HIP-TIME MAGAZINE 13

Natuurlijk kent u het bekende brain-trainingsspelletje ‘Zoek de verschillen !’ De foto van HIP-TIME MAGAZINE 10 en dit exemplaar eisen stellig enige oplettendheid. Duidelijk is wel, dat deze prent van de boerderij van Van den Akker in ieder geval niet op dezelfde dag is gefotografeerd. We zijn verder in het seizoen en dat blijkt niet alleen uit de begroeiing van de bonenstokken, dunkt me. Er lijkt achter de bloeiende begroeiing ook een hooiopper of hooiberg te staan met een afgeronde vorm. Uit de kleding én de pose van de jongedame (zou dat Aukje van 17 jaar kunnen zijn ?), die zich in het gras heeft gedrapeerd, leiden we een mooie nazomerse dag af. De datum waarop de opname gemaakt is - 18 october 1919 - geeft ons gelijk en van deze foto is de fotograaf geweest: Sikke Steensma (Workum 1887). Steensma is dan al ruim vijf jaar inwoner van de gemeente Aengwirden. Hij is op 12 mei 1914 ingeschreven op Fok nr. 158, net ten noorden van het voormalige Mariënbosch, waar hij een huis met atelier huurt van de Leeuwarder fotograaf Gerrit Hesselink. Hij noemt zijn bedrijf in het adresboek van 1922 ‘handel in foto-artikelen’. Wanneer Hesselink in het kadastrale dienstjaar 1933 de zaak verkoopt aan een mijningenieur uit Voorburg, huurt Sikke Steensma het pand van deze Ir. Anton Arthur George Schieferdecker. In 1949 wil deze ‘belegger’ het pand weer kwijt en Steensma mag zich voortaan eigenaar noemen. Heerenveners uit de jaren zestig hebben zijn opvolger Hendrik Westerhof ongetwijfeld wel eens met hun klandizie vereerd.

Vergeleken met de andere foto staat er in ieder geval een vrouwelijk persoon geheel rechts op de foto, die ongetwijfeld door de kinderen wordt aangesproken met ‘beppe’. Zij lijkt in gezelschap van moeder Alarda. De jeugd is goed vertegenwoordigd en het lijkt erop dat zelfs de derde generatie van den Akker de vaardigheden van een goede en veelzijdige veehouder zich eigen maken. Deze keer is er ook iets meer te zien van de bijgebouwen van Hotel Jorissen, terwijl ook de achterzijde iets contrastrijker in beeld is gebracht. Wat er aan de kant van Jorissen nu wel in beeld is gebracht, missen we dus aan de kant van het Posthuis.

Deze familie ‘Van den Akker’ heeft haar ‘wortels’ van afstamming liggen in het Nieuweschoot van omstreeks 1780. Als op 8 juli 1781 in het kerkje van Katlijk Hendrik Roels, afkomstig van Nieuweschoot, onder de geboden gaat met Antje Jolts, afkomstig uit Rotstergaast, wordt hij eerst een drietal jaren boer onder Rottum. Vervolgens verkast hij naar Nieuweschoot 1 (specienummer) en op 2 februari 1796 wordt hij aangesteld als ‘executeur’ van Schoterland in dienst van het nieuwe bewind, met o.a. als taak het innen van gelden voor de burgerlijke armvoogdij (armegelden, stuiverspacht, marktgeld, lantaarngeld).  Zelfs dan is er nog geen sprake van de familienaam ‘Van den Akker’. In het ‘Speciekohier van 1798’ van Heerenveen-zuidkant no. 12 (wonend aan de Nieuwburen) staat hij tot en met 1800 vermeld. De laatste vermelding in 1801 geeft aan, dat hij ‘zwervende’ is. Mogelijk is dat de reden, dat hij in de lijst van de Actes van Naamsaanneming van 1811 niet is terug te vinden. Evenmin heeft hij trouwens achteraf de notaris ingeschakeld om zijn voorkeursachternaam Van den Akker te laten vastleggen. De repertoires van de Heerenveense notarissen uit het begin van de negentiende eeuw vertonen daarvan geen sporen. Mogelijk heeft hij die jaren niet bereikt, net als zijn vrouw Antje Jolts overkomt. Zij is op 14 april 1806 begraven in Mildam (in leven gehuwd met Hendrik Roels), en als gealimenteerde, dus in behoeftige omstandigheden.

Van de acht uit hun huwelijk geboren kinderen is het de allerjongste Jan (1793), die door zijn huwelijk in 1829 met Tetje Siegers de Jong uit Langezwaag, een bestaan probeert op te bouwen in Katlijk. Voor de hand liggend is dan een boerenbestaan, mede omdat zijn vier kinderen daar zijn geboren. Zoon Hendrik - het tweede kind van 1834 - vindt in 1868 een partner in Jantje Veenstra, geboortig uit Langezwaag. Zij vestigen zich in de gemeente Aengwirden op de pas gebouwde boerderij aan de Fok, waar hun drie kinderen ook worden geboren. De snelle uitbreiding van het woningbestand in Heerenveen (Aengwirden) - met name op de Fok - maakt dat ze soms vrij snel een nieuw huisadres krijgen. In 1872 bij de invoering van het bevolkingsregister (Aengwirden heeft tot dat jaar gewerkt met Staten van de Loop der Bevolking, die helaas niet allen integraal zijn bewaard gebleven, dus evenmin te raadplegen) blijkt dat het huisnummer 43 is geworden, gerekend vanaf de Schans. Als referentiepunt hebben we in dat jaar het Posthuis als nr. 45  en het pakhuis van Van der Sluis - die er ten westen van aan de straat staat - als nr. 44.

