HIP-TIME MAGAZINE 16

De kwaliteit van museumfoto 170 blijft zelfs met de beschikbare digitale hulpmiddelen van tegenwoordig zeer mager. Het middelste éénderde deel is aan de donkere kant. Het effect lijkt te worden versterkt door een ogenschijnlijk opkomende onweerslucht. In tegenstelling daarmee laten de foto-einden aan weerszijden een vervaging zien, welke niet te wijten is aan de hoeveelheid licht. Zou dat te maken hebben met de tand des tijds. Ook bij deze foto verraadt de schaduw van de personen een tijdstip midden op de dag: schaduw van zuid naar noord. De plassen op de Breedpadkade zijn de stille getuigen van een buiig begin van de dag.

Een deskundige van dameskleding zal in staat zijn de verschillende stijlen van het vrouwvolk op de foto te benoemen. De twee jeugdiger exemplaren op de voorgrond lijken een geheimpje te delen. De een spreekt achter de hand en de reactie van het meisje met het lachende gezicht met het mandje aan de arm kunnen dat doen vermoeden. De onvermijdelijke slagersknecht met de mand voor op de fiets roept nostalgische gevoelens op over een tijd, dat niet alle tijd nog werd uitgedrukt in geld. Ook de twee andere heren zijn minder van het type: laat de handjes wapperen. De jongste ‘man’ is zo te zien een bijzonder stoere en dankbare leerling van de overige heren.  Of hij er op z’n voordeligst op staat, kan onderwerp worden van discussie. Is dat echt een klein, ouds ‘dametje’ in donkere kleding daar op het brugdek? Zij komt nauwelijks boven de brugleuning uit. Zien we links in de benedenhoek van de foto nog een spoortje van het in 1905 aangelegde plantsoentje op het Breedpad ?

De kade van de Heerenwal is - als op vele foto’s van dat gebied - weer rijkelijk gepavoiseerd met masten, waarbij de wimpels een westenwind verraden. De klapbrug of ophaalbrug tussen Breedpad en Heerenwal  is zo geconstrueerd, dat het opengaat aan de Breedpadzijde. Hier is nog sprake van een houten opbouw.

Wat ons natuurlijk ook meteen opvalt is dat het onlangs gerestaureerde pand van Kuiper  (Heerenwal 4) - ooit de Sociëteit Eensgezindheid - toen nog de originele voordeur en een onbeschadigde voorgevel heeft.  Tevens mogen we ons verheugen op een onbelemmerde blik op de veranda van het Posthuis, waaraan in 1923 een einde komt als meelhandel Kuiper de vooruitgang meent te stimuleren met het bouwen van een graanpakhuis met dubbele bovenwoning op het westelijke deel van de begraafplaats van de Ned. Hervormde Kerk. Dat beeld is bijna uit het collectieve geheugen van de Heerenveense bevolking verdwenen door de afbraak van het graanpakhuis in 1973. De kerk is dan al met zeer veel moeite onttakeld en afgevoerd.  Bestudering met de loep doet ons nog net de ‘grensleeuw’ waarnemen boven de pet van de stoere knul op klompen. Zullen we er voor de romantische toets stiekem vanuit gaan, dat de oudere heer onze brugwachter is ? Andere dateringskenmerken zijn dun gezaaid, hoewel de fotoregistratie een datering van ca. 1910 aangeeft !

