O. de Jong die vergunning wordt geweigerd.

Op de 13 mei 1929 geeft zijn gezinskaart aan, dat hij van Nijehaske is verhuisd naar Heerenveen (SCO) no. 579b. Volgens de adreslijst van 1928 (Tresoar) woont daar onder Van Riesenstraat 579b de loodgieter A. Hofman. Veel later heeft A. Piek daar zijn werkplaats en is het Van Riesentsraat 7. Dat is een woning aan wat ook onofficieel de Verlengde Dekemalaan wordt genoemd, omdat het op de hoek staat van de Riesenstraat met de Dekemalaan. Kort daarna krijgt de noord-zuid lopende straat de naam Mr. Halbe Binnertsstraat. Zeer verwarrend allemaal. Op de gezinskaart staat als extra gegeven, dat het huis eerst nr. 19 heeft gehad en op 15 juli 1933 wordt vernummerd tot H. Binnertsstraat nr. 29.

Deze tweede afbeelding van het garagecomplex hebben we te danken de aanvraag voor een bouwvergunning door Fokke Brugge. Deze heeft bouwmeester J.M. Visser opdracht gegeven een woning te bouwen tussen de garage van Overdiep (nr. 20-22) en het huis van Bunt (nr. 16) aan de Verlengde Dracht. Zeer tot onze vreugde heeft Bunt (of misschien Jelmer M. Visser) gezorgd voor het meesturen van een foto van de situatie voor de bouw. Acther op de foto staat ten overvloede: “Behoort bij beschikking van Burgemeester en Wethouders der gemeente Schoterland, d.d. 23 Juli 1930, no. 122B. De Secretaris.” Die beschikking betreft dus vergunning nr. 2145 voor het perceel A-2864, welke op 7 augustus wordt verleend. Ook bij deze foto is het niet ondenkbaar, dat de fotograaf een lid is van dezelfde fotoclub als G.A. Overdiep, namelijk: J.M. Visser, de architect en aannemer. Ook hij behoort mee tot de oprichters daarvan. Brugge trekt er per 1 april 1931 in !

Zeer bijzonder op deze foto is de aanwezigheid van de (eerste) autobus van W. Veenstra, nr. 1. Op de zijkant staat goed leesbaar ‘Heerenveen - Appelscha’ . Minder goed leesbaar op de dakrand (maar op het origineel met vergrootglas niettemin: ‘Donkerbroek - Oosterwolde’ en boven de voorruit ten overvloede nog (met zeer veel moeite): ‘Heerenveen’.

Singulier is de aanwezigheid van de handkar van de ‘N.V. Normandia’ met ‘Karnemelkse pap’, ‘Boter’ en ‘Kaas’ in het assortiment. Ook daar hebben we even gezocht naar de expoitant en afhankelijk van de datum van het maken van de foto hebben we daarvoor twee kandidaten.  K. de Heij op de Heerenwal 62 laat 30 april 1929 in de Hepkemakrant weten, dat hij een dag eerder is begonnen met het venten van melkproducten van de Zuivelfabriek N.V. ‘Normandia’ te Sneek. De toestand van de venterskar lijkt in ieder geval ‘nagelnieuw’ en ‘kakelvers’. Zijn prijs voor de

karnemelksche pap is 12 cent per fles. In dezelfde krant wordt op 3 juli 1930 door de  N.V. ‘Normandia’ Zuivelfabriek  bekend gemaakt dat met ingang van de 6e juli niet K. de Heij maar de melkventer A. van het Meer, eveneens uit Nijehaske, de flessenmelk van ‘Normandia’ zal leveren.

Laatste bijzonderheid is de pomp. Er staat goed leesbaar APC (= American Petroleum Maatschappij) op en de benzine is van de ESSO.

Op 30 april 1932 raakt Willem Veenstra in Donkerbroek na een uitwijkmanoevre in de zachte berm en kantelt in een sloot. De tien passagiers en de chauffeur komen er onbeschadigd via het noodluik uit. De spiksplinternieuwe bus heeft ruitenschade en moet met de kraanwagen van de firma Wierda weer op de weg worden gezet. Inmiddels geeft Veenstra onderdak aan twee chauffeurs. Klaas Jacob Piersma, van maart 1930 tot mei 1932, en Jan Hoogenberg, van augutus 1931 tot juli 1933.

