HIP-TIME MAGAZINE 58

Portret van twee veenpoldermolens. 

Hip 58 1 KetlingDeze poldermolen - in het fotoarchief van het museum Willem van Haren nr. 00738 met een formaat van 9 bij 12 cm - heeft gestaan aan de Nijehasker zijde van de Veenscheiding - de waterverbinding van het centrum van Heerenveen naar het Nannewijd.Twee zaken vallen bij het nakijken van deze foto op, nl. de in handschrift op de beeldzijde aangebrachte term ‘Ketling’, het niet zo zuivere friese woord voor ‘ketting’. De friese spelling moet eigenlijk ‘keatling’ zijn, maar allez ! Deze ‘ketling’ zal in vroegere tijd een functie hebben gehad als voorloper van de ‘sluisgelden’. Wie als schipper de ketting laat lichten, zal tolgeld moeten betalen. Verder staat op de achterzijde van de foto eveneens in handschrift - maar met een vraagteken: S? Bruinsma. Hoe dit moet worden  geïnterpreteerd is niet duidelijk: molenaar, fotograaf of schenker ??? Wie de gefotografeerde tien personen zijn die op de voorgrond staan is evenmin duidelijk. Temeer omdat de foto in het geheel niet is gedateerd (ja, vóór 1933 dus)!

 

Hip 58 2 kaartjeKaart no. 9 van de Groote of St. Johannesgaster Veenpolder, als bijlage bij het voorstel van Gedeputeerde Staten tot wijziging van het reglement W.Z. 1917, is daar heel duidelijk in. Deze grondzeiler op een houten onderbouw en met een rietgedekte bovenbouw laat zijn wieken dus draaien op het grondgebied van Nijehaske, schuin tegenover het sluisje in de Veenscheiding. De kaartenmaker van de Historische Atlas van Friesland, de chromotopografische kaart met een schaal van 1:25.000 van de Uitgeverij Robas Productie 1990 is bij de plaatsing van het symbool van de watermolen (WtM) enigszins onduidelijk. Op kaartblad no. 182 St. Johannesga wordt de suggestie gewekt, dat de molen aan de zuidzijde van de Veenscheiding staat.

Een groep molenkenners met een zeer instructieve site - ‘Database van Verdwenen Molens in Nederland’ - geven eveneens een opsomming van de vier molenaars, die tot de sloop in 1933 deze poldermolen hebben bediend. Inmiddels is er in 1930 wel een mechanisch gemaal naast de molen gebouwd. De molenhistorici schrijven ook dat deze molenaars eveneens zijn belast geweest met de bediening van het ‘sluisje’ in de Veenscheiding naar het Nannewijd - welke vanaf dit punt op het kaartblad no. 182 in latere jaren ‘Ringvaart’ wordt genoemd.

De achtkante bovenkruier wordt in 1860 als onderdeel van de drooglegging van de veenpolder gesticht en krijgt dan als naam “De Vooruitgang”, welke zijn water dient te lozen in de Veenscheiding. Destijds is deze watering nog privébezit van de familie Engelen, die bijna twintig jaar eerder tevens heeft gezorgd voor een fantastische kanaalverbinding naar de Tjonger met het graven van de “Engelenvaart”.

Hip 58 3 molen dd1841

Deze foto van eveneens een poldermolen - in het fotoarchief van het museum Willem van Haren nr. 00725 met een formaat van 9 bij 12 cm - heeft gestaan aan de westkant van de in 1841 gegraven Engelenvaart - de waterverbinding van de Veenscheiding naar de Tjonger.  Deze grondzeiler op een stenen onderbouw en met een rietgedekte bovenbouw laat zijn wieken dus draaien op het grondgebied van Rottum, ten zuiden van het sluisje in de Veenscheiding.  De eerder genoemde molenhistorici geven eveneens een opsomming van de acht molenaars, die tot de sloop in 1933 deze molen hebben bediend. Het gebouwtje op de foto links van de molen wordt als een ‘diensthokje van de PEB’ beschouwd, althans volgens de opschrift achter op de foto. We moeten aannemen, dat bedoeld wordt het electrische gemaal die in 1929 is bijgebouwd.

De achtkante bovenkruier wordt ook in 1860 als onderdeel van de drooglegging van de veenpolder gesticht en krijgt dan als naam “Veenzigt” - in een latere spelling ‘Veenzicht’- , welke zijn water eveneens dient te lozen in de Veenscheiding. Deze molen wordt in de volksmond ook wel ‘De Lytse Mole’ of ‘De Kleine Molen’ genoemd.

Op het bijgevoegde kaartfragment wordt de grens van de St. Johannesgaster Veenpolder aangegeven met de lange platliggende streepjes. Duidelijk wordt daarmee dus dat deze veenpolder zich zowel in het gebied van Haskerland als in dat van Schoterland bevindt. Het speelt zich immers allemaal af vóór 1934 als de ‘Heerenveen-één’-wensen een wettelijke basis krijgen.  

Als ‘toetje’ in deze historie over de poldermolens laten we U meegenieten van een glasdia van de hand van amateurfotograaf Jelmer Murks Visser (1877-1945), aannemer in Heerenveen. Het roeiboot-avontuur van een familie-uitje maakt onderdeel uit van de collectie Altena-Visser in het Museum Willem van Haren.

2013, juni 2 - wibbo westerdijk - hip-backup