HIP-TIME MAGAZINE 61

R.H.B.S.met conciergewoning en gymnastiekzaal c.1975 

Het oog van fotograaf Henk Bruyns voegt beslist iets toe aan deze afbeelding door de focus van de camera op de scheiding van het gebouw met de begane grond te richten. Dit camerastandpunt maakt het mogelijk door het bladstille wateroppervlak een imposante, scherp gesneden afbeelding én haar spiegelbeeld te maken. Museum Willem van Haren heeft met fotonummer 01726 (formaat van  14.0 bij 11.9 cm) een fantastisch beeld van de laatste jaren van de Rijks Hogere Burgerschool in haar kluis.

Op deze foto zijn alle uitbreidingen en verbouwingen gerealiseerd. Er zijn een flink aantal bouwvergunningen nodig geweest om tot dit uiterlijk te komen van het pand op de 2e Fok. De eerste accommodatie is gericht geweest op de faciliteiten voor een 3 jarige hogere Burgerschool. Notaris Arjen Binnerts, die tevens lid is geweest van de Gemeenteraad van Schoterland, vertelt in een brief van 25 februari 1867 aan zijn in Leiden studerende zoon Halbe. dat de raad van Schoterland een verzoek heeft ingediend bij de minister om oprichting van een hogere burgerschool ten koste van het rijk. Bovendien heeft hij ‘officieus vernomen’ dat op de staatsbegroting 1867 een hogere burgerschool Heerenveen voorkomt. Daarmee is de raad van Schoterland niet de initiator voor een dergelijke opleiding, want eerder heeft de burgemeester van Aengwirden Jhr. mr. F.H. van Beyma thoe Kingma, tevens schoolopziener, in de raad van Aengwirden al plannen gepresenteerd voor een drie jarige opleiding. Dat is al geweest op 22 april 1865. Door van Beyma thoe Kingma is voorgesteld het ‘Slotsje’ op de Oude Koemarkt daarvoor aan te kopen, doch Aengwirden is niet in staat alleen de kar te trekken. Schoterland en Haskerland geven aan dit plan geen medewerking.

Het kadastrale ontstaan van de gebouwen aan de Fok op de foto ligt in een ver verleden. Oliemolenexploitant en koopman Jacob Woltman gaat in op het bod door ‘s Rijks Domein gedaan op een stuk weiland van 17.40 are. De afsplitsing vóór 1869 wordt geregistreerd onder het kadastrale nummer Tjalleberd A-4260. De Staat der Nederlanden - waartoe ‘s Rijks Domein behoort - heeft meer bezit aanpalend en brengt via een tweede ‘splitsing’ en een ‘overboeking’ een perceel weiland tot stand van 28.10 are.  Na veel vergaderen achter de schermen wordt tenslotte in de Staatscourant de aanbesteding van het “Bouwen van eene Rijks-Hoogere Burgerschool te Heerenveen” aangekondigd. Op 26 februari 1869 wordt in de aanwezigheid van de Hoofdingenieur van de Waterstaat in het Provinciehuis de enkele inschrijving gehouden.

In de Leeuwarder Courant van 1 juni van dat jaar staat een berichtje: ....”aan het gebouw voor ‘s rijks hoogere burgerschool wordt met kracht gewerkt. De fondamenten zijn reeds gelegd en enkele kozijnen geplaatst. Met het einde dezes jaars moet het werk opgeleverd worden.”  Maar zover is het nog niet, want er komt op 10 september 1869 nog een tweede aanbesteding voor “het leveren en stellen van Meubelen, Gas-en Waterleidingen, enz.”. De 12e september schrijft ook nu weer de Leeuwarder Courant erover.  De aannemer J. Jaarsma te Sneek is voor fl.14.150,- gekozen uit 12 inschrijvingen. Drie maand later - op 2 januari 1870 - opnieuw een berichtje. “De hoogere burgerschool (te Heerenveen) nadert met rassche schreden hare voltooijing en maakt aan den straatweg van hier naar Leeuwarden eene uitmuntende vertooning.” Iedereen begrijpt dat het tot een finale komt, als je op 8 april 1870 in de krant leest dat de te openen hoogere burgerschool over de 100 sollicitanten heeft voor een docentschap.

Kort voor de start van de eerste cursus bericht het Algemeen Handelsblad op 2 augustus, dat een benoeming van een beoogd docent is ingetrokken en per 1 september aangenomen is J. Bubberman uit Veere. Hij is de laatste van het team, waarvan de directeur en leraar dr. H.J. Nassau Noordewier uit Dordrecht - conrector gymnasium - al bij K.B. van 10 april 1870 is benoemd. De andere docenten zijn Dr. J.E. Enklaar, W.H. Wisselink, J.N. Valkhoff, J.H. Muller van der Haas en J. van der Berg. Twee klassen melden zich de eerste schooldag - 24 voor de eerste klasse en 7 voor de tweede - om het nagelnieuwe gebouw langs de drie granieten stoeptreden via de imposante entrée in het middenrisaliet te mogen binnengaan.

