HIP-TIME MAGAZINE 10

 
Het is fascinerend te zien dat de Heerenveense veehouders zo’n bijzonder sterke voorkeur hebben voor het zwartbonte
vee. In de twintiger jaren van de vorige eeuw belijdt ook boer Jan Hendrik van den Akker dit geloof op het
terreintje ten noorden van deze boerderij. Dit fraaie, pittoreske ‘stadsboerderijtafereel’ zult u in 2012 vergeefs
zoeken in het sterk verstedelijkte Heerenveen. Met het (ver)bouwen van dit ‘spultsje’ bevestigde eigenaar Daniël de
Blocq van Scheltinga (overl. 1878) vóór 1870 zijn reputatie van landeigenaar. Hendrik Jan van den Akker krijgt een
pachtcontract, verlengt deze enkele keren en beëindigt zijn ‘veehouder-boer’ bestaan in 1913. In die tijd nummerde
het pand met huis, erf en tuin, samen 17.40 are, onder huisnummer 72. Eerdergenoemde zoon Jan Hendrik -
vermoedelijk de man met strohoed midden op de foto - continueert de relatie met de familie De Blocq van Scheltinga
door het bedrijf voort te zetten. Als de roomse kerkmeesters hun oog hebben laten vallen op boerderij en land is
duidelijk, dat dit stukje agrarisch Heerenveen verleden tijd is. Langs het zuidelijke deel van de ‘rijksstraatweg’ Fok
vanaf ‘Mariënbosch’ tot aan het ‘Posthuis’ is inmiddels ook al een verdichting van de bebouwing opgetreden.
De fotograaf zou best eens met toestemming van één der bewoners van die deftige heerenhuizen zijn statief hebben
kunnen opstellen, aangezien het land achter die huizen langs liep. De kans dat hij op aanvraag van de familie van
den Akker deze opname (Een wandeling ..., pag. 39) maakte is overigens ook een aannemelijke optie. Het hele gezin
lijkt te zijn uitgelopen rond melkerstijd om zich in de vroegzomerse middagzon te laten vereeuwigen achter het hek
langs de moestuin. Tuinkenners zal het zeker opvallen, dat de ‘bonenstokken’ nog zo onbegroeid zijn. Hoe
interpreteren we overigens de aanwezigheid van een ‘zwart-bonte’ achter de afscheiding met de moestuin achter een
tweede volwassen man links op de foto ? Is dat de ‘bolle’ aan het spit ? Zo lijkt er ook een kalfje in het gras te liggen
rechts van de bonenstokken.
Wanneer we onze ogen nu eens laten dwalen over de achtergrondgebouwen zien we als eerste links de achterkant
van het ‘slotsje’, in de jaren van de opname, hotel Jorissen. Opvallend is aan dit fragment aan de achterzijde van het
hotel is het driehoekig fronton met in de top een rond venster. Over de volle breedte is onder het fronton en de
bovenverdieping met vier vensters een overhuifde veranda te zien. Op dit beeld zien we niet het pad dat loopt van de
Fok achter de boerderij langs naar de achterzijde van het hotel, maar er zijn beelden waaruit blijkt dat de breedte
voldoende is voor het passeren van de koets. Dat voertuig wordt regelmatig ingezet om gasten van het spoorstation af
te halen. De gasten en hun bagage worden dan ontvangen bij de veranda. Op een foto in de Hepkemakrant van 10
augustus 1931 is die verbinding goed waarneembaar. Dan zien we boven het dak van de plaats de toren van de
Nederlands Hervormde Kerk de lucht in priemen. Tenslotte rechts het afsluitende gebouwencomplex van ‘Het
Posthuis’, waar vanaf 1923 Ane Witteveen het gastheerschap inhoud geeft en dat lange jaren zal blijven doen. De
stalling met vijf schitterende boogvormige ruitjes en daarachter de schouwburgzaal en vervolgens het meest zuidelijk
het café met jachtweide en veranda.
De onomkeerbare veranderingen in dit centrumgebied van Heerenveen beginnen met een advertentie in het
Nieuwsblad van Friesland van 5 november 1926. Notaris H.K. Kamp kondigt de veiling aan van ‘Hotel Café
Restaurant, Koetshuis-Stalling met tuin en tennisbaan, tuinmanswoning, garage, Hotel Jorissen bij Crackstate aan
de Oude Koemarkt met vrije uitreed naar de Fok, groot 53.45 are. Koper wordt Hein Hergarden, die als stroman
optreedt voor het kerkbestuur. Het procesverbaal van de verkoop op afbraak is gedateerd 30 juni 1932 (AEN 550).
Dat is ook het jaar dat de doorbraak van de Fok door de aanleg van de Crackstraat naar de Heerenstraat (later K.R.
Poststraat) en de Oude Koemarkt gestalte krijgt. De plannen voor de bouw van de Rooms-Katholieke kerk werden
met grote geheimhouding voorbereid en met medewerking van de gemeente (die de boerderij koopt en amoveert) zal
het schip van de kerk nu rusten op de fundamenten van de boerenschuur.
Hoewel de gemeente Aengwirden op 10 april 1931 (Oldenhof, 1986) al toestemming heeft verleend, kan de
bouwvergunning pas worden afgegeven aan het Kerkbestuur van de Parochie van de Heilige Geest op 5 januari
1932 (AEN, verg. 1110). Een proces - dat dient tot de Hoge Raad en is aangespannen door het Kerkbestuur van de
Nederlands Hervormde Kerk Schoterland - heeft voor het oponthoud gezorgd.
Gaan we tenslotte terug naar de boerderij in juni 1902 dan is het een lezer van de Hepkemakrant, die de
Heerenveense plantenliefhebbers attendeert op twee exemplaren van “Adam’s Gouden Regen” op het erf van Van
den Akker. Zij staan dan in volle bloei en vallen op door de bijzondere bloei, de grootte van de trossen en de
bladeren. Deze exemplaren dragen aan sommige takken vleeskleurige bloesems en aan andere gele. Het kan zelfs
voorkomen dat er ook nog purperen bloemen aan de boompjes kunnen komen. Bijzonder, toch !?
 
2012, mei 19- wibbo westerdijk- hip- back-up