HIP-TIME MAGAZINE 89

                                                                                                                                                                                                                                                                       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De hoofdbrug van 1880 mag dan niet de breedste zijn geweest, het heeft beslist het meest siermeedkundige, elegante uiterlijk gehad van de Heerenveense centrumbruggen. Kijk naar die prachtige bijna ‘jugendstilachtige ornamentering’ van de ronde  boog van het brugportaal. De eigenaar sinds 11 juli 1843 is ‘het Rijk’, die het eigendom van de hoofdbrug bij contract heeft overgenomen van de Dekema-, Cuyck-en Foeyts Veencompagnie. Boven de portaalboog bevindt zich in het midden het gekroonde Koninklijk-en Rijkswapen, met op het wapenschild “een klimmende leeuw van goud getongd van keel op een veld van azuur, bezaaid met gouden blokken”, vermeerderd met “in de rechter voorklauw een opgestoken zwaard en in den linker een bundel pijlen met gouden punten, de punten omhoog en de pijlen met een gouden lint te zamen gebonden” (citaten uit T. van der Laars: ‘Wapens, vlaggen en zegels van Nederland’, 1913, met tekst van het K.B. van 24 aug. 1815, pagina 138)

Op deze foto - Museum Willem van Haren nr. 01834 - met een formaat van 15.8 bij 10.8 cm is de brug in de nadagen van haar bestaan. Het is namelijk het jaar 1931 en we weten niet door welke fotograaf deze opname is gemaakt. De niet zo sterk aanwezige schaduwen wijzen ons op een redelijk vroeg tijdstip van de dag (zon uit het oost-zuid-oosten?). Dat jaar 1931 is niet uit de lucht gegrepen. Door een oud-medewerker van de Oudheidkamer c.q. Museum  is dat jaartal op de inventariskaart terecht gekomen. Het valt bovendien te documenteren met de verkiezingsbiljetten op de verticale steunstijlen van de hoofdbrug. Zo staat er op de linkse paal: ...Boer 22 April ... en op de rechter: Stemt op 22 April ....Lijst 13 ....Visser, maar ook ‘3 ... De Boer. Het Nieuwsblad van Friesland van 17 april 1931 laat ons kennismaken met een advertentie van het gewest. De federatie van de S.D.A.P. Friesland maakt zich sterk voor nummer 1 van lijst 3 de heer H. de Boer en de aanbeveling is ‘Breng uw stem uit op 22 april voor de Provinciale Staten. In een advertentie van de R.K. Staatspartij valt woensdag no. 1 van lijst 13 M. Visser die eer te beurt. Zelfs vinden we op lijst 12, no. 1 de persoon van onze plaatsgenoot sinds 1928 Burgemeester Falkena namens de Vrijzinnig Democratisch Partij. Heerenvener F. Bokma is lijsttrekker van lijst 11 namens de Plattelandersbond, die met bezuinigingen, goedkoper elektrisch licht, tegengaan van te dure waterschappen en het bevorderen van bestaansmogelijkheden op het platteland een plaats in de Staten heeft bereikt. Op donderdagmorgen 23 april verschijnt er een verkiezingsnummer van de Hepkemakrant met de totaaluitslagen met tevens een pagina met de portretten van 48 gekozen statenleden. Een dag later blijkt dat ook Heerenvener W.W. van der Kam voor A.R.-partij nog zitting mag nemen als statenlid.

Vlak naast de brug aan de kant van het Haringspad ziet U een paal met donker en lichte kleurvlakken (was de foto maar in kleur ...) met daarboven een breed langwerpig wit bord met tekst onder een driehoekig bord met misschien?ook wel tekst (maar niet te lezen!). De tekst op het witte bord luidt: “Verboden / voor voertuigen waarvan / door eenig wiel een / grooter gewicht op de / brug wordt overgebracht / dan 2400 kg”.

