HIP-TIME MAGAZINE 56 

Van zo’n schitterende foto kunnen we dolenthousiast worden. Zelfs een krasje hier of daar op de foto brengt ons niet van ons stuk. Het is weer één van die juweeltjes uit het eerste kwart van de vorige eeuw, die Ys Sevensma met ons wil delen. Natuurlijk herkent iedereen hierin het absolute centrum van Heerenveen: Oude Koemarkt, Vleesmarkt, de Kruiskerk, de (toekomstige) Openbare Leeszaal, Hotel Jorissen, Café Transvaal, enzovoort.  Deze foto zullen we eens goed in ons opnemen vanwege de aardige details, die aan het vroege ochtendlicht komen en uit de flarden ochtendmist opdoemen bij een absolute afwezigheid van menselijk leven.

Beginnen we met de ondergevel van het meest rechtse pand op de opname, onderdeel van de het bekende Hotel Jorissen. Die ondergevel wijkt naar achteren en wordt gestut door een aantal pilaren, zodat als het ware een nis is ontstaan. Het hotelreclamebord aan de gevel bezien we op de rugzijde, maar van andere foto’s weten we dat aan de andere kant als tekst staat:

“BONDS / HOTEL-CAFE / RESTAURANT / HEERENLOGEMENT / JORISSEN”.

Uit een bericht van de Hepkemakrant van 26 juli 1905 weten we, dat het Heerenlogement dan al Bondshotel is. Enkele dagen eerder zijn een flink aantal ‘Bondsfietsers’ in de tuin verwelkomd door een aantal Friese leden en afdelingsconsul R. Paehlig uit Sneek en genoten een ‘verfrissching’ onder de muzikale klanken van het Heerenveens Muziekkorps

Ook dat smeedijzeren hekje is een stukje vakbekwame ‘beauty’. Valt U ook die deur op helemaal aan het eind van de gevel voor de trapopgang naar de bovenverdieping? In het kadastrale dienstjaar 1910 maakt dit deel uit van kadastrale perceel Tjalleberd A-6447 en staat op naam van Trijntje Looxma, echtgenote van mr. J.F.A. van Panhuys, commissaris van de Koningin in Friesland. Zij schenkt het perceel van 1.63 are aan de minderjarige jonkheer Daniël de Blocq van Scheltinga te Velperoord. Noch mevrouw Van Panhuys, noch de Blocq van Scheltinga heeft er ooit gewoond. We weten dat uit het bevolkingsregister van Heerenveen-Aengwirden uit de periode 1890-1920, waarin de bewoners onder huisnummer 84 (vóór 1921) en nr. 184 (ná 1921) zijn terug te vinden. Het lijkt er sterk op, dat Hendrik Johannes Jorissen of zijn bedrijfsleider B.J.J. Janssen deze bovenetage in de verhuur heeft gehad. De korte gebruiksperioden van enkele bewoners wijzen in die richting. Zo staat Mr. Nicolas Johannes Laurentius Brantjes, officier van justitie bij de arrondissementsrechtbank slechts ingeschreven van 1 augustus tot 31 augustus 1917. En notaris Jan Willem Schippers maakt er gebruik van in de periode van 11 oktober tot 5 november 1917. Na de vernummering in 1921 is leraar (en later directeur) van de Rijks H.B.S. W.G.A. Meijer er eveneens korte tijd gehuisvest (van 2 mei tot 16 juli 1921). Uit de notitie over Wildrik Goldhoorn, commissionair in effecten, blijkt de relatie met Hotel Jorissen zonneklaar door een extra vermelding. Goldhoorn heeft deze gemeubileerde verdieping gebruikt van 21 augustus tot 23 december 1921, daarna wordt zijn adres Lindegracht 46-boven (adresboek 1922) om als directeur van het kantoor van de Geldersche Credietbank de Heerenveense klanten te gerieven.

Van de beide, zuidelijk van het Hotel Jorissen staande huizen kan worden vastgesteld, dat no. 83 (ná 1921 dus 183) zijn adres aan de Oude Koemarkt heeft en in dezelfde tijd onderdak biedt aan de wed. Catharina Cornelisdr. Spandaw-de Jong. Zij is sinds 16 augustus 1919 de gebruikster en blijft dat tot haar overlijden op 8 juli 1926. Voor no. 82 (ná 1921 derhalve 182) zijn dat Grietje Scheenstra en Jantje van den Bosch, die gezamenlijk de befaamde winkel ‘De Stad Parijs’ exploiteerden. Het adres evenwel wordt in het eerste adresboek van 1922 vastgesteld als ‘Achter de Kerk 182’.

Verleggen we nu even onze focus naar de Nederlands Hervormde Kerk Heerenveen (Schoterland) en dan met name op datgene wat zichtbaar is als we over het dak in zuidwestelijke richting kijken. Onmiddellijk valt de molen van Siebenga op - half verscholen achter de hoog opgaande bomenrij langs de Propstrasingel (met een forse roekenkolonie aan de vele nesten te zien) en de immense tuin van het ‘Groote Huys’ aan het Breedpad. Daarachter bevindt zich een grote leegte en dat betekent, dat er nog geen sprake is van uitvoering van het plan van december 1920 van de Bouwvereniging Heerenveen: de oprichting van 21 type-2 (arbeiderswoningen) aan de Van Cuyckstraat, maar ook niet van 14 type-1 (arbeiderswoningen) aan de Compagnonsstraat. Daarvoor moet immers de tuin van het Groote Huys worden opgeofferd.