In mei 1895 gaat zoon Jan een jaar lang naar de gemeente Schoterland om (vermoedelijk) ergens als knecht te gaan werken, maar in februari 1896 laat hij zich al weer bij zijn ouders inschrijven. Op 11 mei 1900 waagt hij de grote stap en trouwt met Alarda Dijkstra (Kortezwaag 1870). Twee dagen eerder heeft ook Alarda zich laten inschrijven uit Nijehaske. Samen vestigen ze zich voorlopig op huisnummer 120 in het Kerkstraatgebied. Daar worden hun kinderen geboren: Hendrik (1901), Aukje (1902), Atze (1905), Albert (1906) en Tette (1910).

Nu we de namen van de kinderen hebben genoemd gaan we ook even speculeren over hun plek op de foto.  Tette, de jongste, 9 jaar staat links van zijn zittende oudere zus; de daarvan links staande in witte blouse zou Albert kunnen zijn. De jongeman met pet bij de koe op de voorgrond schat ik in als Atze. De daar links van staande als Hendrik, de oudste, en vader Jan geheel links op ‘e skammel’.

In 1911 maakt zijn vader plaats voor hem op de boerderij en gaat deze met zijn vrouw wonen in het woonhuis bij het tennisveld van hotel Jorissen naast Crackstate op huisnummer 73 (waar in 1934 de Schouwburg zal verrijzen) om vandaar in 1913 naar Nieuweschoot te gaan verhuizen.

Bij de overname van het bedrijf door Jan Hendriks van den Akker in 1911 blijkt het huisnummer van de boerderij 72 te zijn. Bij een systeemwisseling van huisnummering passeren de familie ook nog de nummers 170 en 171. Hun uitschrijving uit de bevolkingsboekhouding naar Haskerland vindt plaats op 16 mei 1925, waar ze een jaar ‘parkeren’ om vervolgens te gaan wonen onder Terband no. 96. Ook daar is hun verblijf zeer tijdelijk, want op 14 januari 1927 ‘emigreren’ ze naar de kop van Zuid-Limburg. Het plaatsje Ottersum, Kelder (moet dat niet de buurtschap Zelder zijn ?) A 96, ten noorden van Gennep is hun bestemming.

Is hun ter ore gekomen, dat de Rooms Katholieke kerk bezig is plannen voor de bouw van een nieuwe kerk te maken ? Na het vertrek van Jan van den Akker heeft Sjoerd Boersma als laatste veehouder de boerderij beheerd. Hij komt 5 mei 1825 van Wommels en vertrekt weer per 6 mei 1930 naar Oosterlittens. Het inwonertal van Heerenveen wordt op 10 maart 1826 wel vermeerderd met de geboorte van dochter Aukje. Uiteraard staat de familie vermeld in het adresboek 1927 als bewoner van huisnr. 171. Het bericht van de aankoop van de boerderij van Daniël de Blocq van Scheltinga door de gemeente Aengwirden op 30 november 1929 zal hem ook zijn verteld. Of de gemeente het bedrag van 125.000 gulden ook heeft genoemd, zullen we nimmer te weten komen. Dossierno. 52 van het inventarisnummer 547 van de gemeente Aengwirden verbergt nog een aardige anecdotische bijzonderheid. Aan de boerderij zat een naamplaat met de tekst “Daniël de Blocq van Scheltinga” van ongeveer een vierkante meter groot, die de gemeente Aengwirden op 1 mei 1930 ongeschonden aan de verkoper moet leveren.  Er staat nog een transactie te gebeuren alvorens de Rooms-Katholieke kerk, inmidddels eigenaar van Hotel Jorissen, haar plannen naar wens kan uitvoeren: een ruiling van een aantal percelen van het voormalige hotel tegen de boerenhuizinge met erf en schuur. Door de afbraak van de boerderij en de aanleg van de Crackstraat is het adres Fok nr. 77 in 1931 nimmer tot stand gekomen.

Van de drie boerenbedrijven - één in Schoterland  en twee in Aengwirden - willen we door middel van de personele omslagen van beide gemeenten over de jaren 1916 tot en met 1921 een vergelijkende welstandsindruk geven.

Jan Veenhouwer van de ‘Boerehikke’ op de Dracht betaalt over de opgelegde aanslagen (varierend van 3200 tot 5800 gulden) gemiddeld 8,28 % belasting; Jan Hendriks van den Akker van de boerderij aan de Fok (variërend van 2150 tot 3400 gulden) gem. 4.87 % en Jacob Sijtzes Bouwer van de ‘komelkerij’ aan het Achterom (variërend van 1700 tot 2545 gulden) gem. 3,61 %. 

2012, juni 9 -wibbo westerdijk-hip-backup2