Dan is er de wegwijzer die het verkeer in de richting van Garstenbrug stuurt met de bestemmingen: Oranjewoud 4.6 / Gorredijk 10.7 /Beetsterzwaag 18.3. Natuurlijk worden de afstanden in kilometers weergegeven en uiteraard via de Heideburen, ‘t Meer, Veensluis naar de afslag ‘Wâldsterbrêge’ en Woudsterweg; verder ‘by de feart lâns’ de tramrails volgend naar Bovenknijpe en bij het café richting Gorredijk en Beetsterzwaag.

Is het U ook opgevallen, dat het begrip ‘hangjongeren’ al een tamelijk lang historisch gegeven is ? Ook in 1931 dus al ! Misschien is de man van de kruiwagen met de bezem net even buiten beeld of staat hij aan de andere kant van de brug met de rug tegen het hek even uit te blazen ? De meer dan kordate en wilskrachtige pas van de stevig doorstappende persoon, die van het Haringspad komt, lijkt niet de bedoeling te hebben de veegwerkzaamheden aan te pakken.

Het hoekpand Vleesmarkt-Lindegracht is in 1931 het lijdend voorwerp van een verbouwing van de woning. Bij vergunning nr. 2238 heeft P. Palma bij besluit van 5 maart 1931 daarvoor toestemming gekregen. Het gaat om het maken van een zitkamer van ± 2.60 bij 3.60 meter. De timmerlieden J. Schaap en Zn. ramen het op fl.60,-. In het dossier is geen tekening aangetroffen. Gemeenteopzichter is in die tijd K. Straatsma is kennelijk geen dossiervormer.

Na enig zoeken in de krantenlegger van het eerste halfjaar van 1931 in het Museum Willem van Haren vinden we ook nog een advertentie van P. Palma over de opening van zijn nieuwe Groenten-, Fruit-en Viswinkel. Op vrijdagavond de 13e maart kondigt hij die gebeurtenis aan voor  zaterdagmorgen de 14e maart. Als cadeau voor de koper, die fl.2,- besteed, geeft hij een bus sperziebonen en iedere koper die voor fl.1,- koopt, krijgt er gratis een pond appels bij. Verder somt hij nog even wat topics uit zijn assortiment op.

De dames Rinske, Janneke en Hiltje de Jong, modistes, hebben daar sinds 18 juni 1909 hun"Maison Moderne" gehad met als specialiteit dames-en kindercostumes, blouses, costuumrokken, corsetten, handschoenen. Van deze gezusters - waarvan Janneke (1865) hen al is ontvallen op 4 juli 1926 - getuigt nog een advertentie in het Nieuwsblad van Friesland van 28 maart 1930, waarbij ze hun etalage met een schitterende expositie hebben ingericht van “Eerste Klas Fransche Modelhoeden”. Het doek voor de twee overgebleven zusters lijkt zakelijk te vallen op de 26 februari 1931 wanneer ze deurwaarder J.D. Jongsma zowel hun inboedel als hun winkelopstand met een boelgoed te gelde laten maken.  Een week later zijn Rinske en Hiltje van beneden naar boven verhuisd (huisno. 2a), waar Hiltje op 26 maart 1931 op ruim 59 jarige leeftijd overlijdt. Rinske, van geboorte de oudste (1862) wordt uit haar woning gedragen na haar verscheiden op 17 januari 1933.

Overigens hebben de dames de Jong volgens de Hepkemakrant van 29 juni 1928 er blijk van gegeven een moeizame relatie te onderhouden met de burgemeester én een commissie, die bezig zijn geweest een trottoir van 1.80 meter breed aan te leggen langs de gehele Lindegracht. Zij weigeren de stoep vóór hun woning daarvoor af te staan en in de kosten van aanleg bij te dragen. Uiteindelijke komt het trottoir er wel zoals dat eerder ook gebeurd is op de Dracht in 1926.