Een andere datering ontlenen we aan het toekomstige leeszaalgebouw. De gevelplaat boven de rechtse ramen ‘CAFE MET DRIE BILLARDS’ wijst samen met het opschrift in het bovenraam van de toegangsdeur ‘Café De Drie Gemeenten’ op een datering vóór 1 juni 1918. Waarom ? Omdat de laatste caféhoudster Maria Postma, wed. de Vries samen met enkele kinderen op die datum naar Nijehaske gaat verhuizen. Bovendien is er geen enkele aanduiding van de aanwezigheid van de ‘Openbare Leeszaal en Bibliotheek Friesland’s Zuid-Oosthoek.” Die tekst stond en staat (weer) op het boeideel van de omkleding van de goot. Bovendien worden op 3 oktober 1918 zowel de leeszaal op de bovenverdieping als de jeugdruimte beneden in gebruik genomen.

Nader bekeken is het niet mogelijk te volharden in een datering rond 1918. Wat is namelijk het geval ? We missen op deze opname het in 1912 door de ‘N.V. Heerenveensche Witte Bioscope’ verbouwde pand - de middelste van de vijf aan de Vleesmarkt staande panden - van voorheen bakker W. Taconis. Dit door aannemer J.M. Visser ontworpen gebouw spatte met haar ‘witte uitstraling‘ van de foto’s af - een opvallend pand dus! 

Minstens zo opvallend op de foto’s uit de eerste jaren van 1900 is het plantsoen op de Oude Koemarkt, welke in 1898 wordt aangelegd. Die aanleg op initiatief van het gemeentebestuur van Aengwirden is te danken geweest aan de vele klachten over het enorme lawaai en andere overlast op marktdag van de vele karhonden. Er is zelfs een contract met de aanwonende bewoners opgemaakt voor het onderhoud. Ondernemer A.W. Zanstra, die van het goud, zilver en de horloges, neemt die taak op zich, maar in 1902 is er niet al te veel van terechtgekomen. Het bestuur van de gemeente Aengwirden herinnert hem daaraan. Niettemin blijven de bloemen vertrapt, het gaas van de omheining verdwijnt en de gemeente besluit - volgens het Nieuwsblad van Friesland van 16 december 1905 - het contract maar op te heffen en de grond weer terug te nemen. Nieuwe plannen blijken niet de reden te zijn geweest. Als U nu op de foto naar de bestrating kijkt, ziet U nog waar het plantsoentje gesitueerd is geweest. In dezelfde oogopslag ziet U ook weer het tracé van de tram op dit punt van Heerenveen. Op twee andere opvallende kenmerken willen we U nog graag attenderen. De eerste is de ‘schoorsteen’ van tabaksfabriek ‘De Rookende Moor’, die als industrieel monument - herinnerend aan de aandrijving van machinerieën in het stoomtijdperk - zelfs het jaar 2013 heeft gehaald. Rechts daarvan ziet U net over de Molenwijk een gebouw met witte muren staan en wanneer U het vergootglas op het dak van dat gebouw richt, ontwaart U de letters: D R U K K E R IJ. De gemeente Schoterland heeft in haar vergadering van 11 november 1882 een positief besluit genomen op de aanvraag d.d. 7 oktober 1882 van Jacob Hepkema, boek-en courantdrukker te Heerenveen om een vergunning te mogen ontvangen voor een ‘stoomsnelpersdrukkerij’ op de kadastrale percelen Heerenveen A-1725 en A-1727. Hepkema heeft daar een erfpachtovereenkomst voor gesloten met Hendrik Alberts Propstra, eigenaar van ca. 4 are grond, reed, c.a. en bouwt daarop deze drukkerij. Bij een afbeelding van de Stationsstraat hebben we U al eens over de verhuizing naar de nieuwe drukkerij rond 1904 bijgepraat. Zo rond 1910 is in de kadastrale registratie de term ‘drukkerij en erf’ vervangen door de termen ‘huis, werkplaats, erf’. Wie er dan woont en waarvoor de werkplaats wordt gebruikt is daaruit niet op te maken, omdat de erven van Albert Hendriks Propstra het bezit nog steeds in de familie hebben. Uit het adresboek van 1922 worden we evenmin veel wijzer, zelfs de twee personen die worden aangewezen als wonende ‘Achter Breedpad’ op de nummers 516 en 517, resp. H.F. de Wit, zonder beroep, en R. Slagman, arbeidster, helpen ons niet verder. Tenzij we veronderstellen dat de vrouwelijke R. Slagman identiek is aan de 28 jarige Rigtje Slagman die op 8 september 1921 in het huwelijk treedt met spoorwegarbeider IJntze Bosma uit Oranjewoud.

Tenslotte willen we nog even onze lof uiten over het bijzondere ornament op het dak van Café-Restaurant & Billard ‘Paul Kruger’ met de ingebouwde klok in de koepelvormige kapel - links op de voorgrond. Bij de totstandkoming van deze horeca-gelegenheid heeft A.W. Zanstra een flinke vinger in de pap gehad.

Concluderend stellen we dus, dat deze zeer informatieve foto moet zijn gemaakt tussen 1905 (opheffing plantsoen) en 1912 (verbouw tot Witte Bioscope)!

2013, mei 5- wibbo westerdijk - hip-backup, met dank aan Ys W. Sevensma