HIP-TIME MAGAZINE 121   \                                                    

Het zal U niet verrassen, dat op de achterkant van deze foto 02051 uit het fotoarchief van het Museum Heerenveen aan de Minckelersstraat als fotograaf staat vermeld de arts H.A. Veltman.

Aan het stukje noordmuur uiterst rechts op de foto ziet U dat dit onderdeel van het nog slechts twee verdiepingen hoge ‘oliepakhuis’ van de olieslagerij van Woltman is. Daaraan kunnen we zien, dat deze foto is gemaakt ná de bouw in 1907 (vergunning Aengwirden nr. 83 op Tj. A-5909 aan de Fok) en vóór de in de hoogte uitgebreide versie met de ‘schijntoren’ van de vergunning van 12 juli 1915 (Aengwirden nr. 394). Het is een absoluut raadsel, waarom op diezelfde achterkant van de foto het jaartal 1930 voorkomt. Immers, de toren van de Fokkerk is er al wel. Daarvan weten we dat het is gebouwd in 1909. De toestemming voor vergunning nr. 146 is afgegeven aan de Kerkvoogden van de Hervormde Gemeente voor de bouw van die toren op kadastraal nummer Tjalleberd A-5912. Bouwmeester C.J. Wierda ontwerpt een 22.50 meter hoge toren. Dit alles combinerend houdt in dat de periode 1910-1915 is voorbestemd voor deze knappe foto, die ongetwijfeld is ‘geschoten’ door arts Hubert Adriaan Veltman vanaf zijn balcon op de hoek van de Stationsstraat en de Heerenwal. Er is nog wel een kleine beperking te geven op die periode, want de voorganger van dr. H.A. Veltman de befaamde röntgenoloog en lupusdeskundige dr. Gabriël Schouwen vertrekt in 1910 naar Leeuwarden en overlijdt in 1913. Veltman vestigt zich pas in 1913 in dit huis op de hoek van de Stationsstraat. Dat zou de periode voor het maken van de foto zelfs nog kunnen beperken tot een tijdsspanne van 1913-1915. Raadselachtig is het dat deze foto geen deel uitmaakt van de collectie Veltman van het Frysk Fotoarchief. Om een volledig beeld van de toren te kunnen laten zien voegen we een afdruk van de originele tekening uit het bouwvergunningendossier van Aengwirden toe zoals de architect C.J. Wierda het vooraanzicht voor ogen heeft gehad.

Het op de foto kenmerkende ‘witte pakhuis’ is al van oudere datum. Deze komt tot stand in het jaar 1868 en in het kadastrale dienstjaar 1905 wordt daar dan de ‘stal’ als bijbouw aan toegevoegd. In 1910 wordt er opnieuw herschikt op het terrein van het familiehuis van de Woltman’s, met als gevolg, dat de stal wordt afgebroken en opnieuw meer westelijk en dichter naar de Fok wordt opgebouwd tot ‘koetshuis’ met stallingsfaciliteiten voor de familie. U ziet daarvan de iets teruggeplaatste toegangsdeur tussen de kerk en het witte pakhuis.

 

De Kerk aan de Fok te Heerenveen heeft er 120 jaar over gedaan om het huidige uiterlijk te krijgen. De ingebruikneming was in 1867, maar de toren verscheen pas rond 1910. En de luifel in 1953. De aanbouw achter de kerk is van nog latere datum. En we weten dat de haan op de toren fl. 150,- gekost heeft. De klok wordt geluid vanaf een moeilijk bereikbare zolder, tot de koster op het idee komt een gat in de zoldervloer te zagen en het klokkentouw te verlengen.

Vervolgens zien we tussen de kerk en het pakhuis de pastorie. Een twee verdiepingen hoog Heerenhuis met zolderverdieping, voorzien van een dakkapel en zo te zien vier schoorstenen. Deze is gebouwd tegelijk met de kerk rond 1867 met als eerste bewoner de Nederlands Hervormde predikant Pompejus Johan Diederik van Slooten.

Bij de start van de bouw woont de olieslager Dirk Woltman op nr. 15, het pakhuis nr. 16, de kerk nr. 17, de kosteres Martje Tammes Keimpema-Heida nr. 18, en dominee P.J.D van Slooten nr. 19

In de periode, waarin onze foto is gemaakt is de huisnummering al wat geëvolueerd, want er is inmiddels flink bijgebouwd aan de Fok en dan met name aan het noordelijke deel daarvan. Tot 1910  heeft het heerenhuis links (van de weduwe D. Woltman) het huisnummer 27; het pakhuis met koetshuis nr. 28; de kerk nr. 29, de kosterij achterzijde nr. 30 (Jarings) ; de pastorie nr. 31 (nog steeds ds. van Slooten) en het grote oliepakhuis nr. 32. Verder reikt het bevolkingsregister van Aengwirden 1890-1920 ook nog aan, dat in 1910 voor Catharina Amalia Sievers, wed. sinds 1908 van Dirk Woltman het nieuwe nummer 50 geldt (was 27),  voor Tjeerd Jarings Jarings in de kosterswoning nr. 53 (was 30); voor de pastorie sinds 18 november 1912 met ds. Winkel nr. 54 (was 31). De tussenliggende nummers zijn wel uitgereikt maar niet verantwoord in het bevolkingsregister. Ook het vergrote pakhuis heeft wel een nummer, maar daar woont immers niemand.