Aan de overkant van de Vleesmarkt is in 1931 al sinds lange tijd de naam van de bakkersfamilie De Jong (zoals we hebben vastgesteld op een gevelopschrift) verbonden. Het is op 25 januari 1855, dat in het kantoor van notaris Arjen Binnerts op het Breedpad de voogd van vier minderjarige kinderen van wijlen het echtpaar Durk Piebes Sjollema en Anna Margaretha Braaksma en Jelte Faber als vader en voogd van de vier kinderen van hem en Anna Margaretha Braaksma, weduwe Sjollema bijelkaar komen. Zij zijn met Kornelis Klazes de Jong, mr. bakker te Heerenveen, overeengekomen, dat deze het huis en bakkerij te Heerenveen, sectie A., nr. 3, groot 2.42 are, voor fl.4800,- koopt. Uiteraard gaat deze zijn ‘meesterschap’ in dit ambacht volledig bewijzen en neemt daarvoor de verantwoordelijkheid gedurende bijna twintig jaren. Dan komt het moment dat hij de zaak overdoet aan zijn zoon Johan Christiaan de Jong, de oudste zoon uit zijn tweede huwelijk met Anna Dupon. Het kadaster legt dit vast in het dienstjaar 1874. Deze laat in het dienstjaar 1885 een volledige herbouw uitvoeren, zodat de gebouwde waarde stijgt van 165 gulden naar 400 gulden. Uit zijn huwelijk met Alida de Haan is rond 1910 zijn zoon Kornelis zover, dat deze het bakkersambacht ook voldoende in de vingers heeft en het pand in het bedrijf in het dienstjaar 1910 overneemt.

Eén van zijn eerste ingrepen in het bedrijf is het aanbesteden van verbouw van het woon-en winkelhuis naar bestek en tekening van architect Servaas H. Zwarts te Heerenveen. Die aanbesteding is op 29 januari 1910 en hoewel de aanvraag pas op de 3e februari is gedaan, krijgt hij praktisch per ommegaande - binnen een week - de verbouwvergunning. (SCO, dossier 321) De Hepkemakrant meldt op 16 februari 1910, dat de onderhandse aanbesteding is gegund aan bouwmeester-aannemer K. de Groot te Heerenveen. Korte tijd later ziet Kornelis de Jong kans het oppervlak van het pand uit te breiden van 2.42 are tot 4.02 are, wat ook weer gevolgen heeft voor de gebouwde waarde: van fl.400,- naar fl.498.-.

Belangrijk voor het bakkersbedrijf is de keuze, die de familie De Jong maakt voor de toekomst. Sinds het begin van de 20e eeuw ligt in Heerenveen de nadruk op ‘samenwerking’. De rechtsvorm die daarbij wordt gekozen is meestal die van de Coöperatie en is in het begin vaak gelieerd aan de socialistische denkwijze. Niet alleen kiest men politiek-ideeële samenwerking, maar ook praktisch gerichte oplossingen. Zo werd op 17 april 1919 door een grote  meerderheid van de kleinere bakkersbedrijven besloten tot de oprichting van een N.V. De Centrale Bakkerij te Heerenveen. Aengwirden faciliteerde het initiatief door toestemming te verlenen aan de Fok een daarvoor bestemd pand te bouwen. De familie De Jong, die op dat ogenblik in Heerenveen een drietal bakkerijen in exploitatie heeft, kiest haar eigen oplossing door zelf een naamloze vennootschap op te richten. De Nieuwe Rotterdamse Courant meldt op 11 juni 1920, dat de Staatscourant o.a. de statuten bevat van “de Naamlooze Vennootschap ‘De Jong’s Bakkerijen’ te Heerenveen”. Albert Hoogkamp, afkomstig van Noordwolde, maar ‘t laatst van ‘s Gravenhage, die vanaf 1911 als bakker is verbonden aan het bakkerijpand Dracht-oost nr. 217, thans Dracht nr. 15 (waar eerder Gerhardus de Jong de broden bakte) wordt benoemd als directeur van de N.V.  In 1921 verhuist hij naar het grote pand op de Vleesmarkt. Hij is als 26 jarige jongeman in 1797 getrouwd met Jette de Groot (Heerenveense). Deze overlijdt in 1911 en hij hertrouwt in 1914 met Jacoba de Haan uit Langezwaag. In 1931 - het jaar van onze foto - wonen zij hier op de Vleesmarkt, maar hebben tevens een gemeubileerde kamer verhuurd aan mevrouw Dr. Mietje Rosenbaum, lerares Duits aan de R.H.B.S. Zou zij één van de dames kunnen zijn, die zich op het balconnetje bevinden achter de linkse brugpilaar ? Zeker is dat de N.V. een liefhebber is van naamreclame, gezien het zwarte bord (aan de waterzijde van de bakkerij) met o.a. de tekst ....De Jong’s .... erop. De geur van vers brood zal stellig de omgeving van het pand hebben beheerst. De open deur naar de bakkerij nodigt wat dat betreft uit en het is duidelijk dat de ‘echte’ bakkerskar daar niet weinig toe bijdraagt.