In september van datzelfde jaar moet Veenstra opnieuw in de verdediging. Zijn aanvraag voor een verlenging van zijn busdienst naar Assen is afgewezen waarvan hij in beroep is gegaan. De N.T.M. wil nu een autobusdienst starten op het  traject Oosterwolde, Appelscha en Smilde, want ze wil de tram Meppel-Smilde opheffen. Veenstra vindt dat het beroep moet worden afgewacht, maar tevens dat de aanvraag van de N.T.M. moet worden afgewezen. Hij komt daarmee in aanvaring met de heer Biezeveld, directeur van de N.T.M. omdat hij vindt dat de N.T.M. met autobusdiensten niet meer rechten heeft dan de andere ondernemers.

Op 14 juni 1933 kopt het Leeuwarder Nieuwsblad, dat de N.V. Ned. Tramweg Maatschappij de autobusondernemer Veenstra te Heerenveen wil overnemen van het traject Heerenveen-Appelscha. Die overname wordt door de Gedeputeerde Staten goedgekeurd ! Een maand later op 24 juli 1933 gooit het Rijk roet in het eten door toegezegde subsidies in te trekken, zodat de overdracht niet tot stand kan komen en de Staten de goedkeuring tot overname moeten intrekken. Veenstra besluit door te gaan en krijgt zijn vergunning terug. Meteen probeert hij met een andere gegadigde opnieuw tot onderhandeling te komen voor een overname. De nieuwe beoogde ondernemers J. van der Hoek Jr. te Leeuwarden en G.A. Philippeau te Amsterdam, die al op 4 augustus 1933 op de Provinciale Griffie de vergunning tot overdracht hebben ingediend tot het in werking houden van een autobusdienst op het traject Heerenveen-Appelscha moeten een bezwaarprocedure afwachten. Op 6 september 1933 komt de autobuscommissie van G.S. met de toestemming voor de overdracht, omdat er geen bezwaren tegen zijn ingediend.

In een dossier van de Kamer van Koophandel, nr. 05632, lezen we dan dat Willem Veenstra is ingeschreven per 25 maart 1924 en het bedrijf tenslotte is opgeheven op 6 april 1934.  Veenstra heeft kennelijk even afstand genomen van de zaak, want op 2 januari 1934 vertrekt hij met zijn gezin naar Lochem. Op 6 september 1935 komt hij terug naar Heerenveen en laat zich dan inschrijven op het adres Parallelweg nr. 6 in Nijehaske. Kort daarna verhuist hij naar de Burg. Falkenaweg no. 20, de noordelijke bovenwoning boven de garage. Daar overlijdt op 8 april 1936 zijn echtgenote Janke Jager. Hij blijft evenwel wonen in het pand nr. 22 tot hij op 16 juli 1942 vertrekt naar Kampen. Zijn moeder Jantje Koopmans, wed. van Jan Veenstra, aan wie hij kennelijk al enige tijd onderdak heeft geboden, blijft er nog tot 27 januari 1944 wonen.

De nieuwe ondernemers pakken de zaak zéér commercieel aan, want zij richten direct een Naamloze Vennootschap op en registreren dat op 12 maart 1934 bij de Kamer van Koophandel (dossier 11178) als “N.V. Autobedrijf “Heerenveen”. De allereerste aktie geeft dat al aan. Wij citeren de Hepkemakrant van 12 maart 1934: “ Per 12 Mei a.s. ruime Autoboxen met en zonder onderhoud. Vanaf fl.60,00 per jaar. N.V. Autobedrijf Heerenveen, Heideburen 83a, Telf, 116.”  In het Nieuwsblad van het Noorden 17 maart 1934 vinden we de wijziging in het Handelsregister over de N.V. Autobedrijf Heerenveen. De directeuren zijn dan H.A. Philipsen (lees evenwel: Philippeau) en J. van der Hoek. De commissaris is H.W.D.J.G. Lubbers. Het betreft een maatschappelijk kapitaal van fl.50.000, waarvan gestort en geplaatst is fl.10.000.

Henricus Antonius Phillippeau (1899) is inmiddels op 13 september 1933 al ‘vol vertrouwen’ van Amsterdam naar Heerenveen gekomen, waar hij op de Heideburen 83a - vlakbij de Spekbrug - een onderkomen vindt voor zijn vrouw (1902), zijn dochter Petra (1931) zijn twee zwagers van Adelberg (de jongste van 1925 en de oudste van 1916 die als bediende bij het R.D.B. Theater wordt genoemd). Bij hen in woont mede-directeur Jan van der Hoek (1904) uit Leeuwarden, die op 18 juli 1934 trouwt en een eigen gezinskaart krijgt voor de Burg. Falkenaweg 20, samen met zijn vrouw en schoonmoeder). Philippeau is dan met zijn gezin al vanaf 12 mei 1934 bewoner van Burg. Falkenaweg 22.

