HIP-TIME MAGZINE 30

Vergelijken we deze vogelvluchtfoto nr. 255 met de eerder gepubliceerde MWvH.-fotonr. 243 dan valt op dat deze is genomen vanuit een lagere camerapositie of de conclusie moet zijn, dat de fotograaf voor de voorgaande foto 243 een hogere positie heeft kunnen innemen. Eén van de beide watertorenspitsraampjes, misschien ?

Onmiddellijk zien we dat de camera meer naar beneden is gericht en dus zelfs details laat zien, waar je als niet ‘vriend des huizes’ getuige van hebt kunnen zijn. Zo is links in de hoek de achterkant van het eerste pand na het hotel Groen te zien, wat de indruk maakt van talloze bijgebouwtjes. Dat is ten tijde van de foto - volgens de gegevens op de achterkant 1940 met een vraagteken (?) - J. de Ruiter, die althans in 1939 nog zijn sigaren verkocht op Dracht nr. 3 en daarnaast de schoenenwinkelier Hendrik Steenwijk op nr. 5. De Heerenveense Courant van 29 april 1910 reikt ons het begin aan van een nieuwe onderneming: de maatschoenmakerij van Hendrikus Steenwijk, die in 1929 op dit adres zijn bedrijf begon. Omdat het maken van maatschoenen te weinig werk oplevert, gaat zijn vrouw ook schoenen verkopen. Later neem zoon Reinardus de schoenwinkel over en verhuist naar een pand verderop in de straat. Dat het inderdaad om Hotel Groen gaat, blijkt op de originele foto bij een vergroting met een loupe. Duidelijk is dan te lezen tussen de ramen van verdieping één en begane grond: ‘Hotel Groen’ met daaronder ‘Lunchroom’. De term Lunchroom komt ook nog een keer voor op het raam daaronder. Langs de witte muur van Hotel Groen komt nog juist een deel van de gevel in beeld van “De Heerenveensche Melksalon” en - hoewel onleesbaar - ook een deel van de naamtekst.

Ook een detail waar je als niet-werknemers van de PTT zelden mee zal zijn geconfronteerd, zijn de - naar we aannemen - garageboxen achter het toegangshek naar het binnenterrein van de post. Uit de linkse box komt juist een met PTT-pet getooide employé naar buiten. Van het postkantoortorentje is aanzienlijk meer te zien dan enkel de spits, met name een achttal langwerpige raamvormige openingen met tussenzuiltjes. Achter het torentje zien we nog juist een gedeelte van het afgeknotte schilddak met schoorstenen, naar Peters-ontwerp.

Het lagere camerastandpunt verschaft ons meteen ook een duidelijker blik op Lindegracht 3-5 (Noord Friesche Middenstandsbank met bovenwoning), Lindegracht 7 (op de gevel: (ijzerhandel) ‘Overdiep’), Lindegracht 9(muziekinstrumentenhandel van der Glas; op de ramen weerszijden de entree: Piano’s // Orgels) en Lindegracht 11 (deels). Laatstgenoemd pand heeft in de loop der tijden  bewoners gehad, die ook elders in de Heerenveense gemeenschap hun partijtje hebben meegeblazen. In 1832 wordt Jacob Luiten de Boer, koopman/veenbaas, niet alleen aangemerkt als eigenaar maar ook als bewoner. Hij overlijdt op 17 maart 1841 op 71 jarige leeftijd, is weduwnaar en zijn erven verkopen het huis.  Notaris Gauke Peeting kwijt zich van zijn taak als openbaar ambtenaar en legt als eerste van twee-en-twintig kavels de verkoop vast in een minuutakte van het huis te Heerenveen, sectie A, nr. 27 aan Frederika Willemina Semler. Zij betaalt er fl.2001,-. voor en gaat er zelf wonen onder huisnummer 24 (in ieder geval tot 1850) en waarschijnlijk tot haar overlijden op 1 maart 1864. Zij is dan 79 jaar en ongehuwd. De 16e van diezelfde maand wordt door notaris Arjen Binnerts al de inventaris van haar nalatenschap opgemaakt. De inhoud daarvan kennen we niet, maar we nemen aan dat daarin wordt genoemd de naam van Anna Deketh, echtgenote van Meinardus Siderius de Wal, secretaris van Leeuwarden. Notaris Binnerts maakt namelijk op de 16e maart een acte van ‘voorlopige toewijzing’ op en de 30e een acte van ‘eindelijke toewijzing’ op verzoek van Anna Deketh en haar echtgenoot voor een huis c.a. aan de Lindegracht sectie A., nr. 27 aan Joseph Rose, koopman, die het koopt voor fl.2800,-. Waarom Anna Deketh en/of Meinardus Siderius de Wal de bevoorrechten zijn, hebben we nog niet helder kunnen krijgen. Dat er al sprake is van een oude relatie tussen de families Semler en Deketh blijkt uit een verkoopacte van 1833, die wordt gepasseerd door notaris Gauke Peeting. Daarin worden de beide families in een adem genoemd bij een verkoop van onroerende goederen in gemeenschappelijk bezit.