Aan de race van herbouw, verbouw en vernieuwing is het sigarenzaakje van het kadastrale nummer A-4 lang ontsnapt, maar in 1928 is het door vergroting van het terrein door toevoeging van grond van de gedempte kerkhofshaven dan toch zover, dat Berend Noppert en Sietske Jonkers, voor hun vergrote perceel het reeds hoge kadastrale nummer A-3199 krijgen toegewezen. Misschien is de gevelaankleding en het straatmeubilair (fietsenrek met reclame, zonnescherm, markies, gevelreclame) in de loop der tijd aangepast geweest aan de modetrends, maar wezenlijk zijn er niet echt veel wijzigingen geweest. De enige bouwvergunning van dit pand dateert van 18 augustus 1926 als Berend Noppert toestemming krijgt voor een interne verbouwing van keuken en bijkeuken. Op dat ogenblik bereidt het stel zich voor op een huwelijk, want ze gaan in ondertrouw in de week van 24 tot 30 october 1926. De relatie heeft maar zeer kort geduurd. In de legger van hun pand op de Vleesmarkt 3 wordt in het dienstjaar 1928 al gesproken van Sietske Jonkers, gescheiden echtgenote van Berend Noppert. Een familiegenealoog op internet beweert zelfs dat Berend nimmer gehuwd is geweest ! Vaststaat dat het adresboek 1934 als bewoner Berend Noppert kent, en dat het exemplaar van 1938 als bewoners mej. S. Jonkers en mej. T. Visser, resp. als winkelierster en als winkeljuffrouw heeft geregistreerd. Berend Noppert woont dan in de Compagnonstraat 18 in bij de weduwe Tj. Zwart-Bloemhof en als beroep geeft hij aan ‘commissionair in obligatiën’ te zijn.

Zeer dominant is de metalen telefoonmast op de Oude Koemarkt, welke in augustus-september 1905 is opgericht ten dienste van een dertigtal telefoonabonné’s. Ook dominant maar slanker is de afsluitboom voor de brug, wanneer deze aan de Vleesmarktzijde openklapt moet worden. Prachtige stoffering van het beeld zijn de transportfiets met dubbele framestang en pakjesdrager boven het voorwiel, de kruiwagen met bezem en de achterzijde van een automobiel vlak voor de gevels van de oostkant van de Vleesmarkt. Zien we daar het reservewiel ?

Aan de gevel van de bioscoop - naast de sigarenwinkel - zit een groot bord, met daarop een flinke filmposter, waarmee eigenaar Jan van der Wal, zaalchef  Sjoerd Brouwer en operateur E. Couperus hun publiek naar binnen lokten.

                                                                       

2014, aug. 17 - wibbo westerdijk - hip-backup