De foto reikt ons ook nog een bijzonder detail aan, namelijk de los-en laadplaats langs de oostelijke oever van de Heerensloot. Het ziet eruit of het een uur geleden is opgeleverd. Het ziet er perfect uit. De olievaten staan klaar om zo door een schip te worden opgehaald. Merkwaardig is het dat we noch in de kranten, maar ook in het Aengwirder archief geen enkele aanwijzing hebben kunnen vinden, dat het in de periode 1910-1915 is aangelegd. Het zal toch niet zo zijn, dat exploitant Dirk Woltman in zijn functie van burgemeester van Aengwirden zonder overleg met zijn raad zo’n houten beschoeide kade heeft mogen aanleggen om een los-en laadplaats te creëren ? Op latere foto’s zien we langzamerhand de kade overigens weer vervallen.

In het Nieuwsblad van Friesland van 20 oktober 1909 vinden we in de de Berichten uit Stad en Dorp’ wel een gebeurtenis van enkele dagen eerder (de 16e) beschreven. Jongens hebben de olievaten op de wal voor de fabriek van de heer Woltman op de Fok tot speelterrein uitgekozen. Een gevaarlijk speelterrein, want plotseling klinkt een schreeuw als één van de jongens met een leeg vat te water geraakt en naar de wal spartelt. Het toegesnelde publiek heeft voldoende aan een handreiking om hem op het droge te helpen. De journalist heeft er niet veel vertrouwen in, dat het niet weer zal gebeuren, hoewel het terrein er na de plons wel snel verlaten bijligt. De jongens zullen - als ze van de schrik zijn bekomen - stellig weer terug komen.

In het foto-archief van het museum Heerenveen bevindt zich nog een foto van de heer H.A. Veltman, waarin de relatie tussen de oliefabriek van Woltman met de Fok en de betekenis van de scheepvaart voor dit bedrijf van essentieel belang blijken. In dit geval is dat fotonummer 06604 met als ontstaansjaar 1930. Ten opzichte van onze hoofdfoto ligt het accent nu op het in 1915 vergrote pakhuis met die bijzondere schijntoren en de eigenlijke fabriek met tevens het kantoorgebouw, die tot het complex behoren. Het schip ligt praktisch met z’n neus tegen de noordelijke reling van de oude stationsbrug. Door middel van een zuig-of pers-leiding is het pakhuis verbonden met het scheepsruim. Kenners zullen ongetwijfeld kunnen vertellen, wat er precies gebeurt. Ons valt meteen op dat op de opslagplaats aan de Fok ook nu talloze olievaten staan opgesteld voor vervoer. Dick Bunskoeke heeft deze foto in de Koerier van 30 maart 1988 al eens uitgebreid besproken in zijn rubriek ‘Ut it Feanster Printeboek’. Wat op beide foto’s tevens opvalt brengt ons wel een beetje in verwarring, want op beide afbeeldingen is een paal te zien met de essentiële materialen van de telefonie: de witte keramische telefoonpaalisolatoren.

Op de ‘streetview’-prentbriefkaart van de 2e Fok hebben we twee palen aan de oostkant van de weg aangegeven met een rood streepje met hetzelfde model isolatoren. Ten opzichte van de oliefabriek zijn we iets verder naar het noorden en dat is te zien aan het meest rechtse huis. Het is het woonadres vanaf 1 augustus 1919 voor Richtje Hoekstra weduwe Jacob Hepkema. Het huis heeft dan het huisnummer Fok 47 en staat op de hoek van de Fok met de Hepkemastraat. Echtgenoot Jacob is op 13 juli 1919 overleden te Leeuwarden. Vorige bewoner is geweest Fokke de Vries, leraar aan de Rijks Hoogere Burgerschool, die er vanaf 28 januari 1903 heeft gewoond en op 12 april 1919 is vertrokken. Hij is dan vanaf 1917 overigens al districtsschoolopziener. (L.C.) In 1920 is hij verhuist naar de Heideburen no. 99. Op 28 januari 1921 overlijdt zijn vrouw Adriana Verheij in het Academische Ziekenhuis te Groningen. In november  1924 gaan vader Fokke en dochter Jacoba Antje, vergezeld van de huishoudster mevrouw Prikken, samen naar Assen, waar hij opnieuw inspecteur L.O. is. Zelf overlijdt Fokke de Vries op 4 juni 1937 te Hilversum op 76 jarige leeftijd. (L.C.) Hij wordt op een zaterdag begraven in Terband.

De eerste eigenaar van het pand ‘Hepkema’ is geweest Harmen Kornelis Otter. Hij koopt in 1888 een wagenhuis met erf en bouwt daarop direct een huis. Wanneer hij op 11 april 1908 komt te overlijden, zorgt de notaris in 1909 voor een scheiding der goederen. Zoon Wigle Harmens Otter erft het pand Tjalleberd A-5918 en verkoopt het in het kadastrale dienstjaar 1911 aan Jacob Tjebbes Hepkema. Deze neemt de huurder Fokke de Vries over en pleegt in het dienstjaar 1915 verbouw. Spijtig is het dat we de bouwvergunning daarvoor niet in het Aengwirder archief hebben aangetroffen. Het nieuwe kadastrale nummer is vervolgens Tjalleberd A-6668. Tegenwoordig staat als huisnummer Fok 43 aan de gevel.

 

2015, november 28 - wibbo westerdijk - hip-backup