Ook in 1828 blijkt van die verbondenheid al uit een acte van Sieds Pieters van Goinga. Frederika Willemina Semler c.s. (dus namens meerdere personen) wordt dan genoemd als verkopende partij van een pakhuis ‘voorzien van een spatieusen kelder en twee uitmuntende zolders’ gelegen aan de Wijde steeg (nu: Munnikssteeg). Bij die andere personen (c.s.) staan vermeld Catharina, Tetje, Anna en Jeannette Harmina Deketh , ‘allen erfgenamen van de nalatenschap van Frederik Semler’. Anna woont dan in Wolvega. Het blijkt dat de verwantschap is uit te leggen als volgt: Anna Deketh is een dochter van Jan Deketh en Imke Witteveen (1764-1807) en een tantezegger van Kersjen Semler-Witteveen, o.a. de moeder van Frederika Willemina Semler, haar nicht.

Koopman Rose, die zelf in Nijehaske woont, houdt het pand tot 1881 in zijn bezit. Kennelijk brengt hij het in de verhuur, want volgens het bevolkingsregister woont er van 12 mei 1872 tot 12 mei 1875 de kapper Johannes de Vries, terwijl daarvoor de weduwe Hazina van de Moer-Kootstra, geb. 1809, en de wed. Margaretha Christina de Boer-van der Moer, geb. 1832, er hun ‘renteniersche’ dagen slijten. Klaas Kerstes Zwart, zoon van Kerst Wilts Zwart, korenmolenaarsknecht, en Grietje Sanders Kolk, geb. 10 november 1838, wordt op 12 mei 1875 in dit pand bierhuishouder, samen met zijn vrouw Aafje du Pied. De volgende advertentie in het Nieuw Advertentieblad van 22 mei 1875 getuigt daarvan: "Geopend 'Die Port van Cleve', Lindegracht t.o. de Boterwaag. Bierhuis in verbinding met Restauratie, levering likeuren. K. Zwart Kzn."  In het boekje ‘Heerenveen van omstreeks 1875 en later’ van Aart Aartsma staat een gedetailleerd beschreven verhaal over een grap, die wordt uitgehaald in ‘Die Port van Cleve’ met de gymnastiekleraar Johannes van den Berg (de eerste van de R.H.B.S. aan de Fok). Deze staat bekend om zijn ongebreidelde eetlust en hem wordt - na een soort weddenschap na grootspraak - een haas ter consumptie aangeboden, vergezeld van flink wat glazen bier. Het lukt hem om het volledig weg te werken. De ontknoping volgt met de mededeling: ‘Je hebt een dikke kater opgevr.......’. Zijn onderkoelde reactie is goud waard door de woorden: ‘Wilt u mij nu excuseren, want ik moet naar huis - ik moet .... eten!”

In december 1880 biedt notaris J.W. Sluiter voor de heer J. Rose te koop aan: ...Een burgerhuis met erf en grond, waarin een koffiehuis wordt gehouden, genaamd "Die Port van Cleve" aan de Lindegracht, in gebruik bij K. Zwart.  Uit de acte van 7 januari 1881 blijkt dat koper is geworden Otte Luites de Boer voor fl.3212,-. Zwart en zijn vrouw vertrekken naar Nijehaske op mei 1881.

Door een scheiding van goederen in de familie de Boer wordt rond 1891 Barend de Boer de eigenaar. Hij verkoopt het vervolgens via notaris M.A.J. Verkouteren op 15 december 1908 aan Izaäk Heyman Leefsma, die fl.3000,- betaald en voor fl.10.000,- een hypotheek van 4 procent bij de Boer afsluit. Leefsma sticht er door herbouw een grote kledingzaak. Vrijdag 8 maart 1918 verhuist Wouter Willem van der Kam naar dit pand aan de Lindegracht. Bij gelegenheid van het 125 jarig jubileum van Van der Kam in 1990 heeft drs. D.M. Bunskoeke het boekje geschreven “Het Kleed is noodig in der Tijdt”. Hij ontleent die titel aan de eerste zin van een rijm bij een oude prent van het kleermakersambacht, uitgegeven in 1694 door de gebroeders Luiken te Amsterdam.

Nu ook nog even aandacht voor de linkerkant van deze foto en dan met name voor de oostgevel van het schip van de Ned. Hervormde Kerk en de daarboven uitspitsende in 1859 aangebouwde toren met flankerend bomengroen.

De kwaliteit van deze foto wordt nog eens benadrukt wanneer we onze ogen langs de hoogste contouren van de horizon laten glijden en ons realiseren, dat zelfs prima het torentje van de Ned. Herv. kerk aan de Fok valt te onderscheiden en de niet te missen schoorsteen van de oliefabriek van Woltman. En ... dat brengt ons meteen tot dé ontdekking van déze foto .... het kan niet gedateerd zijn in 1940, want ..... op 9 juni 1938 wordt die schoorsteen van Woltman onttakeld volgens Van der Schaar’s Advertentieblad. (Zie HIP-Time MAGAZINE 18) Dus ... de foto is van vóór die datum !!!

2012, oktober 7 - wibbo westerdijk - hip-backup