Wat betreft de accommodatie is er in de loop van de honderd jaar wel het een en ander veranderd. We beschikken gelukkig over de Waterleidingkaart uit 1913, die heel duidelijk laat zien dat alleen het meest linkse deel van onze foto als school in gebruik is.  Fortuinlijk bezit van het museum is de toespraak gehouden ter gelegenheid van het vijf en twintig jarig bestaan der R.H.B.S. te Heerenveen door de Directeur W.H. Wisselink.  Dit pamflet is verluchtigd met een foto van het gebouw uit 1895 door uitgever A. Binnert Overdiep. In een onvoorstelbaar ‘kale’ setting -  slechts jonge bomen in bladerloze toestand, maar tot onze vreugde ook het contour van de Tjepkemamolen - staat het forse gebouw aan de Fok - in feite een gebouw met annexen. Daartoe behoort ook het gymnastieklokaal, waar Johannes van der Berg niet alleen de leerlingen van de H.B.S.  les heeft gegeven o.a. in wat men noemt de ‘wapenhandel’. Hij spant zich vanaf 1873 ook erg in - uiteraard om voor zichzelf een beter bestaan te verwerven - om de gemeentebesturen en plaatselijke schoolcommissies te overtuigen van de noodzaak om de kinderen van de minvermogende stand de gelegenheid te geven op regelmatige en gesubsidieerde basis (SCO 289) aan gymnastiek en exerceren te doen. De raden van Schoterland en Aengwirden willen graag van hem weten onder welke voorwaarden hij genegen is dat onderwijs te geven. De Schoterlandse schoolcommissie omarmt het idee en adviseert positief. Het voorstel van Van der Berg is om 40 kinderen uit Heerenveen tegen fl.100,- ‘s jaars twee keer per week te laten oefenen. Aengwirden wordt iets later benaderd o.a. met de zinsnede, dat er “eene uitmuntende gelegenheid tot het ontvangen van gymnastiekonderwijs” is, die “zoo door particulieren als van gemeentewege, namelijk die van Haskerland” wordt gebruikt. Hij legt ook hier een plan voor van 40 minvermogende kinderen; 2 uren ‘s weeks telkens 20 leerlingen. Hij benadrukt de omstandigheid van een uitmuntend lokaal, het kosteloos genot van vuur en licht, de mogelijkheid buiten de schooluren of in overleg les te krijgen en het grote aantal te plaatsen leerlingen. Het college van de gemeente Aengwirden verwacht een gering aantal deelnemers uit hun gemeente en wil alleen leerlingen op basis van een bewijs van toelating van B. en W. én tegen een vergoeding van  fl.3,- ‘s jaars per leerling daarvan laten profiteren. Van den Berg probeert Aengwirden nog te overtuigen, dat het hem niet goed lijkt de schijn te wekken Aengwirden voordelen toe te kennen ten opzichte van Schoterland (40 à 2 uren ‘s weeks) en Haskerland (35). Het ‘exerceren’ en de ‘wapenhandel’ zijn twee aktiviteiten ter bevordering van de weerbaarheidsgedachte onder  burgers, studenten en ook leerlingen van middelbare scholen. Het wordt in die tijd beschouwd als een voorbereiding op de krijgsdienst gericht op de landsverdediging. Er wordt dan geoefend in het marcheren, exerceren en met ‘wapens’ omgaan. Drs. W. Prosé vertelt in “De Heertjes van ‘t Veen. 100 jaar Heerenveense R.H.B.S.” in 1970, dat een aantal antieke ‘achterladers’ op de zolder van het af te breken gebouw in 1969 zijn geveild door de inspecteur der Domeinen te Leeuwarden. In het depôt van het museum Willem van Haren is in ieder geval nog één van die ‘wapens’ uit de R.H.B.S. opgeslagen als historisch voorwerp.

De omzetting van de 3-jarige naar de 5-jarige opleiding in 1916 maakt een grote verbouwing noodzakelijk. De Rijksbouwkundige voor de gebouwen van Onderwijs, enz. te ‘s Gravenhage wil een conciergewoning en een nieuw gymnastieklokaal realiseren. De gemeente Aengwirden geeft op 9 juni 1916 z’n fiat aan de aanvraag en bewaart daarvan nog steeds drie bouwtekeningen onder no. 422. De gymnastiekzaal wordt meer verplaatst naar het zuiden aan de achterzijde, zodat het geheel een winkelhaakmodel krijgt. De conciergewoning met uitzicht op de Heerensloot vervangt de inpandige woning.