Twee brugwachters kennen we van naam. Uit een verslag van de gezelligheidsvereniging De Vriendenkring (Herenwal en Schans) over een bootttocht op 20 juli 1910 blijkt, dat ‘t Heerenwalsterbrugje wordt bediend door barbier-schoenmaker-brugwachter Willem de Ruiter. Elke doorvarende schipper moet 2 cent wipgeld betalen. Het schijnt dat aan de Heerenwalsterkant op een wit bord met zwarte letters staat: “‘t Is de schippers verboden om zelf te wippen”. Op basis van het adresboek 1922 kennen we ook brugwachter G. Keimpema. Hij combineert zijn brugwachterspost met het ambacht van schoenmaker. Beiden hebben de beschikking gehad over het houten hok op het Breedpad westelijk van de brug. De eigenaren van brug, wal en hok zijn de gebroeders Engelen, die in een correspondentie uit 1890 hun bereidheid tot herstel van de walbeschoeiing laten blijken aan de gemeente Schoterland. Voor zijn woongenot heeft Keimpema in ieder geval de beschikking over dat kenmerkende kleine huisje aan de Veenscheiding, dat eveneens op andere kaarten goed te zien is. Het huis no. 2 (in de 19e eeuw no. 1) is niet in beeld, maar kleermaker (‘Speciaal Maatwerk’) J. Post is in 1922 hoofdbewoner en docent D.H. Poort (rekenen, wiskunde, scheikunde, kosmografie, plant-en dierkunde) is de inwonende, veelzijdige leraar aan de Rijks Dagnormaalschool, de natuurlijke voorloper van de Rijkskweekschool.  Gaan we iets verder terug in de tijd, dan blijkt in 1817 koopman Siebe Tuijmelaar het huis te hebben gekocht en hij trekt daar in samen met zijn echtgenote Berber Hendriks Taconis. Berber overlijdt in 1827 en Siebe’s deelt voor zijn vijf kinderen de zorg met de ‘dichtende dienstmaagd’ Francijntje de Boer. De Volkstelling van 1830 geeft in de lijst aan het huis numero 1.  Ergens in de veertiger jaren van de 19e eeuw (1848) wordt de bewoning van het huis overgenomen door beginnend ‘medicinae doctor’ Roelof Houwink. Dochter Anna Aleida vertelt het een en ander in een egodocument over de periode, dat zij daar heeft gewoond (1848-1856). In 1856 verhuist de familie namelijk naar het huis aan het Breedpad, waar veearts J. Plet later met zoveel genoegen woont.  Anna Aleida trouwt later met ingenieur Robert Hasselt, die betrokken is bij de aanleg van de spoorweg naar Heerenveen (1868). (Johan Frieswijk en Yme Kuiper schrijven in 2007 een boekje: “Sporen naar Empe. Herinneringen aan het familie-en buitenleven van Aleida Houwink en Robert van Hasselt.”)

Het huis (op de foto) achter de brug te zien is mogelijk ooit gedetailleerd vastgelegd op een behangschildering. Als dat is gebeurd, is dat stellig het werk geweest van de in Heerenveen meer dan bekende Durk Piebes Sjollema (1760-1840). Aan hem hebben we verschillende - met name topografisch - interessante schilderijen te danken van het Heerenveen uit het eerste kwart van de 19e eeuw. Op het olieverf op doek “De oude Koemarkt te Heerenveen” van ca. 1810 is hij erin geslaagd de nummers 1 en 2 van de Heerenwal op de achtergrond vorm te geven. Dit schilderij hangt in de maquettezaal van het museum Willem van Haren.

Van het grote pand weten we, dat ‘een aantal gecommitteerden’ op 31 januari 1819 van de gebroeders Auke en Marcus van Terwisga, kooplieden en pottenbakkers, ‘zekere huizinge en schuur’ kopen, het afbreken en er een Heeren-sociëteit laten bouwen. Zij geven het de fraaie naam ‘Sociëteit De Eensgezindheid’, die een belangrijke rol gaat spelen in het culturele leven van de upperclass van Heerenveense notabelen en vooraanstaande burgers.

Haskerlandse achiefstukken zullen ongetwijfeld meer details kunnen onthullen over de geschiedenis van het pand en haar bewoners. Na de eeuwwisseling komen uit de andere bronnen fragmenten van de geschiedenis van het pand op tafel. Zo vinden we in een reisgids met de titel "Een bezoek aan Friesland" door G. Kamerling uit 1916 een paginagrote advertentie van A. Bloembergen & Zonen's Bank, Leeuwarden, met nevenvestigingen te Heerenveen (foto van het pand aan de Heerenwal), Sneek en Drachten. Homme Binksma, later directeur van de Amsterdamsche Bank aan het Breedpad, is begonnen als werknemer bij A. Bloembergen's Bank. Hij signeerde op 21 juli 1915 al een kwitantie van deze bank.