De onderneming wordt beslist geen succes, wat duidelijk mag blijken uit het feit dat Philippeau volgens de Leeuwarder Courant op 29 juli 1935 als uittredend directeur de N.V. Autobedrijf “Heerenveen” verlaat en daarna per op 13 november 1935 teruggaat naar Amsterdam. Op 20 december 1935 kan de nieuwe directeur Lyckle Boersma, uit Bussum, met de sleutel de bovenwoning van Burg. Falkenaweg 22 betrekken. De Hepkemakrant heeft al eerder op 23 oktober 1935 gemeld, dat er sprake is van de overname van de autodienst Heerenveen-Appelscha v.v. door P. Blaauw uit Bussum. Hoe deze interim-deal moet worden beoordeeld, kunnen we niet duiden, want A. Jonkers is inmiddels al sinds augustus 1934 directeur, wat te lezen valt in een bericht in de Leeuwarder Courant van 14 augustus 1934. De krant neemt dan een wijziging van het Handelsregister op over de N.V. Autobedrijf “Heerenveen”. De uitgetreden commissaris H.W.D.J.G. Lubbers, wordt opgevolgd door F. de Haan. De uitgetreden directeur L. Boersma, wordt opgevolgd door A. Jonkers.

Deze betrekt twee dagen na het vertrek van Lyckle Boersma naar Bussum per 28 juli 1935 de bovenwoning van Burg. Falkenaweg 22.

Het merkwaardige is het dat L. Boersma  als directeur van N.V. Autobusbedrijf “Heerenveen” als adres opgeeft:  Burg. Falkenaweg 20-30.  Vermoedelijk houdt dat verband met de grote hoeveelheid gebouwde autoboxen naast en achter de nieuwe showroom. Deze gedachte wordt gesteund door het Adresboek 1934, die de huisnummers Verlengde Dracht 24, 26, 28 een 30 niet kent. Wel weer nr. 32, want daarvoor geeft het adresboek de naam van A. de Boer en als zijn beroep: depothouder  benzinehandel. Inmiddels is ook Jan van der Hoek zijn rol uitgespeeld en deze trekt uiteindelijk op 29 juli 1937 daarvan de consequentie door terug te gaan naar Leeuwarden.

Andries Jonkers maakt er werk van door in de krant van 4 september 1935 zijn eerste advertentie met ‘autokoopjes’ van verschillende merken in de garage aan de Verlengde Dracht onder huisnummer 20 aan te bieden. De opgaaf voor een uitstapje naar de R.A.I. met de N.V. Autobedrijf Heerenveen op donderdag 6 februari 1936 voor een retourprijs van fl.3,- moet daarentegen worden gedaan op adres Burg. Falkenaweg 22, waar op dat ogenblik de directeur Philippeau nog woont.  U weet uiteraard dat inmiddels ‘Heerenveen-één’ is onstaan per 1 juli 1934 en dat heeft voor de administratie van het woninggebruik ook gevolgen gehad. De zogenaamde ‘woningkaart’ is geïntroduceerd en deze zijn tot ongeveer 1980 in gebruik gebleven. Samen met de maatregel van straatnaam en huisnummer weten we dus ook dat op 9 juli 1935 Burg. Falkenaweg 20 (noordelijke bovenwoning) wordt betrokken door Willem Veenstra. (zie eerder).

Directeur Andries Jonkers woont aanvankelijk op het adres Oranjewoud 172 (als inwonende bij zijn ouders, die een bakkerij hebben). Als zijn beroepen staan achtereenvolgens op de gezinskaart: monteur-bankwerker, assistent-machinist; bakker (o); chauffeur.   Hij verhuist per 30 juli 1937 naar de zuidelijke bovenwoning nr. 22, welke Lyckle Boersma per 28 juli weer heeft vrijgemaakt voor een vertrek naar Bussum. Jonkers is de dag daarvoor (29 juli) gehuwd met Wietsche Krol.

Als laatste dossier van dit bedrijf nr. 12785 is de inschrijving van 16 maart 1942, waarvoor A. Jonkers v/h N.V. Autobedrijf “Heerenveen” als directeur optreedt. De opheffing vindt overigens pas plaats op 12 maart 1957.  Het Vignet is van 16-10-1939.

De conclusie na de oprichting van de N.V. Autobedrijf Heerenveen dringt inmiddels wel door. De garage van Koos Overdiep is overgenomen en deze richt zich weer volledig op zijn electriciteitswerkzaamheden, samen met het door hem opgerichte taxibedrijf ‘Citax’. Hij maakt als automonteur naam in de Heerenveens brandweer, waarvan hij op 1 januari 1956 met pensioen gaat.  Andries Jonkers zet zijn carrière voort bij de N.T.M. Busmaatschappij.

2015, december 13 - wibbo westerdijk - hip-backup

Webdesign© ajk