 De eerste conciërge Jacobus Engelsma Mebius staat ingeschreven onder het huisnummer 6 aan de Fok en woont dus inpandig. Zijn overlijden op 3 mei 1879 maakt ruimte voor zijn opvolger Douwe van Dijk, die van 1879 tot 1915 de school samen met de elkaar opvolgende directeuren runde ! Zijn inpandig adres is een drietal keren gewijzigd wegens vernummeringen door de uitbreidende woningbouw. Van 6 naar 8, van 8 naar 18 en van 18 naar 41. Pieter Postma, die per 17 juni 1915 als concierge wordt ingeschreven, heeft eventjes buiten de school gewoond maar kan op 9 mei 1917 in de gloednieuwe conciergewoning op het ‘campus’-terrein huisnummer 41a inwijden. Op 25 september 1929 is Pieter Postma rijp voor pensionering en wordt zijn opvolger Pieter Nicolai geïnstalleerd.  Deze wordt op 26 september 1929 ingeschreven vanuit Warffum, niet in huisnummer 41a maar in huisnummer 115. In 1931 wordt dat nummer Fok 33.  Noodgedwongen ontruimt hij op 7 december 1942 de woning én de school, die door de bezetter geconfisqueerd zijn voor kazerne en later voor lazaret. Op 1 juni 1945 komt hij weer terug om per 11 oktober 1951 te worden opgevolgd door Hessel Bosma. De wooncarrières worden korter na diens vertrek op 15 augustus 1968. Dat zal te maken hebben met de voorgenomen afbraak van het schoolcomplex, wat aanvankelijk nog weer als noodonderkomen van de van start gegane MEAO heeft gediend.

Fok 33 is één van de vier huisnummers die in 1934 aan het scholencomplex zijn toegekend.  De bevoegdheid van de burgemeester van Aengwirden voor het vaststellen van de huisnummers in zijn gemeente legt hij voor wat betreft de daadwerkelijk aanwijzing in handen van de man, die daarover de meeste kennis heeft: de gemeenteveldwachter. Deze vereert de hoofdingang met nr. 31, de zij-ingang achter de conciergewoning met nr. 32, de conciergewoning met nr. 33 en tenslotte een ingang of uitgang van de in 1920 nieuw gebouwde gymnastiekzaal met het nr. 34. Deze nummers blijven geldig tot de afbraak. Spijtig genoeg hebben we geen tekening kunnen vaststellen van de oorspronkelijke bouw in 1870. Onze hoop op het gemeente-archief van Aengwirden blijkt ijdel en waarschijnlijk omdat het om een ‘rijksgebouw’ gaat. Bovendien is er in 1870 nog geen wet over bouwvergunningen.

Van een drietal ingrepen in het bouwkundig aanzien van de school bewaart de gemeente Heerenveen uit 1919, 1920 en 1921 wel nog een aantal blauwdrukken. Het in 1916 verplaatste gymnastieklokaal krijgt een metamorfose naar drie lokalen (no. 490),  een uitbreiding naar de ideeën van rijksbouwmeester J.A. Vrijman (no. 500) betreft een winkelhaakvormige zuidwestelijke verlenging. Daarin bevinden zich ondermeer toiletten, trappenhuis, gang, dienstruimten en de brede en hoge schoorsteen voor de afvoer van centrale verwarmingsdampen en ontluchting van de toiletten. En ... een nieuw gymnastieklokaal (de derde !!!) met toestellenbergplaats en op twee plaatsen kleedkamers. In de zichtbare uitbouw zit een buitendeur, die toegang geeft tot de garderobe voor de ‘buitenleerlingen’. Moeten we denken aan laarzen, klompen, regenkleding, e.d. ???

De uitbreiding volgens een tekening van bouwkundig ambtenaar Hendrikus Willem de Nekker (no. 520), betreft o.a. een verbouwing van het middendeel naar de nieuwe vestibule met aanpalend de kamer van de concierge aan de oostelijke gang, een wachtkamer voor bezoekers, de directeurskamer en een leslokaal. Op de eerste verdieping zijn eveneens drie leslokalen gecreëerd.  Laatstgenoemde heeft zelfs van 12 mei 1920 tot 6 januari 1922 ingeschreven gestaan als inwonende ‘rijksopzichter’ onder het huisnummer 116 van het gymnastieklokaal. 

Anno 2013 is ter plaatse er enkel nog de straatnaam ‘HBS-straat’, welke herinneringen kan oproepen aan de meer dan 100 jarige aanwezigheid van de Rijks Hogere Burgerschool in Heerenveen. (zie Gemeenteplattegrond - 7e editie - kwadrant 8-E9)

2013, juli 14 - wibbo westerdijk - hip-backup