In de Leeuwarder Courant van 1916 staat op 7 november de finale verkoop aangekondigd door notaris van Beijma thoe Kingma van een royaal Heerenhuis met tuin, groot 10.37 are, aan de 1ste Heerenwal. In café Prinsen op het Breedpad hoopt verkoper Jhr. E.J.W. de Beijer het voorlopige bod van 8400 gulden te zien verhogen. Uit een later krantenbericht blijkt het voor 9000 gulden te zijn verkocht. In een artikeltje in het Nieuwsblad van Frieland van 20 mei 1920 wordt aangekondigd, dat door het Rijk is aangekocht het grote huis op de 1e Heerenwal van de heer J. Rozenbeek. Het wordt bestemd voor  “Kantoor voor den Arbeidsraad te Heerenveen”. De betreffende journalist onthult vervolgens, dat de koopprijs 28.500 gulden is geweest en voegt daar badinerend nog aan toe, dat het Rijk als koopman zijn sporen nog moet verdienen. Al lang voor de koop is gesloten, staat namelijk al vast dat er een Arbeidsraad zal worden gesticht in Heerenveen. De persoon, die enkele maanden voor de transactie het pand onderhands voor 13.500 gulden heeft gekocht, maakt derhalve een forse winst. De forse kritiek op het beleid van het Rijk lijkt de journalist dan ook gerechtvaardigd.

Wanneer de Raad van Arbeid er zich vestigt, verruilt de socialist Johannes Kolk (geb. 1878) zijn baan als burgemeester van Aengwirden voor directeur van de Raad van Arbeid. Als zijn woonadres in 1922 geldt dan Heerenwal 5. In dat verband is het van belang te weten, dat de indeling van de voorgevel in die tijd tevens aan de brugzijde een extra deur heeft gehad. Boven-en benedenverdieping zijn dus apart bereikbaar geweest: boven wonen, beneden werken. Kolk’s indrukwekkende carriere is in zeer gecomprimeerde vorm te vinden in het Straatnamenboek.

Net als alle gemeenten worstelt ook Haskerland gedurig met de huisnummering. Bij de 1e Heerenwal beginnen de problemen direct al bij de allereerste panden over de Herenwalsterbrug. Wat wij kennen als het ‘Aanloophuis’ met no. 2 is tot 1911 begiftigd geweest met huisnummer 1. Het zgn. ‘lytse húske’, dat daarvan ten zuiden tegen de Veenscheiding en iets vanaf de rooilijn naar het westen is gebouwd ten behoeve van de brugwachter van de Herenwalsterbrug, is volgens de schrijver van het hoofdstuk in het boekje ‘Heerenwal.......’ als een aanbouw ontstaan rond 1888 en omstreeks 1905 vormgegeven als ‘it lytse húske’.  Die aanbouw krijgt in systematiek van die tijd het huisnummer 1a. Het ‘oude nummer 2’ wordt daarmee no. 3. Het sociëteitsgebouw dat tot 1911 met no. 3 is gekenmerkt geweest wordt dan no. 5, omdat een veestalling achter de bebouwing het no. 4 krijgt uitgereikt. In het Adresboek 1922 is no. 5 nog overtuigend het huisnummer van de Raad van Arbeid. In het Adresboek 1934 wordt in de paragraaf “Opgave van Officieele Instellingen, Vereenigingen, enz.” op pagina 106 toch nog herhaald het no. 5  voor de Raad van Arbeid, terwijl we weten dat kort na 1 juli 1934 (Heerenveen-één) het pand het nummer 4 wordt toegekend. De naam van G. van der Zwaag als ambtenaar Raad van Arbeid wordt dan genoemd.

De verordening van 1 november 1911 van de gemeente Haskerland over de Huisnummering blijkt een eerdere verordening van 24 januari 1884 te hebben vervangen. 

 

2012, juni 30 - wibbo westerdijk - hip-backup